start_to_blogIn Media.com – de vrijdagse bijlage van De Morgen over oude nieuwe media – stond vorige week heel wat lekkers: interviews met de oprichters van Twitter, Vint CerfJo Caudron (websitebouwer, Taliban-strijder en boomkweker inéén) en de Adnerds. Ook het interview met Jeff Jarvis, de auteur van “What Would Google Do?”, was bijzonder leerrijk. Zeker als hij dingen zegt zoals:

In een economie waarin individuen steeds belangrijker worden, moet je als journalist een eigen meerwaarde creëren. Begin een blog, start een videokanaal of deel je ideeën via Twitter. Een journalist moet naam maken. De kans is immers groot dat hij of zij binnenkort zonder werk zit en dan is die naam het enige wat nog overblijft.

Misschien is zijn pessimisme wat overdreven en ingegeven door de ronduit dramatische situatie in de VS, waar dit jaar al circa vier keer zoveel journalisten zijn ontslagen als er hier in België rondlopen. Maar in wezen maakt dat niet uit. Social media – blogs, Facebook, Twitter en konsoorten – knibbelen steeds meer aan het marktaandeel van de klassieke media, en deze communicatievormen zijn inderdaad veel persoonlijker dan hun oudere broertjes. Wie iets schrijft (of fotografeert, of presenteert, of twitter, etc.), wordt stilaan belangrijker dan waar iets verschijnt. Wie blogt, is dus in het voordeel. Je zou dus geneigd zijn Jarvis’ oproep aan journalisten om te bloggen en te twitteren bij te treden.

Alleen: wat als élke journalist nu begint te bloggen? Hoe maak je naam tussen al die duizenden anderen? Dat wordt een immens gevecht om de strijd voor de aandacht van het publiek. Wordt de verleiding dan niet heel groot om te scoren door middel van sensationele berichten, waarbij men “creatief omspringt met de werkelijkheid”? Toegegeven: dat gebeurt nu al. Maar de klassieke media zijn collectie creaties, waar dus ook een vorm van sociale controle bestaat. Zal het zelfregulerende karakter van het internet volstaan om te vermijden dat dit een gewoonte wordt? En belangrijker misschien: wanneer is het online leespubliek talrijk genoeg opdat al die bloggende en twitterende journalisten een achterban kunnen opbouwen die iets voorstelt? Wie nu nog naam moet maken op Twitter of via een blog, zal merken dat het vrij traag gaat om je lezerspubliek op te bouwen. Tenzij je Oprah Winfrey heet, natuurlijk…

Bij de Belgische journalisten is Twitter alleszins nog niet doorgebroken. Hier is geen wetenschappelijk onderzoek aan voorafgegaan, maar volgens mij zijn dit bijvoorbeeld de enige Belgische journalisten met een Twitter-account:

1. Jozef Schildermans – http://twitter.com/jozefs 
2. Kristof Van der Stadt – http://twitter.com/Stoffel 
3. Frederik Tibau – http://twitter.com/frederiktibau
4. Raphael Cockx – http://twitter.com/rcockx 
5. Koen Vervloesem – http://twitter.com/koenvervloesem 
6. Andy Stevens – http://twitter.com/Andhi
7. Jan Martynowski – http://twitter.com/martynowski 
8. Bart Van Belle – http://twitter.com/bartvanbelle
9. Pieter Suy – http://twitter.com/pietersuy
10. Bart Goossens – http://twitter.com/mbargo 
11. Ben Serrure – http://twitter.com/BenSerrure
12. Jibbe Van Oost – http://twitter.com/JibbeVO
13. William Visterin – http://twitter.com/wvvisterin 
14. Bram Souffreau – http://twitter.com/kapingamarangi
15. Ludovic Vanhee – http://twitter.com/ldvcvh
16. Dominique Deckmyn – http://twitter.com/ddeckmyn
17. Brecht Decaesteecker – http://twitter.com/brechtdc
18. Ivan De Vadder – http://twitter.com/vadderi
19. Kristoff Tilkin – http://twitter.com/ktrane

