090909090909
Tijd om mijn kristallen bol eens boven te halen. Andhi heeft me namelijk gevraagd om eens te laten weten wat ik woensdagochtend zal doen.
Geen alledaags verzoek – als we zo gaan beginnen… – maar woensdag aanstaande is dan ook een speshale dag. Niet alleen omdat “Maya” dan jarig is – en daar nu vast al wat opgewonden over is – maar ook omdat die dag – de 9de van de 9de maand van 2009 dus – om 9 seconden na 9 minuten over 9 uur ’s ochtends de wereld zal vergaan. Of zoiets.
In elk geval zullen veel mensen – nou ja, in elk geval veel mensen met een belangstelling voor computers waarvan de gezondheid betwistbaar kan worden genoemd – naar de klok kijken. Dan kunnen we namelijk de combinatie 090909090909 zien. De gevolgen daarvan kunnen catastrofaal zijn. Stel dat zo iemand net in zijn auto zit en met volle snelheid op een druk kruispunt afstevent? Of erger nog: achter de stuurknuppel van een Boeing 747 (of hoger) die on collision course met iets heel hards zit? Of in een kerncentrale werkt en per ongeluk op een knop duwt die daar alleen staat om er per ongeluk op te duwen, waarna de boel ontploft?
Daarom, beste Andhi, blijf ik woensdagochtend wellicht gewoon thuis. Met de kinderen. In de kelder. Het is niet omdat de milleniumbug een scheet in de fles bleek dat we er nu ook maar gerust op moeten zijn. Ooit raakt ons geluk op. En als het woensdag niet is, dan zou ik op zondag 10 oktober 2010 om 10 seconden na 10 over 10 maar heel voorzichtig zijn…
Journalisten moeten op LinkedIn
Nu we toch bezig zijn. Journalisten moeten niet alleen bloggen en twitteren – of dat tenminste overwegen – maar zeker ook een LinkedIn-profiel aanmaken en onderhouden.
Ik verklaar me nader. Het is de laatste weken wat kalmer op kantoor. Nogal wat journalisten en contactpersonen bij onze klanten zijn met vakantie, en een aantal publicaties waar we veel mee te maken hebben verschijnen niet (zo vaak) in de zomer. Een ideaal moment dus om onze persdatabase nog eens grondig door te nemen en ervoor te zorgen dat alle gegevens up-to-date zijn. Daarbij proberen we geregeld een beroep te doen op LinkedIn, maar valt dat even tegen, jongens. Ik schat dat de helft van alle Belgische journalisten geen LinkedIn-profiel heeft, en dat heel wat van de bestaande profielen nauwelijks worden onderhouden. Journalisten die we vorige week nog aan de lijn hadden blijken volgens LinkedIn nog bij een publicatie te werken waar ze al twee of drie jaar weg zijn.
De voordelen van LinkedIn voor journalisten zijn nochtans overduidelijk. Het is een van de eenvoudigste manieren om een enorm netwerk op te bouwen. En zoals ze zeggen: in de journalistiek is het niet what you know, maar who you know wat telt. Zo’n netwerk kan geweldig helpen bij je research. Ben je bezig met een verhaal over firma X en wil de woordvoerder je niet helpen, dan vind je via LinkedIn binnen de kortste keren wel een aantal werknemers van die firma die in jouw netwerk of dat van een kennis zitten. LinkedIn biedt bovendien allerlei groepen waarvan je je lid kunt maken en waarin discussies worden gehouden die voor de leden van die groep relevant zijn. Toegegeven, het niveau van die discussies is niet altijd indrukwekkend, maar je kunt er gemakkelijk een vraag in kwijt die doorgaans wel wordt beantwoord door een paar mensen. En wil je een antwoord op een heel specifieke vraag, dan is LinkedIn vaak de meest efficiënte manier om een expert te vinden die je daarmee kan helpen. Laat de bezoekers van LinkedIn gerust ook weten waar je mee bezig bent. Het zou niet de eerste keer zijn dat je langs die weg plots een tip krijgt dat je onderzoek een heel eind vooruit helpt of een andere weg uitstuurt.
