Perspectief

Een en ander over de media en de zotten die erin werken

Archive for the ‘journalistiek’ Category

Schiet niet op de journalist

leave a comment »

ming

 

Er is de voorbije dagen, in de nasleep van het busongeluk in Sierre, zo hard gezanikt over “de journalisten”, “de pers” en “de media” dat het me de strot uitkomt. Ook vlak na het Pukkelpopdrama kreeg ik er al de kriebels van. Het moet maar eens afgelopen zijn, vind ik. Nu de mediastorm rond dit ongeluk is gaan liggen, is het moment misschien gekomen om hier eens rustig over na te denken en te discussiëren.

 

 

Eerst een kleine denkoefening. Beantwoord voor je zelf eens deze vragen voor je verder leest:
1) Heb jij vandaag je werk 100% perfect uitgevoerd? Meer nog: leg je elke dag een foutloos parcours af?
2) Als je dan toch eens een steek laat vallen, hoeveel mensen zullen dat merken?
3) Hoeveel mensen zijn in staat, of menen in staat te zijn, om te oordelen of jij je werk goed doet of niet?

Ik weet niet hoe uw antwoorden luiden, maar in mijn geval is dat:
1) Neen, ik maak elke dag ergens wel een fout (ik ben geen robot of zo).
2) Misschien één of twee collega’s of klanten.
3) Meer dan me lief is, maar eigenlijk valt dat wel mee.

Als je deze vragen aan de gemiddelde journalist stelde, zou je totaal andere antwoorden krijgen. Zoiets als:
1) Zie hierboven, wij zijn ook maar mensen.
2) Gemakkelijk enkele tienduizenden.
3) Meer dan gezond voor is voor wie dan ook.

Niet meteen een positie om jaloers op te zijn, of wel? Wat laat ons wel wezen: iedereen maakt fouten, grote en kleine. Maar perslui mogen blijkbaar niet de minste fout maken of iedereen heeft het gezien en heeft er meteen een mening over. Iedereen kan het beter. Journalisten zijn loslopend wild. Schieten op de pers is een nationale sport. Als ik de gretigheid zie waarmee journalisten worden aangevallen voor vanalles en nog wat, dan denk ik: er is iets grondig fout met onze houding ten opzichte van de pers. Hopelijk kan het onderstaande helpen om dat foute beeld wat bij te stellen.

 
Vier dingen die u moet weten over de pers

Ten eerste: in een democratie moet de pers zoveel mogelijk vrijheid hebben (lees: alleen een strikt noodzakelijke reglementering). Anders kunnen journalisten hun werk niet doen: informatie verzamelen, blootleggen wat men verborgen wil houden, verbanden leggen die ons inzicht verschaffen in de wereld waarin we leven. De pers muilkorven is de deur openzetten naar machtsmisbruik, gesjoemel (nu ja: méér gesjoemel), bandeloosheid. Wil dat zeggen dat journalisten maar mogen doen wat ze willen? Natuurlijk niet. Maar: laat ons zuinig zijn met het reglementeren van de media.

Ten tweede: journalisten komen tegemoet aan een reële vraag. Er is iets misselijkmakend hypocriet aan het alomtegenwoordige gekanker over de overdreven media-aandacht voor het busongeluk enerzijds, en het feit dat tal van kranten en tv-uitzendingen de voorbije dagen enorm goed scoorden. Sorry, maar mij maak je niet wijs dat het land netjes verdeeld is in twee verschillende soorten mensen, in zuivere voor- en tegenstanders. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat heel wat mensen in het openbaar kritiek hebben op de werking van de pers, maar wel doodleuk al die extra nieuwsuitzendingen hebben meegepikt en voor het eerst in weken of maanden nog eens een krantenwinkel zijn binnengestapt. En weet je wat: je hoeft je daar heus niet voor te schamen (voor het consumeren van nieuws, bedoel ik, voor dat gehuichel moet je je natuurlijk wél schamen). Dat is een heel menselijke reactie: we willen weten wat er gebeurd is, we willen weten hoe mensen daarop reageren, we willen de verhalen horen achter deze tragedie. Waarom? Al sla je me dood, ik zou het niet weten. Ik ben geen expert in de menselijke psyche. Ik stel alleen vast.

Ten derde: journalisten zijn geen idioten. Meer nog (en dit zou wel eens hard kunnen aankomen): goede journalisten zijn een pak slimmer dan u en ik. Ze zijn beter geïnformeerd, zien sneller verbanden tussen verschillende gebeurtenissen en zijn meer dan wie ook vertrouwd met de technieken die soms worden gebruikt om ons wat op de mouw te spelden. Maar: zelfs de beste journalisten zijn geen perfecte journalisten. Ook zij kunnen fouten maken. Persoonlijk ben ik er bijvoorbeeld van overtuigd dat het publiceren van de foto’s van de slachtoffers van het busongeluk een foute beslissing was. Maar ik ben er even stellig van overtuigd dat dat een bewuste beslissing was, een beslissing die werd genomen nadat alle voor- en nadelen ervan overwogen zijn. Met kennis van zaken, met de ervaring die deze mensen hebben, en met respect voor de medemens. Die is ver te zoeken bij het soort journalisten die de getroffen scholen belegerden, familieleden van slachtoffers lastig vielen om zo snel mogelijk een (hopelijk zo emotioneel mogelijke) reactie te krijgen. Journalisten die deze getuigenis maar eens moeten lezen. Dat zijn in mijn ogen laakbare journalistieke praktijken. Het zou daarom geen kwaad kunnen als de media zelf werk zouden maken van duidelijke richtlijnen van wat kan of niet kan in deze materie.

Ten vierde: de media zijn – met uitzondering van de VRT (alhoewel…) – een commerciële activiteit. Ze werken in een markt waarin keiharde concurrentie speelt. Een markt die het bijzonder moeilijk heeft omdat we allemaal het nieuws veel liever gratis op het internet lezen dan ervoor te betalen in de krantenwinkel. Een markt waarin werkzekerheid exotischer is dan een eskimo in een mangoplantage. Waarin mensen al eens dingen tegen hun zin doen om hun job te houden. Omdat er thuis kinderen rondlopen die eten, nieuwe kleren, speelgoed en een goede opleiding nodig hebben. Dat bepaalt soms wat we te zien of te lezen krijgen in de media. Het zou niet mogen, maar het is zo (tot spijt van wie het benijdt…). Als jij weet hoe het kan worden opgelost, laat het dan zeker weten.