Van sommigen is niet helemaal zeker of ze wel zijn wie ze beweren te zijn, en andere zijn dan weer passieve accounts, bedoeld om andere twitteraars te volgen, maar niet om zelf iets te verkondigen. De overmatige vertegenwoordiging van computerjournalisten bewijst dat de doorsnee-journalist allesbehalve overtuigd is van het nut van Twitter. Alleen de toekomst zal uitwijzen of dat terecht is, natuurlijk. Maar als ik journalist was, zou ik toch al beginnen te experimenteren met blogs en twitteren. Nu je nog de keuze hebt…

Update dd 28/4 – 14.50u: enkele nieuwe namen en de andere klikbaar gemaakt (om de junior PR-consultants in ons land ter wille te zijn :-) )

20. Hannes Coudenys – http://twitter.com/hannes_nieuwsbe
21. Pieter Dumon – http://twitter.com/pdumon
22. Mateusz Kukulka – http://twitter.com/Mateusz
23. Damien Van Achter – http://twitter.com/davanac

Update dd 11/5: naam toegevoegd

24. Stefaan Anrys - http://twitter.com/mo_zuidafrika (tijdelijk account, maar alla)

Update dd 25/5: naam toegevoegd

25. An Olaerts - http://twitter.com/tanteannie

Update dd 9/6: naam toegevoegd

26. Béa Ercolini - http://twitter.com/beaercolini

Update dd 22/6: naam toegevoegd

27. Pieter-Jan Van Leemputten – http://twitter.com/pieterjanvl

Update dd 27/6: naam toegevoegd

28. Myriam Leroy – http://twitter.com/My_L

Bij nader inzien moet ik mijn oordeel over PR for Dummies bijstellen, vrees ik. Mijden, die handel. Een persbericht dat de auteur aanhaalt als een goed voorbeeld (uiteraard van zijn eigen hand), begint met:

Every year, over four thousand children are killed unnecessarily by guns. (…)

Fijn dat men in dat soort statistieken een onderscheid maakt tussen de kinderen die “onnodig” sterven en… tja, degene waarvan het wel de bedoeling is, of zo?

telenet_tvgidsIk stel tot mijn ontstentenis ontsteltenis (cfr. comments) vast dat wij intussen al bijna 2,5 jaar digitaal tv-kijken. Geen wonder dat het intussen al zo’n gewoonte geworden is. Ik vrees zelfs dat ik het al wat teveel gewoon ben. Als ik tegenwoordig elders iets op tv zie en ik heb een stukje gemist of iets niet goed begrepen, dan heb ik altijd de neiging om te vragen om eens terug te spoelen. Ook als ik bij de Chinees wacht op mijn bestelling, of bij vrienden die nog niet digitaal kijken, bijvoorbeeld.

Erger nog: ik heb dat ook met de radio. Als ik in de auto zit, dan let ik niet altijd goed op wat er wordt gezegd omdat ik ervan uit ga dat ik kan terugspoelen. En dan is het altijd even pijnlijk vaststellen dat die knop op mijn autoradio ontbreekt…

Nog even en ik heb het ook met mensen. “Tater maar door, vriend, als ik iets interessants hoor, spoel ik je wel terug.” Moet kunnen!

followingOf je het nu leuk vindt of niet, social media worden steeds vaker ingeschakeld voor commerciële doeleinden. Bedrijven gebruiken Facebook om volk te lokken naar PR-stunts, op Youtube duiken steeds vaker geestige filmpjes op die uiteindelijk reclamefilmpjes blijken te zijn, en ook Twitter ontsnapt uiteraard niet aan deze trend. Dat kan interessant zijn – wie problemen heeft met zijn Dell-computer, moet dat maar melden op Twitter of er hangt al iemand van de helpdesk aan de lijn – maar vaak is dat met minder inspiratie en ziet men Twitter als het zoveelste marketingvehikel.

Bedrijven of experts die Twitter willen gebruiken om potentiële klanten te ronselen moeten er natuurlijk voor zorgen dat ze “gehoord” worden. Dat betekent: zoveel mogelijk “volgelingen” zien te verzamelen. Als je, zoals ik bijvoorbeeld, zorgvuldig een netwerkje hebt opgebouwd van enkele tientallen sympathieke, beleefde en fris geschoren Twitter-gebruikers (man/vrouw), dan is je impact natuurlijk beperkt. Hoewel daar uiteraard nog discussie over bestaat – sommigen stellen, misschien terecht, dat het niet uitmaakt hoeveel mensen je volgen, maar wie de mensen zijn die je volgen – wordt algemeen aanvaard dat je massa’s volgelingen moet hebben om efficiënt te twitteren. En daar loopt het vaak fout.

