LinkedIn_logo_1Nu we toch bezig zijn. Journalisten moeten niet alleen bloggen en twitteren – of dat tenminste overwegen – maar zeker ook een LinkedIn-profiel aanmaken en onderhouden.

Ik verklaar me nader. Het is de laatste weken wat kalmer op kantoor. Nogal wat journalisten en contactpersonen bij onze klanten zijn met vakantie, en een aantal publicaties waar we veel mee te maken hebben verschijnen niet (zo vaak) in de zomer. Een ideaal moment dus om onze persdatabase nog eens grondig door te nemen en ervoor te zorgen dat alle gegevens up-to-date zijn. Daarbij proberen we geregeld een beroep te doen op LinkedIn, maar valt dat even tegen, jongens. Ik schat dat de helft van alle Belgische journalisten geen LinkedIn-profiel heeft, en dat heel wat van de bestaande profielen nauwelijks worden onderhouden. Journalisten die we vorige week nog aan de lijn hadden blijken volgens LinkedIn nog bij een publicatie te werken waar ze al twee of drie jaar weg zijn.

De voordelen van LinkedIn voor journalisten zijn nochtans overduidelijk. Het is een van de eenvoudigste manieren om een enorm netwerk op te bouwen. En zoals ze zeggen: in de journalistiek is het niet what you know, maar who you know wat telt. Zo’n netwerk kan geweldig helpen bij je research. Ben je bezig met een verhaal over firma X en wil de woordvoerder je niet helpen, dan vind je via LinkedIn binnen de kortste keren wel een aantal werknemers van die firma die in jouw netwerk of dat van een kennis zitten. LinkedIn biedt bovendien allerlei groepen waarvan je je lid kunt maken en waarin discussies worden gehouden die voor de leden van die groep relevant zijn. Toegegeven, het niveau van die discussies is niet altijd indrukwekkend, maar je kunt er gemakkelijk een vraag in kwijt die doorgaans wel wordt beantwoord door een paar mensen. En wil je een antwoord op een heel specifieke vraag, dan is LinkedIn vaak de meest efficiënte manier om een expert te vinden die je daarmee kan helpen. Laat de bezoekers van LinkedIn gerust ook weten waar je mee bezig bent. Het zou niet de eerste keer zijn dat je langs die weg plots een tip krijgt dat je onderzoek een heel eind vooruit helpt of een andere weg uitstuurt.

En zeker niet onbelangrijk: door je LinkedIn-profiel up-to-date te houden (m.a.w. door je huidige job te vermelden en beter nog: je specialisaties op te sommen) vermijd je dat PR-mensen je contacteren met onderwerpen waar je niets mee kunt aanvangen. Of toch een beetje… Uit eigen ervaring weet ik hoe vervelend het is als een PR-verantwoordelijke je belt of mailt met een voorstel dat in de verste verte niets te maken heeft met de zaken waar je gewoonlijk over schrijft. “Hallo, ik zie dat u de mediaspecialist bent van De Standaard, en daarom dacht ik dat u wel geïnteresseerd zou zijn in ons nieuw gamma cd-r’s en andere herschrijfbare media…” (Echt gebeurd!) Uit een onderzoek dat we de voorbije weken hebben gehouden – en waarvan we in de loop van de zomer de resultaten zullen bekendmaken – blijkt dat dit soort zaken nog altijd voor heel wat ergernis zorgt. Ik zeg niet dat LinkedIn het probleem helemaal gaat oplossen, maar het kan alleszins geen kwaad.

Volgende week: Journalisten moeten op Facebook!🙂