 
Omgaan met  fouten

Persoonlijk ben ik van mening dat er in de verslaggeving over het busongeluk fouten zijn gemaakt: feitelijke fouten, maar vooral inschattingsfouten en wellicht zelfs ethische fouten. Er zijn fouten gemaakt uit gebrek aan ervaring, als gevolg van tijdnood, van werkdruk en ongetwijfeld ook van commerciële druk. Tal van journalisten, hoofdredacteurs en uitgevers hebben de voorbije weken moeilijke keuzes moeten maken, keuzes waar zelfs de meest bekwame en ervaren mensen heel veel moeite hadden (zie ook wat iemand als Peter Vandermeersch in Nederland is overkomen door de berichtgeving over prins Friso in NRC). We moeten ons niet wijsmaken dat wij het allemaal beter, laat staan perfect hadden afgehandeld.

Natuurlijk zou het goed zijn als alle hoofdredacteurs de komende weken, nu de rust op de redactie is teruggekeerd (voor zover dat ooit het geval is, natuurlijk), eens goed nadenken over hun aanpak van dit verhaal, eens tijd maken voor een evaluatie. Ik ben er zelfs vrij zeker van dat dat zal gebeuren. Ik heb in het verleden, toen ik er nog zelf één was, maar al te vaak vastgesteld dat journalisten ook hun eigen werk met hun typische kritische blik bekijken.

Wil dat zeggen dat er in de toekomst geen fouten meer zullen worden gemaakt? Zolang kranten, tijdschriften, radio- en tv-reportages door mensen worden gemaakt, is de kans groot dat we deze discussie nog vaker gaan houden. Alleen hoop ik dat wat meer mensen datgene gaan opbrengen waar het volgens hen de voorbije dagen zo hard aan ontbrak in de berichtgeving: wat meer respect.

Written by perspectief

29 March, 2012 at 9:47 am

Achterhoedegevecht?

with 15 comments

journalist

  • 38% van de Belgische journalisten is niet terug te vinden op Facebook.
  • Circa 9% gebruikt Twitter voor beroepsdoeleinden.
  • Ruim de helft (57,1%) gebruikt  nooit RSS-feeds.
  • Bijna de helft (46,2%) bezoekt nooit blogs die verbonden zijn met de bedrijven waar ze over schrijven.

Dat zijn enkele van de meest opvallende resultaten van een onderzoek dat we bij Quadrant Communications (mijn werkgever) hebben uitgevoerd, en dat hier verder wordt toegelicht. (Inderdaad, alsof ik mijn eigen blog nog niet genoeg verwaarloosde, ga ik nu ook nog voor het werk bloggen. Schandalig, ik weet het…)

Toen we het onderzoek voorbereidden, dacht ik niet dat het gebruik van social media bij journalisten veel hoger zou liggen. Ik schat dat er op dit vlak weinig verschil is tussen het gebruik bij journalisten als in andere beroepscategorieën (webbouwers en marketeers niet te na gesproken). Een collega op het werk vond dat vrij normaal. Ik niet.

Social media – of laten we het nog eens Web 2.0 noemen – lijken me namelijk gemaakt voor journalisten. Met een beetje zoekwerk vind je al snel tal van nuttige tips of hele handleidingen om zaken als Twitter, Facebook, LinkedIn, RSS en blogs te gebruiken voor journalistieke werk. Ze kunnen helpen bij het vinden van nieuws, het verifiëren van feiten, het zoeken naar experts, als inspiratie voor dossiers, als voorbereiding op interviews, enzovoort. Het is tegelijk een bron van informatie, een geavanceerd communicatiekanaal en een alternatief publicatie-instrument. What’s not to like?

Zelf heb in de tweede helft van de jaren negentig meegemaakt hoe het internet – good ol’ Web 1.0 en vooral e-mail, natuurlijk – zijn intrede deed in het vak. Ik was er persoonlijk meteen wild van – ook omdat ik over sommige van die doorbraken mocht schrijven – maar ik merkte hier en daar toen ook wat weerstand. “De telefoon is het belangrijkste instrument van elke journalist”, heb ik een collega destijds letterlijk horen zeggen. (En hij had niet helemaal ongelijk, denk ik) En toch gebruikt elke journalist momenteel het internet.

Laten we nog enkele decennia verder teruggaan in de tijd, toen ik krantenpapier vooral nog zag als een basisingrediënt van papier-maché. Midden de jaren zeventig zaten twee journalisten de telefoonrekening van hun uitgever flink de hoogte in te jagen om te weten te komen wie er achter het Watergate-schandaal zat. Ik weet helaas niet meer waar ik dat heb gelezen, maar blijkbaar was het in die tijd eigenlijk not done om, zoals Bernstein en Woodward, een belangrijk journalistiek dossier grotendeels per telefoon tot een goed einde te brengen. (“De deurbel is het belangrijkste instrument van elke journalist”, zou je hun collega’s destijds misschien hebben horen zeggen.) En toch gebruikt elke journalist tegenwoordig zijn telefoon.

Wat denken jullie? Vinden jullie het normaal dat journalisten social media niet vaker (of misschien zelfs minder vaak) gebruiken dan de gemiddelde Belg? Hebben jullie enig idee waarom ze dat niet vaker doen? Is dit opnieuw een achterhoedegevecht – zoals met de telefoon en e-mail destijds – of is er meer aan de hand?

Written by perspectief

16 November, 2009 at 12:50 am

Journalisten moeten op LinkedIn

with 10 comments

LinkedIn_logo_1Nu we toch bezig zijn. Journalisten moeten niet alleen bloggen en twitteren – of dat tenminste overwegen – maar zeker ook een LinkedIn-profiel aanmaken en onderhouden.