Er zijn verschillende manieren om aan veel volgelingen te geraken: héél interessant zijn, beroemd zijn, veel leuke replies posten op berichten van mensen met veel volgelingen (zodat hun volgelingen ook jouw posts zien en hopelijk benieuwd zijn naar wat je nog zoal te vertellen hebt), een mailing uitsturen naar al je LinkedIn-contacten, enzovoort.

Je kunt natuurlijk ook schandelijk misbruik maken van de Twitter-etiquette, waarbij je verondersteld wordt iedereen te volgen die aangeeft dat hij/zij jou volgt. “Gaming twitter” heet dit fenomeen blijkbaar, wellicht best te vertalen: met grof geschut op Twitter-volgelingen jagen (of Twitteraars als grof wild beschouwen, natuurlijk).

Neem bijvoorbeeld een zekere Martin, aka @yerfolin. Die man twittert sinds 3 maart en heeft vandaag al 1.386 volgers. Omdat hij zo’n interessante twitteraar is? Niet echt, hij heeft trouwens nog maar… 10 berichtjes gepost. Het grootste deel van zijn tijd heeft hij besteed aan het volgen van andere twitteraars, ruim 2.000 stuks. Meer dan de helft daarvan heeft gedaan wat hij ervan verwachtte: hem ook toegevoegd in hun lijstje van twitteraars die ze volgen. Benieuwd of ze al erg hebben genoten van zijn 10 berichtjes… Overigens lijkt het me onwaarschijnlijk dat hij van die 2.000 twitteraars die hij volgt ook maar één bericht leest. Ik volg 83 andere twitteraars, waarvan een kwart zelden of nooit een bericht plaatst, maar met de rest heb ik al leesvoer genoeg. Dus 2.000 kwetterende zielen…? Nee, bedankt. Geef mij portie maar aan Martin.

Sinds de wet toestaat dat je in reclame op een objectieve manier je product vergelijkt met dat van een concurrent hebben we daar eigenlijk nog maar weinig voorbeelden van gezien. Op de Amerikaanse televisie zie je namelijk geregeld spots waarin auto X sneller, zuiniger of goedkoper wordt genoemd dan auto Y, enzovoort. De Vlaming is daar blijkbaar niet erg vatbaar voor. Het is natuurlijk altijd een zwaktebod, jouw waren aanprijzen door die van een ander minderwaardig te noemen.

Nee, als we dan toch naar concurrenten verwijzen in reclame, dan liever op deze manier.

Een veel te bekend biermerk denkt te scoren met deze clip:

 

Maar een concurrent maakt daar dit van:

Als rechtgeaarde Vlaming én bierliefhebber kan ik zoiets uiteraard alleen maar toejuichen. Al zou ik met mijn oordeel misschien beter wachten tot ik eerst dat andere bier eens heb gedronken…

Met dank aan collega M.!

Ik moet kortere blogposts schrijven. Veel korter.

Op het gevaar af zo labiel als een bezopen steltloper over te komen, moet ik bekennen dat ik dit heen-en-weer geslinger tussen pers en PR eigenlijk wel leuk vind. En leerrijk, bovendien. Meer nog: mocht elke journalist ooit een tijdje in een PR-functie hebben gewerkt, en elke PR-verantwoordelijke ooit een tijdje op een redactie hebben gezeten, dan zou iedereen zijn werk veel beter doen. Rotsvast van overtuigd.

Wat niet wil zeggen dat het een vereiste of een garantie is. Toen ik een paar maanden geleden samen met een Ierse partner een opleiding ging geven in Spa, hebben we de avond ervoor gezellig zitten leuteren over PR, de pers, politiek en Bono (dat heb je met die Ieren, hé?). Onze conclusie: een ex-journalist is niet per definitie een goede PR-adviseur. Want niet iedereen is bewust met zijn vak bezig, niet iedereen ziet – vaak door tijdgebrek – de machinaties die kaderen in een grote PR-strategie. Anderzijds heb je heel wat communicatiespecialisten die nog geen bericht voor de gebroken-armen-en-benen-rubriek bij elkaar zouden kunnen pennen, maar wel verdomd goed weten wat werkt en wat niet werkt in PR.