En zeker niet onbelangrijk: door je LinkedIn-profiel up-to-date te houden (m.a.w. door je huidige job te vermelden en beter nog: je specialisaties op te sommen) vermijd je dat PR-mensen je contacteren met onderwerpen waar je niets mee kunt aanvangen. Of toch een beetje… Uit eigen ervaring weet ik hoe vervelend het is als een PR-verantwoordelijke je belt of mailt met een voorstel dat in de verste verte niets te maken heeft met de zaken waar je gewoonlijk over schrijft. “Hallo, ik zie dat u de mediaspecialist bent van De Standaard, en daarom dacht ik dat u wel geïnteresseerd zou zijn in ons nieuw gamma cd-r’s en andere herschrijfbare media…” (Echt gebeurd!) Uit een onderzoek dat we de voorbije weken hebben gehouden – en waarvan we in de loop van de zomer de resultaten zullen bekendmaken – blijkt dat dit soort zaken nog altijd voor heel wat ergernis zorgt. Ik zeg niet dat LinkedIn het probleem helemaal gaat oplossen, maar het kan alleszins geen kwaad.
Volgende week: Journalisten moeten op Facebook!
Twitter Kills Blogs Dead
Het is hier – om het misdadig zacht uit te drukken – de voorbije maanden een beetje stilletjes geweest. Mijn meest recente post is exact tien weken oud. Dat er intussen geen zoekacties op het getouw zijn gezet, met affiches met mijn kop erop en de tekst “Have you seen this guy?”, is volledig te wijten aan Twitter, waarop ik wel nog actief was. Maar dat is anderzijds misschien ook… de verklaring voor deze onderbreking.
Twitter is de fastfoodvariant van de blog. Bloggen doe je niet meer als je doodop bent, creatief leeggelopen, fysiek niet meer in staat om nog een uur lang achter je toetsenbord te zitten – twitteren wel. Met het gevaar dat je er zoals de eerste de beste hamburgerfreak van begint te leven, en geen tijd meer vrijmaakt voor een gezonde, evenwichtige maaltijd. Ik twitter, dus ik blog niet meer.
Ligt dat aan mij, of zijn andere blogger-twitteraars – het moeten niet altijd priester-dichters zijn, nietwaar? – daar ook vatbaar voor? Om dat te weten te komen, heb ik zowaar een BVLG’ke gedaan en een onderzoek(je) uitgevoerd. Ik heb allerlei lijstjes opgesnord van de meest productieve en populaire twitteraars en ben nagegaan of ze ook een blog hadden. Daar heb ik proberen tellen hoeveel posts ze in mei 2007 (een willekeurig gekozen maand) en in mei 2009 hadden geschreven. Voor de meesten onder hen was dat ook de periode waarin ze Twitter hadden ontdekt of intens begonnen te gebruiken. Dat tellen verliep overigens vrij moeizaam – niet te geloven hoe weinig bloggers een chronologisch archief voorzien!
Enfin, dat leverde deze resultaten op:
Voor wie het graag in een grafiekje ziet:

De wetenschappelijke waarde van mijn kort, nachtelijk onderzoek is natuurlijk nihil. Daarvoor is het aantal gemeten blogs veel te klein en te willekeurig, en ik heb ook geen rekening gehouden met andere factoren dan het gebruik van Twitter. Misschien waren sommigen het bloggen al een beetje beu en is dit een voortzetting van een dalende trend? Misschien had iemand het in mei dit jaar heel druk en in 2007 even niet? Wie zal het zeggen?
Maar ik vind het anderzijds toch frappant. En ik niet alleen. Een tijdje geleden stelde Silicon Valley Watcher vast dat de notoire blogger én Twitterfanaat Robert Scoble zowaar al een hele tijd – nu ja, twaalf dagen (daar lachen wij eens mee) – niets had gepost op zijn blog. Waarop Scoble plots een ommezwaai van jewelste maakte en besloot om Twitter en Friendfeed radicaal af te zweren. Volgens hem zouden die toepassingen overigens een nadelige invloed hebben op “long-term knowledge”. En dus voor een oppervlakkiger web zorgen.