Ik verklaar me nader. Het is de laatste weken wat kalmer op kantoor. Nogal wat journalisten en contactpersonen bij onze klanten zijn met vakantie, en een aantal publicaties waar we veel mee te maken hebben verschijnen niet (zo vaak) in de zomer. Een ideaal moment dus om onze persdatabase nog eens grondig door te nemen en ervoor te zorgen dat alle gegevens up-to-date zijn. Daarbij proberen we geregeld een beroep te doen op LinkedIn, maar valt dat even tegen, jongens. Ik schat dat de helft van alle Belgische journalisten geen LinkedIn-profiel heeft, en dat heel wat van de bestaande profielen nauwelijks worden onderhouden. Journalisten die we vorige week nog aan de lijn hadden blijken volgens LinkedIn nog bij een publicatie te werken waar ze al twee of drie jaar weg zijn.

De voordelen van LinkedIn voor journalisten zijn nochtans overduidelijk. Het is een van de eenvoudigste manieren om een enorm netwerk op te bouwen. En zoals ze zeggen: in de journalistiek is het niet what you know, maar who you know wat telt. Zo’n netwerk kan geweldig helpen bij je research. Ben je bezig met een verhaal over firma X en wil de woordvoerder je niet helpen, dan vind je via LinkedIn binnen de kortste keren wel een aantal werknemers van die firma die in jouw netwerk of dat van een kennis zitten. LinkedIn biedt bovendien allerlei groepen waarvan je je lid kunt maken en waarin discussies worden gehouden die voor de leden van die groep relevant zijn. Toegegeven, het niveau van die discussies is niet altijd indrukwekkend, maar je kunt er gemakkelijk een vraag in kwijt die doorgaans wel wordt beantwoord door een paar mensen. En wil je een antwoord op een heel specifieke vraag, dan is LinkedIn vaak de meest efficiënte manier om een expert te vinden die je daarmee kan helpen. Laat de bezoekers van LinkedIn gerust ook weten waar je mee bezig bent. Het zou niet de eerste keer zijn dat je langs die weg plots een tip krijgt dat je onderzoek een heel eind vooruit helpt of een andere weg uitstuurt.

En zeker niet onbelangrijk: door je LinkedIn-profiel up-to-date te houden (m.a.w. door je huidige job te vermelden en beter nog: je specialisaties op te sommen) vermijd je dat PR-mensen je contacteren met onderwerpen waar je niets mee kunt aanvangen. Of toch een beetje… Uit eigen ervaring weet ik hoe vervelend het is als een PR-verantwoordelijke je belt of mailt met een voorstel dat in de verste verte niets te maken heeft met de zaken waar je gewoonlijk over schrijft. “Hallo, ik zie dat u de mediaspecialist bent van De Standaard, en daarom dacht ik dat u wel geïnteresseerd zou zijn in ons nieuw gamma cd-r’s en andere herschrijfbare media…” (Echt gebeurd!) Uit een onderzoek dat we de voorbije weken hebben gehouden – en waarvan we in de loop van de zomer de resultaten zullen bekendmaken – blijkt dat dit soort zaken nog altijd voor heel wat ergernis zorgt. Ik zeg niet dat LinkedIn het probleem helemaal gaat oplossen, maar het kan alleszins geen kwaad.

Volgende week: Journalisten moeten op Facebook! :-)

Written by perspectief

13 July, 2009 at 2:24 pm

Posted in internet, journalistiek, PR, werk

Journalisten moeten bloggen en twitteren

with 35 comments

start_to_blogIn Media.com – de vrijdagse bijlage van De Morgen over oude nieuwe media – stond vorige week heel wat lekkers: interviews met de oprichters van Twitter, Vint CerfJo Caudron (websitebouwer, Taliban-strijder en boomkweker inéén) en de Adnerds. Ook het interview met Jeff Jarvis, de auteur van “What Would Google Do?”, was bijzonder leerrijk. Zeker als hij dingen zegt zoals:

In een economie waarin individuen steeds belangrijker worden, moet je als journalist een eigen meerwaarde creëren. Begin een blog, start een videokanaal of deel je ideeën via Twitter. Een journalist moet naam maken. De kans is immers groot dat hij of zij binnenkort zonder werk zit en dan is die naam het enige wat nog overblijft.

Misschien is zijn pessimisme wat overdreven en ingegeven door de ronduit dramatische situatie in de VS, waar dit jaar al circa vier keer zoveel journalisten zijn ontslagen als er hier in België rondlopen. Maar in wezen maakt dat niet uit. Social media – blogs, Facebook, Twitter en konsoorten – knibbelen steeds meer aan het marktaandeel van de klassieke media, en deze communicatievormen zijn inderdaad veel persoonlijker dan hun oudere broertjes. Wie iets schrijft (of fotografeert, of presenteert, of twitter, etc.), wordt stilaan belangrijker dan waar iets verschijnt. Wie blogt, is dus in het voordeel. Je zou dus geneigd zijn Jarvis’ oproep aan journalisten om te bloggen en te twitteren bij te treden.

Alleen: wat als élke journalist nu begint te bloggen? Hoe maak je naam tussen al die duizenden anderen? Dat wordt een immens gevecht om de strijd voor de aandacht van het publiek. Wordt de verleiding dan niet heel groot om te scoren door middel van sensationele berichten, waarbij men “creatief omspringt met de werkelijkheid”? Toegegeven: dat gebeurt nu al. Maar de klassieke media zijn collectie creaties, waar dus ook een vorm van sociale controle bestaat. Zal het zelfregulerende karakter van het internet volstaan om te vermijden dat dit een gewoonte wordt? En belangrijker misschien: wanneer is het online leespubliek talrijk genoeg opdat al die bloggende en twitterende journalisten een achterban kunnen opbouwen die iets voorstelt? Wie nu nog naam moet maken op Twitter of via een blog, zal merken dat het vrij traag gaat om je lezerspubliek op te bouwen. Tenzij je Oprah Winfrey heet, natuurlijk…

Bij de Belgische journalisten is Twitter alleszins nog niet doorgebroken. Hier is geen wetenschappelijk onderzoek aan voorafgegaan, maar volgens mij zijn dit bijvoorbeeld de enige Belgische journalisten met een Twitter-account:

1. Jozef Schildermans – http://twitter.com/jozefs 
2. Kristof Van der Stadt – http://twitter.com/Stoffel 
3. Frederik Tibau – http://twitter.com/frederiktibau
4. Raphael Cockx – http://twitter.com/raphaelcockx 
5. Koen Vervloesem – http://twitter.com/koenvervloesem 
6. Andy Stevens – http://twitter.com/Andhi
7. Jan Martynowski – http://twitter.com/martynowski 
8. Bart Van Belle – http://twitter.com/bartvanbelle
9. Pieter Suy – http://twitter.com/pietersuy
10. Bart Goossens – http://twitter.com/mbargo 
11. Ben Serrure – http://twitter.com/BenSerrure
12. Jibbe Van Oost – http://twitter.com/JibbeVO
13. William Visterin – http://twitter.com/wvvisterin 
14. Bram Souffreau – http://twitter.com/kapingamarangi
15. Ludovic Vanhee – http://twitter.com/ldvcvh
16. Dominique Deckmyn – http://twitter.com/ddeckmyn
17. Brecht Decaesteecker – http://twitter.com/brechtdc
18. Ivan De Vadder – http://twitter.com/vadderi
19. Kristoff Tilkin – http://twitter.com/ktrane
20. Hannes Coudenys – http://twitter.com/hannes_nieuwsbe
21. Pieter Dumon – http://twitter.com/pdumon
22. Damien Van Achter – http://twitter.com/davanac
23. Stefaan Anrys – http://twitter.com/StefaanAnrys
24. An Olaerts – http://twitter.com/tanteannie
25. Béa Ercolini – http://twitter.com/beaercolini
26. Pieterjan Van Leemputten – http://twitter.com/pieterjanvl
27. Myriam Leroy – http://twitter.com/My_L
28. Melanie De Vrieze – http://twitter.com/mdevrieze
29. Els Bellens – http://twitter.com/ebellens
30. Karl Vannieuwkerke – http://twitter.com/Vannieuwkerke
31. Karen Van Godtsenhoven – http://twitter.com/KarenVG83
32. Monica Monté – http://twitter.com/sart68
33. Stefan Grommen – http://twitter.com/sgrommen
34. Stefaan Werbrouck – http://twitter.com/swerbrou
35. Roland Legrand – http://twitter.com/RolandLegrand
36. Olivier De Doncker – http://twitter.com/odedoncker
37. Jan Debackere – http://twitter.com/jandebackere
38. Tom Van de Weghe – http://twitter.com/tomvandeweghe
39. Eric Goens – http://twitter.com/ericgoens
40. Jeroen Wils – http://twitter.com/jeroenwils
41. Hans De Ridder – http://twitter.com/hansderidder
42. Jamie Biesemans – http://twitter.com/jamiebiese
43. Sam Feys – http://twitter.com/samfeys
44. Stef Gyssels – http://twitter.com/stefgyssels
45. Philippe Coppens – http://twitter.com/phico
46. Davy Geens – http://twitter.com/davygeens
47. Lesley Demuynck – http://twitter.com/pacman77
48. Katrien Schuermans – http://twitter.com/graficdoctor
49. Bart Stoffels – http://twitter.com/BartStoffels
50. Seger Bruninx – http://twitter.com/SegerBruninx
51. Eric Beeckmans – http://twitter.com/ericbeeckmans
52. Bruno Koninkx – http://twitter.com/BrunoKon
53. Maarten De Gendt – http://twitter.com/maartendegendt
54. Bart De Vliegher – http://twitter.com/bartdevliegher
55. David Vanlaer – http://twitter.com/lividpuntbe
56. Raf Weverbergh – http://twitter.com/rafweverbergh
57. Luc Blyaert – http://twitter.com/blyaert
58. Ines Minten – http://twitter.com/inesminten
59. Alain Gerlache – http://twitter.com/AlainGerlache
61. Philippe Laloux – http://twitter.com/philaloux
62. Elke De Pourcq – http://twitter.com/elebridith
63. Filip Cleeren – http://twitter.com/FilipCleeren
64. Olivier Duquesne – http://twitter.com/olivierduquesne
65. Brecht Decaluwé – http://twitter.com/caluweski
66. Kristof Nuyens – http://twitter.com/theDMM
67. “Natanoj” – http://twitter.com/Natanoj
68. Maïlys Charlier – http://twitter.com/Euterpe82
69. Gregoire – http://twitter.com/ArnoKatcha
70. JF Herbecq – http://twitter.com/jfherbecq
71. Francoise Raes – http://twitter.com/frae_
72. Peter De Groote – http://twitter.com/peterdegroote
73. Philippe Allard – http://twitter.com/PhilippeAllard
74. Elke Pattyn – http://twitter.com/elkepattyn
75. Debbie Pappyn – http://twitter.com/classetouriste
76. Christian Zeugin – http://twitter.com/ChristianZeugin
77. Stijn Govaerts – http://twitter.com/stinusg
78. Yves Thiran – http://twitter.com/yvesthiran
79. Laura Cerrada – http://twitter.com/larapporteuse
80. Patrick Van Campenhout – http://twitter.com/VanCampenhout
81. Marc Dirix – http://twitter.com/marcdirix
82. “galloy” – http://twitter.com/galloy
83. Willy De Backer – http://twitter.com/3eintelligence
84. “ModernMom” – http://twitter.com/_ModernMom_
85. Mehmet Koksal – http://twitter.com/mehmetkoksal
86. Katrien Stragier – http://twitter.com/katrienstragier
87. Wim Verdoodt – http://twitter.com/wimverdoodt
88. Steven Samyn – http://twitter.com/SamynWetstraat
89. Veerle Vd Broeck – http://twitter.com/dropje
90. Tim Van der Mensbrugghe – http://twitter.com/mensbrugghe
91. Floris VC – http://twitter.com/florisvc
92. Dirk Denidorm – http://twitter.com/Denidorm
93. Wim Feyaerts – http://twitter.com/wimfey
94. Marian Kin – http://twitter.com/cbke
95. Karolien Selhorst – http://twitter.com/kselhorst
96. Eddy Eerdekens – http://twitter.com/eddyeerdekens
97. Kim Clemens – http://twitter.com/kimcle
98. Frederic Vansteenkiste – http://twitter.com/kweeet
99. Ludo Schildermans – http://twitter.com/ludoschi
100. Wim De Preter – http://twitter.com/BC_Carl
101. Michiel Galle – http://twitter.com/MiGalle
102. Thomas Mels – http://twitter.com/thomasmels
103. Bart Brinckman – http://twitter.com/brinckie
104. Hilde Van Gool – http://twitter.com/hvangool
105. Peter De Lobel – http://twitter.com/peterdelobel
106. Goedele Devroy – http://twitter.com/GoedeleDevroy
107. Rob Heirbaut – http://twitter.com/heirbar
108. Yves Delepeleire – http://twitter.com/delepeleire
109. Wim Winckelmans – http://twitter.com/wwinckelmans
110. Lotte Alsteens – http://twitter.com/tfannis
111. Bart Dobbelaere – http://twitter.com/bartdobbelaere
112. Valerie Droeven – http://twitter.com/BeenieQueen
113. Tom Heremans – http://twitter.com/standaardtom
114. Wim Lecluyse – http://twitter.com/dso_wle
115. Peter Gorlé – http://twitter.com/petergorle
116. Christophe De Caevel – http://twitter.com/ChDeCaevel
117. Paul Geudens – http://twitter.com/pege1891
118. Martin Buxant – http://twitter.com/Le_Bux
119. Kenneth Dée – http://twitter.com/kennethdee
120. Sam Delbeke (?) – http://twitter.com/nonkelsam
121. Nina Lamparski – http://twitter.com/ninaism