pr_lectuur2Om niet louter vanuit mijn eigen – in mijn ogen veel te beperkte – praktijkervaring te puren, school ik me graag wat bij. Lectuur genoeg op kantoor. PR for Dummies staat er in de boekenkast. Waarin zowaar het advies prijkt: “Call up on every press release you send. Call, and call again, until you get result.” Yip, echt iets voor dummies. Ter verdediging van het boekwerk: het dateert van 2001, toen e-mail dus nog niet zo wijdverspreid was als nu (en er van LinkedIn, Facebook en godbetert Twitter dus nog geen sprake was). Persberichten moesten toen nog met de Post worden verstuurd, waarvan de betrouwbaarheid laat ons zeggen “interessant” was.

 

 

 
pr_lectuur1Veel betere lectuur, tenzij je voor een reclamebureau werkt tenminste, is The Fall of Advertising and the Rise of PR van Al & Laura Ries. Dit boek kun je in twee zinnen samenvatten: adverteren werkt niet meer, tenzij als kunstvorm of om bestaande ideeën te bestendigen. Om nieuwe ideeën te verspreiden of te creëren, moet je PR gebruiken. De rest van het boek bestaat uit honderden voorbeelden van die stelling, het ene al wat correcter als het andere. Allemaal heel cassant, maar daardoor uiteraard ook wat eenzijdig geformuleerd.

 

 

 
 

  pr_lectuur3
Als je op zoek bent naar heel correcte praktische informatie, is Making News van de ex-journalist David Henderson een aanrader. Wat ik er vooral van heb overgehouden, is vooral de bevestiging van een een aantal zaken :

Het belang van persoonlijke contacten met de journalisten die voor jouw bedrijf of klant relevant zijn is onmogelijk te overschatten. Journalisten die je persoonlijk kennen, gaan veel sneller luisteren naar wat je te zeggen hebt, zo simpel is het. Daarbij komen ook social media, zoals Facebook of Twitter van pas: die kunnen helpen om je relatie met journalisten te onderhouden of op te bouwen. Net zoals je vrienden of je toffe ex-collega’s met wie je zeker nog iets ging gaan drinken toen je afscheid van hen nam, komt het er veel te weinig van om hen in het echt tegen het lijf te lopen. (Noot aan al mijn ex-collega’s: dat ik met jullie op deze manier converseer, staat hier natuurlijk los van :-) ).

Hou altijd een open, gemoedelijke vorm van communiceren aan – altijd. Zelfs de grootste bedrijven hebben de neiging om korzelig, terughoudend, zelfs vijandig te reageren als ze worden bekritiseerd – wadda mistaaike to maaike! Hoe groot of sterk of succesvol je ook beweert te zijn, door zo te reageren, word je als zwak of klein gezien.

Het belang van eye candy: een goede foto (maar dan ook een écht goede foto) kan heel mooie coverage opleveren. Iedereen weet het, maar we vergeten het voortdurend. Volgens Henderson is dit “vooral interessant als het onderwerp moeilijk te verwoorden is of op zich niet zo aantrekkelijk is voor de journalist”. Ideaal voor de IT-sector, dus…

Een mooie tip om af te sluiten: schrijf elk persbericht alsof je een artikel voor de voorpagina van een krant aan het schrijven bent.

 

Gelukkig geldt dit niet voor blogposts.

me2everyone

Wat moeten we hier nu mee? Vanmorgen kreeg ik dit mailtje van een kennis in de inbox:

Hello,

I just became a shareholder in me2everyone and I didn’t have to pay a single Euro for the shares! It could be described as the gold-rush for 2009. This company might be huge and shares might soar in value over the coming months! You can register for free and it never has to cost you a single penny!

me2everyone is going to be a cool new virtual world where you can meet friends, chat, shop, play, watch videos, create an art gallery, open a virtual newspaper, play the free inworld lottery and make money from your own online store! You and everyone you know make the decisions, shape the world, create real incomes and share in the profits. It’s a new place where you meet new people or invite your friends. Learn new skills or expand your business. Find the love of your life or help the planet.

Membership is free and every member automatically becomes a shareholder in me2everyone Limited. Personally I have 1000 shares in the venture I’m going to increase my shares very soon. This is an excellent chance for all of us to make some real progress in 2009 and beyond! Please don’t miss it.