Zoals bijna alles wat Scoble zegt, is het wellicht wat overroepen, maar het bevat volgens mij wel een grond van waarheid. Daarom, Beste Blogger-Twitteraars: Veronachtzaam Uwen Blog Niet! Ga niet altijd voor de snelle wip die Twitter biedt. Werk je ideeën wat vaker uit tot een echte blogpost. Ik zal alvast ook meer mijn best doen. The story of my life…
Journalisten moeten bloggen en twitteren
In Media.com – de vrijdagse bijlage van De Morgen over oude nieuwe media – stond vorige week heel wat lekkers: interviews met de oprichters van Twitter, Vint Cerf, Jo Caudron (websitebouwer, Taliban-strijder en boomkweker inéén) en de Adnerds. Ook het interview met Jeff Jarvis, de auteur van “What Would Google Do?”, was bijzonder leerrijk. Zeker als hij dingen zegt zoals:
In een economie waarin individuen steeds belangrijker worden, moet je als journalist een eigen meerwaarde creëren. Begin een blog, start een videokanaal of deel je ideeën via Twitter. Een journalist moet naam maken. De kans is immers groot dat hij of zij binnenkort zonder werk zit en dan is die naam het enige wat nog overblijft.
Misschien is zijn pessimisme wat overdreven en ingegeven door de ronduit dramatische situatie in de VS, waar dit jaar al circa vier keer zoveel journalisten zijn ontslagen als er hier in België rondlopen. Maar in wezen maakt dat niet uit. Social media – blogs, Facebook, Twitter en konsoorten – knibbelen steeds meer aan het marktaandeel van de klassieke media, en deze communicatievormen zijn inderdaad veel persoonlijker dan hun oudere broertjes. Wie iets schrijft (of fotografeert, of presenteert, of twitter, etc.), wordt stilaan belangrijker dan waar iets verschijnt. Wie blogt, is dus in het voordeel. Je zou dus geneigd zijn Jarvis’ oproep aan journalisten om te bloggen en te twitteren bij te treden.
Alleen: wat als élke journalist nu begint te bloggen? Hoe maak je naam tussen al die duizenden anderen? Dat wordt een immens gevecht om de strijd voor de aandacht van het publiek. Wordt de verleiding dan niet heel groot om te scoren door middel van sensationele berichten, waarbij men “creatief omspringt met de werkelijkheid”? Toegegeven: dat gebeurt nu al. Maar de klassieke media zijn collectie creaties, waar dus ook een vorm van sociale controle bestaat. Zal het zelfregulerende karakter van het internet volstaan om te vermijden dat dit een gewoonte wordt? En belangrijker misschien: wanneer is het online leespubliek talrijk genoeg opdat al die bloggende en twitterende journalisten een achterban kunnen opbouwen die iets voorstelt? Wie nu nog naam moet maken op Twitter of via een blog, zal merken dat het vrij traag gaat om je lezerspubliek op te bouwen. Tenzij je Oprah Winfrey heet, natuurlijk…
Bij de Belgische journalisten is Twitter alleszins nog niet doorgebroken. Hier is geen wetenschappelijk onderzoek aan voorafgegaan, maar volgens mij zijn dit bijvoorbeeld de enige Belgische journalisten met een Twitter-account:
1. Jozef Schildermans – http://twitter.com/jozefs
2. Kristof Van der Stadt – http://twitter.com/Stoffel
3. Frederik Tibau – http://twitter.com/frederiktibau
4. Raphael Cockx – http://twitter.com/rcockx
5. Koen Vervloesem – http://twitter.com/koenvervloesem
6. Andy Stevens – http://twitter.com/Andhi
7. Jan Martynowski – http://twitter.com/martynowski
8. Bart Van Belle – http://twitter.com/bartvanbelle
9. Pieter Suy – http://twitter.com/pietersuy
10. Bart Goossens – http://twitter.com/mbargo
11. Ben Serrure – http://twitter.com/BenSerrure
12. Jibbe Van Oost – http://twitter.com/JibbeVO
13. William Visterin – http://twitter.com/wvvisterin
14. Bram Souffreau – http://twitter.com/kapingamarangi
15. Ludovic Vanhee – http://twitter.com/ldvcvh
16. Dominique Deckmyn – http://twitter.com/ddeckmyn
17. Brecht Decaesteecker – http://twitter.com/brechtdc
18. Ivan De Vadder – http://twitter.com/vadderi