Van sommigen is niet helemaal zeker of ze wel zijn wie ze beweren te zijn, en andere zijn dan weer passieve accounts, bedoeld om andere twitteraars te volgen, maar niet om zelf iets te verkondigen. De overmatige vertegenwoordiging van computerjournalisten bewijst dat de doorsnee-journalist allesbehalve overtuigd is van het nut van Twitter. Alleen de toekomst zal uitwijzen of dat terecht is, natuurlijk. Maar als ik journalist was, zou ik toch al beginnen te experimenteren met blogs en twitteren. Nu je nog de keuze hebt…

Update dd 5/9: naam toegevoegd en de aanvullingen van de voorbije weken gewoon onder de oorspronkelijke lijst gezet, zodat het een beetje overzichtelijk blijft.

Update dd 28/9: drie namen ineens toegevoegd.

Update dd 13/10: vier namen toegevoegd, maar ook twee geschrapt, wegens geen journalist meer:
- Davy Vandevinne – http://twitter.com/davyvandevinne
- Mateusz Kukulka – http://twitter.com/mateusz

Update dd 28/10: nog eens vier namen toegevoegd.

Update dd 2/2/2010: nog eens drie namen toegevoegd. We zitten aan 50!

Update dd 30/3/2010: een heleboel namen toegevoegd, waarbij ik onder andere deze Twitter-lijst rijkelijk heb geplunderd, waarvoor dank, uiteraard.

Update dd 2/4/2010: Bij de vorige update zijn er een paar namen weggevallen, maar die zouden nu (hopelijk allemaal) terug moeten staan. En daarmee zitten we boven de 100. Tijd om eens na te gaan of we dit niet op een andere manier kunnen presenteren (oa. gesorteerd volgens publicatie). Suggesties en/of helpende handen zijn welkom.

Update dd 2/4/2010: Heel wat namen toegevoegd, onder andere dankzij @florisvc - waarvoor grote dozen hartelijken dank! En ook dankzij @VincentVQ, een fervent verzamelaar van Twitter-accounts van (politieke) journalisten. Ook een tweetal accounts gecorrigeerd (waren van Twitternaam veranderd).

Written by perspectief

28 April, 2009 at 10:51 am

PR for dummies… and smarties

with 7 comments

Op het gevaar af zo labiel als een bezopen steltloper over te komen, moet ik bekennen dat ik dit heen-en-weer geslinger tussen pers en PR eigenlijk wel leuk vind. En leerrijk, bovendien. Meer nog: mocht elke journalist ooit een tijdje in een PR-functie hebben gewerkt, en elke PR-verantwoordelijke ooit een tijdje op een redactie hebben gezeten, dan zou iedereen zijn werk veel beter doen. Rotsvast van overtuigd.

Wat niet wil zeggen dat het een vereiste of een garantie is. Toen ik een paar maanden geleden samen met een Ierse partner een opleiding ging geven in Spa, hebben we de avond ervoor gezellig zitten leuteren over PR, de pers, politiek en Bono (dat heb je met die Ieren, hé?). Onze conclusie: een ex-journalist is niet per definitie een goede PR-adviseur. Want niet iedereen is bewust met zijn vak bezig, niet iedereen ziet – vaak door tijdgebrek – de machinaties die kaderen in een grote PR-strategie. Anderzijds heb je heel wat communicatiespecialisten die nog geen bericht voor de gebroken-armen-en-benen-rubriek bij elkaar zouden kunnen pennen, maar wel verdomd goed weten wat werkt en wat niet werkt in PR.

pr_lectuur2Om niet louter vanuit mijn eigen – in mijn ogen veel te beperkte – praktijkervaring te puren, school ik me graag wat bij. Lectuur genoeg op kantoor. PR for Dummies staat er in de boekenkast. Waarin zowaar het advies prijkt: “Call up on every press release you send. Call, and call again, until you get result.” Yip, echt iets voor dummies. Ter verdediging van het boekwerk: het dateert van 2001, toen e-mail dus nog niet zo wijdverspreid was als nu (en er van LinkedIn, Facebook en godbetert Twitter dus nog geen sprake was). Persberichten moesten toen nog met de Post worden verstuurd, waarvan de betrouwbaarheid laat ons zeggen “interessant” was.