If you are looking for something really good in 2009: something that changes your view on the world, then you really have to spend just one minute and look at this website.

Please click visit www.me2everyone.com for the details

Geef toe: dit ziet er frauduleuzer uit dan een advertentie voor een Nigeriaanse versie van de Lehman Brothers in een Citibank-kantoor. Alleen: het is gratis. Wellicht blijft het na een tijdje niet gratis, en krijg je allerlei mogelijkheden voorgeschoteld waarvoor je wel even in de buidel moet tasten. Wat je dan wellicht weer kan vermijden door zoveel mogelijk van je vrienden en kennissen te ronselen voor deze “unieke opportuniteit”.

Of is het fake – een sociaal experiment waarbij men nagaat hoe goedgelovig de internetgebruiker is als het op social media aankomt? Want geef nu toe – opdat alle “aandeelhouders” hier rijk van zouden worden, moet dit netwerk ongeveer zo groot als Facebook worden en op dat moment een koper vinden die er cash voor wil betalen. En dat lijkt me toch niet zo evident.

In elk geval: het intrigeert me. De kerel die me dit heeft gestuurd is geen losbol, dus ik ga ervan uit dat hij hier toch eens over heeft nagedacht. Of is hij het slachtoffer geworden van een virus, die dit soort mailtjes uit zijn naam verstuurt?

Ben ik nu – na jarenlang te zijn blootgesteld aan berichten over virussen, hackers, wormen, bots, phishing, fraude en hoaxes – te paranoïde geworden? Loop ik hier de kans van mijn leven mis om eindelijk stinkend rijk te worden? Je zal het altijd zien…

Wat onderscheidt een goede foto van een mislukt exemplaar? Er zijn uiteraard een handvol technische vereisten: is de belichting goed, staat het onderwerp scherp in beeld, heb je de juiste witbalans gekozen, enzovoort. Maar minstens even belangrijk, zeker bij portretten, is dat het onderwerp goed opgesteld staat. Als je daar niet genoeg aandacht aan besteedt, kan dat zware gevolgen hebben…

chambre

Met dank aan collega R. (intussen ook hier gevonden)

Microsoft doet leuke dingen met Windows Live de laatste tijd. Onderaan in Messenger berichtjes laten verschijnen dat mensen uit je netwerk iets op Twitter hebben gezet – kijk eens aan. Een andere leuke nieuwigheid is ‘Minimize me’,  wat gelukkig niets te maken heeft met dat akelige personage uit de Austin Powers-films. Het is gewoon een site waar je een avatar voor Messenger kunt creëren die (een heel klein beetje) op jou lijkt. Er is een basisfiguurtje waar je je eigen gelaatstrekken aan kunt toevoegen, bijna identiek aan Face Your Manga, dus. 

mini-me1Wat je hier echter ook kan, is de smoel van een celebrity als avatar kiezen. Op zich al een vreemde bezigheid, vind ik. Op Facebook zie je dat ook soms, maar waar slaat het in godsnaam op? Wat zegt dat over jou als je een foto van pakweg Tom Cruise als profielfoto zet? Dat je een fan bent van die kerel? Daar bestaan vele andere en betere manieren voor - zelfs op Facebook. Of vind je dat je erop lijkt en dat je even goed een foto van Cruise kunt gebruiken, want van jezelf heb je er toevallig geen liggen? Of hoop je stiekem dat de mensen zich vergissen en denken: “Wat een knappe kerel is die Jo Vandeurzen toch!”?

 

Maar met die celebrity-avatars voor Messenger is er nog een ander probleem: je herkent nauwelijks wie ze zijn. Ik denk dat Christina Aguilera erbij zit, en daarnaast ook Madonna, Justin Timberlake met zijn onnozel hoedje, Amy Winehouse en Beckham, maar dat is het zowat. Wie zijn in godsnaam die andere lui?

Wellicht is mijn score zo laag omdat een pak van die nitwits alleen in de VS bekend zijn (en laat ons hopen dat dat zo blijft…), maar toch ook omwille van de uitvoering, vrees ik. Dat kan beter, Microsoft. Aan het werk! En zorg meteen voor wat lokale beroemdheden. Waar blijven de avatars van Tom Boonen, Tia Hellebaut, Peter Van de Veire, Erik Van Looy, Wesley Sonck en Yves Leterme?

Volgende Pagina »