19. Kristoff Tilkin – http://twitter.com/ktrane
20. Hannes Coudenys – http://twitter.com/hannes_nieuwsbe
21. Pieter Dumon – http://twitter.com/pdumon
22. Damien Van Achter – http://twitter.com/davanac
23. Stefaan Anrys – http://twitter.com/mo_zuidafrika (tijdelijk account, maar alla)
24. An Olaerts – http://twitter.com/tanteannie
25. Béa Ercolini – http://twitter.com/beaercolini
26. Pieter-Jan Van Leemputten – http://twitter.com/pieterjanvl
27. Myriam Leroy – http://twitter.com/My_L
28. Melanie De Vrieze – http://twitter.com/mdevrieze
29. Els Bellens – http://twitter.com/ebellens
30. Karl Vannieuwkerke – http://twitter.com/Vannieuwkerke
31. Karen Van Godtsenhoven – http://twitter.com/KarenVG83
32. Monica Monté – http://twitter.com/sart68
33. Stefan Grommen – http://twitter.com/sgrommen
34. Stefaan Werbrouck – http://twitter.com/swerbrou
35. Roland Legrand – http://twitter.com/RolandLegrand
36. Olivier De Doncker – http://twitter.com/odedoncker
37. Jan Debackere – http://twitter.com/jandebackere
38. Tom Van de Weghe – http://twitter.com/tomvandeweghe
39. Eric Goens – http://twitter.com/ericgoens
40. Jeroen Wils – http://twitter.com/jeroenwils
41. Hans De Ridder – http://twitter.com/hansderidder
42. Jamie Biesemans – http://twitter.com/jamiebiese
43. Sam Feys – http://twitter.com/samfeys
44. Stef Gyssels – http://twitter.com/stefgyssels
45. Philippe Coppens – http://twitter.com/phico
46. Davy Geens – http://twitter.com/davygeens
47. Lesley Demuynck – http://twitter.com/pacman77
Van sommigen is niet helemaal zeker of ze wel zijn wie ze beweren te zijn, en andere zijn dan weer passieve accounts, bedoeld om andere twitteraars te volgen, maar niet om zelf iets te verkondigen. De overmatige vertegenwoordiging van computerjournalisten bewijst dat de doorsnee-journalist allesbehalve overtuigd is van het nut van Twitter. Alleen de toekomst zal uitwijzen of dat terecht is, natuurlijk. Maar als ik journalist was, zou ik toch al beginnen te experimenteren met blogs en twitteren. Nu je nog de keuze hebt…
Update dd 5/9: naam toegevoegd en de aanvullingen van de voorbije weken gewoon onder de oorspronkelijke lijst gezet, zodat het een beetje overzichtelijk blijft.
Update dd 28/9: drie namen ineens toegevoegd.
Update dd 13/10: vier namen toegevoegd, maar ook twee geschrapt, wegens geen journalist meer:
- Davy Vandevinne – http://twitter.com/davyvandevinne
- Mateusz Kukulka – http://twitter.com/Mateusz
Update dd 28/10: nog eens vier namen toegevoegd.
PR for Dummies: te mijden
Bij nader inzien moet ik mijn oordeel over PR for Dummies bijstellen, vrees ik. Mijden, die handel. Een persbericht dat de auteur aanhaalt als een goed voorbeeld (uiteraard van zijn eigen hand), begint met:
Every year, over four thousand children are killed unnecessarily by guns. (…)
Fijn dat men in dat soort statistieken een onderscheid maakt tussen de kinderen die “onnodig” sterven en… tja, degene waarvan het wel de bedoeling is, of zo?
Verwend door digitale televisie
Ik stel tot mijn ontstentenis ontsteltenis (cfr. comments) vast dat wij intussen al bijna 2,5 jaar digitaal tv-kijken. Geen wonder dat het intussen al zo’n gewoonte geworden is. Ik vrees zelfs dat ik het al wat teveel gewoon ben. Als ik tegenwoordig elders iets op tv zie en ik heb een stukje gemist of iets niet goed begrepen, dan heb ik altijd de neiging om te vragen om eens terug te spoelen. Ook als ik bij de Chinees wacht op mijn bestelling, of bij vrienden die nog niet digitaal kijken, bijvoorbeeld.
Erger nog: ik heb dat ook met de radio. Als ik in de auto zit, dan let ik niet altijd goed op wat er wordt gezegd omdat ik ervan uit ga dat ik kan terugspoelen. En dan is het altijd even pijnlijk vaststellen dat die knop op mijn autoradio ontbreekt…
Nog even en ik heb het ook met mensen. “Tater maar door, vriend, als ik iets interessants hoor, spoel ik je wel terug.” Moet kunnen!