 

 

 
pr_lectuur1Veel betere lectuur, tenzij je voor een reclamebureau werkt tenminste, is The Fall of Advertising and the Rise of PR van Al & Laura Ries. Dit boek kun je in twee zinnen samenvatten: adverteren werkt niet meer, tenzij als kunstvorm of om bestaande ideeën te bestendigen. Om nieuwe ideeën te verspreiden of te creëren, moet je PR gebruiken. De rest van het boek bestaat uit honderden voorbeelden van die stelling, het ene al wat correcter als het andere. Allemaal heel cassant, maar daardoor uiteraard ook wat eenzijdig geformuleerd.

 

 

 
 

  pr_lectuur3
Als je op zoek bent naar heel correcte praktische informatie, is Making News van de ex-journalist David Henderson een aanrader. Wat ik er vooral van heb overgehouden, is vooral de bevestiging van een een aantal zaken :

Het belang van persoonlijke contacten met de journalisten die voor jouw bedrijf of klant relevant zijn is onmogelijk te overschatten. Journalisten die je persoonlijk kennen, gaan veel sneller luisteren naar wat je te zeggen hebt, zo simpel is het. Daarbij komen ook social media, zoals Facebook of Twitter van pas: die kunnen helpen om je relatie met journalisten te onderhouden of op te bouwen. Net zoals je vrienden of je toffe ex-collega’s met wie je zeker nog iets ging gaan drinken toen je afscheid van hen nam, komt het er veel te weinig van om hen in het echt tegen het lijf te lopen. (Noot aan al mijn ex-collega’s: dat ik met jullie op deze manier converseer, staat hier natuurlijk los van :-) ).

Hou altijd een open, gemoedelijke vorm van communiceren aan – altijd. Zelfs de grootste bedrijven hebben de neiging om korzelig, terughoudend, zelfs vijandig te reageren als ze worden bekritiseerd – wadda mistaaike to maaike! Hoe groot of sterk of succesvol je ook beweert te zijn, door zo te reageren, word je als zwak of klein gezien.

Het belang van eye candy: een goede foto (maar dan ook een écht goede foto) kan heel mooie coverage opleveren. Iedereen weet het, maar we vergeten het voortdurend. Volgens Henderson is dit “vooral interessant als het onderwerp moeilijk te verwoorden is of op zich niet zo aantrekkelijk is voor de journalist”. Ideaal voor de IT-sector, dus…

Een mooie tip om af te sluiten: schrijf elk persbericht alsof je een artikel voor de voorpagina van een krant aan het schrijven bent.

 

Gelukkig geldt dit niet voor blogposts.

Written by perspectief

17 March, 2009 at 12:57 am

Posted in journalistiek, PR, reclame

Statistiek in De Standaard klopt niet

with 4 comments

ds_zwangerVandaag in De Standaard:

Eén op vijf vrouwen niet vanzelf zwanger

 Ik kan me natuurlijk vergissen, maar volgens mij ligt dat cijfer nogal laag. Volgens mij geraakt 100% van de vrouwen niet “vanzelf” zwanger. (Bijbelse precendenten even buiten beschouwing gelaten wegens niet afdoende bewezen)

Statistiek, het is geen makkelijke stiel, zo blijkt nog maar eens.

Written by perspectief

15 January, 2009 at 10:34 am

De vijand achterna

with 9 comments

newspaperJe moet al een regelrechte fascist zijn – of bijvoorbeeld een fortuin hebben vergaard via traditionele media – om geen sympathie te hebben voor burgerjournalistiek. Wat mij betreft, blijft het echter bij sympathie. Ik ben namelijk allesbehalve onder de indruk van wat ik onder die noemer allemaal al heb zien verschijnen. En daar is helaas nauwelijks verandering in gekomen na het debat vanavond, ter afsluiting van BlogBoat 1.0 – Citizen Journalism, scenarios for the future

 

Dat Han Soete, die er Indymedia.be vertegenwoordigde, op vrij karikaturale wijze het verschil tussen zijn organisatie en de gevestigde media beschreef, heeft natuurlijk niet echt geholpen. “Als er ergens een sociaal conflict is of zo,” vertelde hij, “dan laten wij niet de pr-verantwoordelijke van de onderneming aan het woord, maar de actievoerders, de mensen die de strijd voeren. Wij zijn het die de mensen die in bomen kruipen aan het woord laten.”

Excuseer? Hoe vaak en hoelang komt de pr-verantwoordelijke van een bedrijf in beeld als pakweg het VRT-journaal verslag uitbrengt van een sociaal conflict? Lang niet altijd – vaak omdat zo’n bedrijf ten onrechte de pers niet te woord wil staan – terwijl de actievoerders wel altijd hun zeg mogen en willen doen. En hoe vaak zijn de actievoerders van het Lappersfortbos niet aan het woord gelaten toen ze aan de takken van de bomen hingen te bengelen? Zo uitzonderlijk is Indymedia dus helemaal niet.

En sinds wanneer is het verkeerd om een pr-verantwoordelijke aan het woord te laten als er zo’n conflict uitbreekt? Is je verslag dan zoveel rechtvaardiger als je maar één partij zijn zeg laat doen? De klassieke verdediging op deze kritiek is dat burgerjournalistiek een aanvulling wil zijn op klassieke media, om een kant van het verhaal te laten horen die in kranten of op radio en tv niet aan bod komen. Dat is, zoals ik hierboven al vermeldde, gewoonweg onjuist en bovendien geeft dat je niet het recht om een van de basisprincipes van goede journalistiek – woord versus wederwoord – aan je laars te lappen. Zeker niet als je “onvolledigheid” en “vooringenomenheid” als de tekortkomingen van de klassieke media ziet waar je een antwoord op wil bieden. The pot calling the kettle etc.

