Ik schat dat in ruwweg de helft van alle interviews over zakelijke IT-projecten op een gegeven moment het wonderlijke begrip “cloud computing” valt. Het is veruit de stomste term die de computersector – die in deze nochtans een indrukwekkend palmares kan voorleggen – ooit heeft voortgebracht. Op een schier misdadige manier gesimplificeerd, komt het erop neer dat de computerprogramma’s van bedrijven niet langer draaien op de servers van het bedrijf zelf, maar ergens op een datacenter – hele zalen vol superkrachtige computers die via een snelle internetverbinding verbonden zijn met de bedrijven die er gebruik van maken – die gerust aan de andere kant van de wereld kunnen staan. Iedereen die zijn mail leest op Gmail.com of Hotmail.com doet met andere woorden een beetje aan cloud computing.

Maar daar wou ik het eigenlijk niet over hebben. Wel over de manier waarop medewerkers van IT-bedrijven zich vaak in duizend  bochten tegelijk wringen om de materie aan leken uit te leggen. Echte IT-specialisten gruwen namelijk van de simplificatie die ik hierboven gebruikte. Want het is niet helemaal correct, en als het niet helemaal correct is in IT, dan werkt het niet. Zo simpel is het voor hen. Als elke 0, x, >, % of = op de juiste plaats moet staan, dan wordt dat een mentaliteit, vermoed ik. Helaas maakt het er de communicatie met IT-experts niet eenvoudiger op.

Door de beurscrisis is de discussie er zowaar nog wat ingewikkelder op geworden. Critici van cloud computing werpen namelijk vaak op dat heel wat bedrijven nooit ofte nimmer hun computersystemen – inclusief de vaak gevoelige informatie over klanten, producten of zelfs concurrenten – gaan toevertrouwen aan een of ander bedrijf dat men enkel kent via de website en wat e-mails. De verdedigers van cloud computing hadden een geweldige analogie ontdekt om die kritiek te counteren. “Waar bewaar jij je geld?”, vroeg zo iemand dan. “Dat vertrouw je toch ook toe aan een bedrijf – soms zelfs maar een website – dat je nauwelijks kent? Sommige bedrijven hebben miljoenen dollars reserve op de bank staan – waarom zouden ze dan hun klantendatabase en e-mailsysteem niet aan een ander overlaten?”

Afgelopen donderdag hoorde ik een kerel van SAP deze “line of defense” nog gebruiken. Maar gelukkig was deze man niet de doorsnee-robot die je in deze sector helaas maar al te vaak tegen het lijf loopt, en had hij genoeg werkelijkheidszin om zichzelf te onderbreken met een gortdroog “Gee, that line used to work a whole lot better around a week ago…”