Gaming Twitter
Of je het nu leuk vindt of niet, social media worden steeds vaker ingeschakeld voor commerciële doeleinden. Bedrijven gebruiken Facebook om volk te lokken naar PR-stunts, op Youtube duiken steeds vaker geestige filmpjes op die uiteindelijk reclamefilmpjes blijken te zijn, en ook Twitter ontsnapt uiteraard niet aan deze trend. Dat kan interessant zijn – wie problemen heeft met zijn Dell-computer, moet dat maar melden op Twitter of er hangt al iemand van de helpdesk aan de lijn – maar vaak is dat met minder inspiratie en ziet men Twitter als het zoveelste marketingvehikel.
Bedrijven of experts die Twitter willen gebruiken om potentiële klanten te ronselen moeten er natuurlijk voor zorgen dat ze “gehoord” worden. Dat betekent: zoveel mogelijk “volgelingen” zien te verzamelen. Als je, zoals ik bijvoorbeeld, zorgvuldig een netwerkje hebt opgebouwd van enkele tientallen sympathieke, beleefde en fris geschoren Twitter-gebruikers (man/vrouw), dan is je impact natuurlijk beperkt. Hoewel daar uiteraard nog discussie over bestaat – sommigen stellen, misschien terecht, dat het niet uitmaakt hoeveel mensen je volgen, maar wie de mensen zijn die je volgen – wordt algemeen aanvaard dat je massa’s volgelingen moet hebben om efficiënt te twitteren. En daar loopt het vaak fout.
Er zijn verschillende manieren om aan veel volgelingen te geraken: héél interessant zijn, beroemd zijn, veel leuke replies posten op berichten van mensen met veel volgelingen (zodat hun volgelingen ook jouw posts zien en hopelijk benieuwd zijn naar wat je nog zoal te vertellen hebt), een mailing uitsturen naar al je LinkedIn-contacten, enzovoort.
Je kunt natuurlijk ook schandelijk misbruik maken van de Twitter-etiquette, waarbij je verondersteld wordt iedereen te volgen die aangeeft dat hij/zij jou volgt. “Gaming twitter” heet dit fenomeen blijkbaar, wellicht best te vertalen: met grof geschut op Twitter-volgelingen jagen (of Twitteraars als grof wild beschouwen, natuurlijk).
Neem bijvoorbeeld een zekere Martin, aka @yerfolin. Die man twittert sinds 3 maart en heeft vandaag al 1.386 volgers. Omdat hij zo’n interessante twitteraar is? Niet echt, hij heeft trouwens nog maar… 10 berichtjes gepost. Het grootste deel van zijn tijd heeft hij besteed aan het volgen van andere twitteraars, ruim 2.000 stuks. Meer dan de helft daarvan heeft gedaan wat hij ervan verwachtte: hem ook toegevoegd in hun lijstje van twitteraars die ze volgen. Benieuwd of ze al erg hebben genoten van zijn 10 berichtjes… Overigens lijkt het me onwaarschijnlijk dat hij van die 2.000 twitteraars die hij volgt ook maar één bericht leest. Ik volg 83 andere twitteraars, waarvan een kwart zelden of nooit een bericht plaatst, maar met de rest heb ik al leesvoer genoeg. Dus 2.000 kwetterende zielen…? Nee, bedankt. Geef mij portie maar aan Martin.
Vergelijkende reclame
Sinds de wet toestaat dat je in reclame op een objectieve manier je product vergelijkt met dat van een concurrent hebben we daar eigenlijk nog maar weinig voorbeelden van gezien. Op de Amerikaanse televisie zie je namelijk geregeld spots waarin auto X sneller, zuiniger of goedkoper wordt genoemd dan auto Y, enzovoort. De Vlaming is daar blijkbaar niet erg vatbaar voor. Het is natuurlijk altijd een zwaktebod, jouw waren aanprijzen door die van een ander minderwaardig te noemen.
Nee, als we dan toch naar concurrenten verwijzen in reclame, dan liever op deze manier.
Een veel te bekend biermerk denkt te scoren met deze clip:
Maar een concurrent maakt daar dit van:
Als rechtgeaarde Vlaming én bierliefhebber kan ik zoiets uiteraard alleen maar toejuichen. Al zou ik met mijn oordeel misschien beter wachten tot ik eerst dat andere bier eens heb gedronken…
Met dank aan collega M.!