Wat ik wel van dit debat heb opgestoken, is dat mensen die hun energie in dergelijke uitingen van burgerjournalistiek stoppen eens moeten nadenken of ze wel voor de juiste aanpak kiezen. Bij heel wat mensen die hiermee bezig zijn, leeft de gedachte – niet geheel onterecht – dat de klassieke media heel sterk worden gestuurd door PR- of marketingspecialisten. Maar waarom hanteren ze dan niet gewoon dezelfde methode als “de vijand”? Als PR zo’n invloed heeft, waarom onderneem je dan geen PR-acties om de zaak waarvoor je wil vechten onder de belangstelling te brengen? Waarom bouw je dan geen relaties op met journalisten die je zaak genegen zijn – en dat zijn er wellicht meer dan je zou denken – zodat je hun kijk kunt beïnvloeden… en daardoor ook hun verslaggeving. Voedt journalisten met de informatie die ze niet krijgen van de instanties waar je een appeltje mee te schillen hebt. Vertel hen jouw verhaal op een overtuigende manier, zoals goede PR-mensen dat doen, en er zal zeker iets van blijven hangen – en in de coverage sluipen.

Een eigen medium lanceren, geloofwaardigheid opbouwen, een publiek opbouwen: dat is op zich al een hachelijke onderneming. En in deze tijden van information overload is het moeilijker dan ooit om een groot, loyaal publiek aan je te binden. Ik hoorde Soete zeggen dat Indymedia.be per maand zo’n 100.000 unique visitors over de vloer krijgt. Dat is niet onaardig, maar dat zijn grotendeels vast bekeerden – mensen die vast al hun ideeëngoed delen. Als ze er erin zouden slagen om pakweg een journalist van De Standaard een verhaal te laten brengen vanuit de invalshoek die zij belangrijk vinden, waarin dus aspecten aan bod komen die zij missen in de gebruikelijke berichtgeving, dan komt dat meteen bij een publiek terecht dat drie à vier keer zo groot is. Op één dag tijd! En waarvan een groot deel niet vertrouwd zal zijn met de betrokkenen of aspecten die op deze manier in de spotlights komen te staan. Daar bereik je volgens mij dus gewoon veel meer mee.

Nu, dat aspect is vanavond helaas niet aan bod gekomen. Hoewel er geregeld boeiende dingen werden verteld, stelde het debat volgens mij niet zoveel voor. Wat een idee ook om – zeker in dit web 2.0-tijdperk – te kiezen voor zo’n klassieke opstelling: drie experts en een moderator op een podium, en het publiek als in een theatervoorstelling in de zaal. Dat is gewoon vragen om weinig participatie van het publiek – wat dan weer in schril contrast stond met het onderwerp.

danmug1Wat ik uit de presentatie van Dan Gillmor, de expert inzake citizen journalism, wel heb geleerd, is dat er aan de klassieke ingrediënten van goede journalistiek – objectiviteit, betrouwbaarheid, enzovoort – best nog eentje mag worden toegevoegd: transparantie. Daar ben ik het volledig mee eens. Als De Standaard bericht over Umicore, zou onder dat artikel wat mij betreft altijd moeten worden vermeld dat de krant deel uitmaakt van een concern dat geleid wordt door de voorzitter van Umicore. Als De Morgen of Knack over de VTM schrijven of kritiek uiten op de VRT, dan mag daar gerust bij worden vermeld dat deze publicaties worden uitgegeven door een van de aandeelhouders van de VMMa, het moederbedrijf van de VTM. Laat de lezer in zulke gevallen zelf zijn conclusies maar trekken, maar hij heeft het recht dat te weten.

En tot slot: het is meer dan ooit noodzakelijk dat we verschillende media raadplegen als we op een deugdelijke manier geïnformeerd willen blijven over wat er in de wereld gebeurt. We moeten dus met z’n allen multi-mediafreaks worden.

Written by perspectief

10 November, 2008 at 2:33 am

Wetenschappelijk bewezen UFO’s

with 2 comments

Toen ik nog voor De Standaard werkte, schreef ik over de perikelen rond VRT-baas Tony Mary, het illegaal downloaden van muziek, het gefoefel met de licenties voor commerciële radiostations, en wat dies meer, maar de enige lezersbrieven die ik me kan herinneren, hadden te maken met… de tv-tips. Je weet wel: zo’n kort blokje tekst bij een van de tv-programma’s van die dag, waarvan je het om een of andere reden nodig vindt dat iedereen ernaar kijkt. Vreemd genoeg heeft niemand me er ooit van beschuldigd dat ik omgekocht was door de BBC. Het had nochtans gekund…

In de eerste tv-tip die me een boze lezersbrief (jawel, op papier) opleverde, had te maken met een of andere documentaire over een schip dat tijdens de oorlog tot zinken was gebracht. Om een of andere reden was ik ervan uitgegaan dat het een onderzeeër was, maar dat was buiten een of andere luitenant-kolonel ter zee (te land of in de lucht, ik weet het niet zo precies meer) gerekend, die me schreef:

Geachte,

De [naam van de boot, laten we hem “Jefke” noemen] was een machtige kruiser met zware kanonnen en nog van die dingen aan boord, en u maakt daar zomaar een duikboot van!

“Ge moest u schamen!”, stond er nog net niet bij. Ik vond die kritiek totaal niet terecht. Volgens mij was het eerder de vijandelijke partij die van die “machtige kruiser” een – weliswaar belabberde – duikboot maakte.

De tweede keer lag de oorzaak bij de ramp met de Hindenburg. ‘t Is altijd iets met die Duitsers. Ik had namelijk zoiets beweerd als “Op een gegeven moment vatte de helium waarmee de zeppelin was gevuld vuur…”. Terwijl het gebruikte gas eigenlijk gewoon zuurstof was – nota bene “geparfumeerd” met look opdat men iets zou ruiken als er een lek was. Ik denk dat er zeker een vijftal lezers van De Standaard in de pen zijn gekropen om me op die fout te wijzen.

Die fout vond ik extra vervelend omdat ik in wezen erg in wetenschap geïnteresseerd ben – al moet ik node toegeven dat ik mijn kennis vroeger vooral uit het maandblad Kijk haalde en tegenwoordig eerder uit het BBC-programma QI (daar heb je ze weer!) dan uit de wetenschapsbijlage van mijn oude werkgever.

nieuws1Daarom wou ik ook een aantal wetenschappelijke rubrieken aanvinken in de persoonlijke nieuwsselectie die je kunt maken op Nieuws.be. Groot was mijn verbazing toen ze daar blijkbaar heel lichtzinnig bleken om te springen met wat er zoal het epitheton “wetenschap” kan worden toegedicht. Parapsychologie kun je volgens mij namelijk aan geen enkele (échte) universiteit studeren, en met een diploma in de Ufologie geraak je volgens mij ook niet snel aan een goedbetaalde job. Zeker niet in tijden van economische crisis, zoals nu. Volgens mij heeft tegenwoordig zelfs de meeste geschifte bende losers ter wereld een aanwervingsstop ingevoerd. Een harde beslissing, ongetwijfeld, maar het zijn dan ook harde tijden.

Written by perspectief

8 November, 2008 at 12:38 am

Beurscrisis treft IT-speak

with 4 comments

Ik schat dat in ruwweg de helft van alle interviews over zakelijke IT-projecten op een gegeven moment het wonderlijke begrip “cloud computing” valt. Het is veruit de stomste term die de computersector – die in deze nochtans een indrukwekkend palmares kan voorleggen – ooit heeft voortgebracht. Op een schier misdadige manier gesimplificeerd, komt het erop neer dat de computerprogramma’s van bedrijven niet langer draaien op de servers van het bedrijf zelf, maar ergens op een datacenter – hele zalen vol superkrachtige computers die via een snelle internetverbinding verbonden zijn met de bedrijven die er gebruik van maken – die gerust aan de andere kant van de wereld kunnen staan. Iedereen die zijn mail leest op Gmail.com of Hotmail.com doet met andere woorden een beetje aan cloud computing.

Maar daar wou ik het eigenlijk niet over hebben. Wel over de manier waarop medewerkers van IT-bedrijven zich vaak in duizend  bochten tegelijk wringen om de materie aan leken uit te leggen. Echte IT-specialisten gruwen namelijk van de simplificatie die ik hierboven gebruikte. Want het is niet helemaal correct, en als het niet helemaal correct is in IT, dan werkt het niet. Zo simpel is het voor hen. Als elke 0, x, >, % of = op de juiste plaats moet staan, dan wordt dat een mentaliteit, vermoed ik. Helaas maakt het er de communicatie met IT-experts niet eenvoudiger op.

Door de beurscrisis is de discussie er zowaar nog wat ingewikkelder op geworden. Critici van cloud computing werpen namelijk vaak op dat heel wat bedrijven nooit ofte nimmer hun computersystemen – inclusief de vaak gevoelige informatie over klanten, producten of zelfs concurrenten – gaan toevertrouwen aan een of ander bedrijf dat men enkel kent via de website en wat e-mails. De verdedigers van cloud computing hadden een geweldige analogie ontdekt om die kritiek te counteren. “Waar bewaar jij je geld?”, vroeg zo iemand dan. “Dat vertrouw je toch ook toe aan een bedrijf – soms zelfs maar een website – dat je nauwelijks kent? Sommige bedrijven hebben miljoenen dollars reserve op de bank staan – waarom zouden ze dan hun klantendatabase en e-mailsysteem niet aan een ander overlaten?”

Afgelopen donderdag hoorde ik een kerel van SAP deze “line of defense” nog gebruiken. Maar gelukkig was deze man niet de doorsnee-robot die je in deze sector helaas maar al te vaak tegen het lijf loopt, en had hij genoeg werkelijkheidszin om zichzelf te onderbreken met een gortdroog “Gee, that line used to work a whole lot better around a week ago…”

Written by perspectief

11 October, 2008 at 12:27 am

Medewerkers te kort?

with 2 comments

Volgens de Vlerick Management School zijn medewerkers te kort voor onze bedrijven, zeker voor de groeiende bedrijven. Klinkt logisch, natuurlijk. Een gouden tip als je gaat solliciteren: draag stelten.

Of proberen de vlerken van Vlerick ons een groeimiddel te verpatsen? Dat zou de slogan “we develop what’s already inside you” enigszins verklaren. Al zou het ook kunnen dat ze zich aan het bekwamen zijn in de kweek van griepvirussen. Wie zal het zeggen?

Nooit veel moeten weten van die Vlerick-boys, eigenlijk. De brave man die Vlerick Magazine maakte, heeft me er een paar keer naartoe gestuurd toen ik nog freelancete. De eerste keer ben ik er iemand gaan interviewen met een enorme kater onder de lendenen (ikzelf, niet de persoon die ik moest interviewen), met een… euh, navenant resultaat. Daarna ging het een paar keer goed (nou ja, redelijk goed toch), tot ik er een prof moest interviewen die al eens een IT-expert wordt genoemd. Ik betwijfel of de man ooit al vijf regels code heeft geschreven, maar je weet hoe dat gaat: een handvol dure woorden, een onderzoek dat niemand voldoende kan schelen om na te gaan of het wel grondig uitgevoerd werd en een paar conclusies die zo vaag en ingewikkeld zijn dat je er alle kanten mee uit kan.

Dat interview duurde – ruw geschat – drie minuten. Toen klonk het van achter zijn imposant bureau, in een ergerlijk pedant toontje: “Jongeman, wat voor vragen stelt u daar allemaal? Wat u me eigenlijk hoort te vragen, is dit, en dat, en nog wat.”
“Ok,” antwoordde ik zo diplomatisch mogelijk. “Daar kunnen we straks op terugkomen. Maar ik heb een aantal vragen voorbereid waarop het antwoord me nodig lijkt om een artikel over dit onderwerp te schrijven. En aangezien ik het artikel moet schrijven, zou ik toch…”
“Geen sprake van, jongeman!” Wéér dat toontje. “Ik zal wel beslissen wat er allemaal in dat artikel zal komen. Noteer! In de eerste plaats…”

Maar toen stond ik al terug op de parking. Ik herken een hopeloos geval als ik er een zie. Dat was ook mijn laatste poging om hetgeen die lui daar uitvoeren te combineren met journalistiek.

Een fotograaf die vaak meeging om een portret te maken van de geïnterviewden zag er ook vaak tegenop. “Het zijn allemaal valieskes”, legde hij me ooit uit. “Er zit niets in, of overal hetzelfde, het maakt niets uit. Het zijn gewoon valieskes. Kun jij een portret maken van een valieske?”

 

Written by perspectief

30 June, 2008 at 2:22 am

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.