PR for dummies… and smarties
Op het gevaar af zo labiel als een bezopen steltloper over te komen, moet ik bekennen dat ik dit heen-en-weer geslinger tussen pers en PR eigenlijk wel leuk vind. En leerrijk, bovendien. Meer nog: mocht elke journalist ooit een tijdje in een PR-functie hebben gewerkt, en elke PR-verantwoordelijke ooit een tijdje op een redactie hebben gezeten, dan zou iedereen zijn werk veel beter doen. Rotsvast van overtuigd.
Wat niet wil zeggen dat het een vereiste of een garantie is. Toen ik een paar maanden geleden samen met een Ierse partner een opleiding ging geven in Spa, hebben we de avond ervoor gezellig zitten leuteren over PR, de pers, politiek en Bono (dat heb je met die Ieren, hé?). Onze conclusie: een ex-journalist is niet per definitie een goede PR-adviseur. Want niet iedereen is bewust met zijn vak bezig, niet iedereen ziet – vaak door tijdgebrek – de machinaties die kaderen in een grote PR-strategie. Anderzijds heb je heel wat communicatiespecialisten die nog geen bericht voor de gebroken-armen-en-benen-rubriek bij elkaar zouden kunnen pennen, maar wel verdomd goed weten wat werkt en wat niet werkt in PR.
Om niet louter vanuit mijn eigen – in mijn ogen veel te beperkte – praktijkervaring te puren, school ik me graag wat bij. Lectuur genoeg op kantoor. PR for Dummies staat er in de boekenkast. Waarin zowaar het advies prijkt: “Call up on every press release you send. Call, and call again, until you get result.” Yip, echt iets voor dummies. Ter verdediging van het boekwerk: het dateert van 2001, toen e-mail dus nog niet zo wijdverspreid was als nu (en er van LinkedIn, Facebook en godbetert Twitter dus nog geen sprake was). Persberichten moesten toen nog met de Post worden verstuurd, waarvan de betrouwbaarheid laat ons zeggen “interessant” was.
Veel betere lectuur, tenzij je voor een reclamebureau werkt tenminste, is The Fall of Advertising and the Rise of PR van Al & Laura Ries. Dit boek kun je in twee zinnen samenvatten: adverteren werkt niet meer, tenzij als kunstvorm of om bestaande ideeën te bestendigen. Om nieuwe ideeën te verspreiden of te creëren, moet je PR gebruiken. De rest van het boek bestaat uit honderden voorbeelden van die stelling, het ene al wat correcter als het andere. Allemaal heel cassant, maar daardoor uiteraard ook wat eenzijdig geformuleerd.

Als je op zoek bent naar heel correcte praktische informatie, is Making News van de ex-journalist David Henderson een aanrader. Wat ik er vooral van heb overgehouden, is vooral de bevestiging van een een aantal zaken :
Het belang van persoonlijke contacten met de journalisten die voor jouw bedrijf of klant relevant zijn is onmogelijk te overschatten. Journalisten die je persoonlijk kennen, gaan veel sneller luisteren naar wat je te zeggen hebt, zo simpel is het. Daarbij komen ook social media, zoals Facebook of Twitter van pas: die kunnen helpen om je relatie met journalisten te onderhouden of op te bouwen. Net zoals je vrienden of je toffe ex-collega’s met wie je zeker nog iets ging gaan drinken toen je afscheid van hen nam, komt het er veel te weinig van om hen in het echt tegen het lijf te lopen. (Noot aan al mijn ex-collega’s: dat ik met jullie op deze manier converseer, staat hier natuurlijk los van
).
Hou altijd een open, gemoedelijke vorm van communiceren aan – altijd. Zelfs de grootste bedrijven hebben de neiging om korzelig, terughoudend, zelfs vijandig te reageren als ze worden bekritiseerd – wadda mistaaike to maaike! Hoe groot of sterk of succesvol je ook beweert te zijn, door zo te reageren, word je als zwak of klein gezien.
Het belang van eye candy: een goede foto (maar dan ook een écht goede foto) kan heel mooie coverage opleveren. Iedereen weet het, maar we vergeten het voortdurend. Volgens Henderson is dit “vooral interessant als het onderwerp moeilijk te verwoorden is of op zich niet zo aantrekkelijk is voor de journalist”. Ideaal voor de IT-sector, dus…
Een mooie tip om af te sluiten: schrijf elk persbericht alsof je een artikel voor de voorpagina van een krant aan het schrijven bent.
Gelukkig geldt dit niet voor blogposts.




