Voor onze klanten hebben we alles over – zelfs een trip naar Luxemburg. Ook na een dag die aaneenhangt van de meetings, en zélfs als wind en regen ons van de weg proberen te vegen.

Zo kwamen de fotograaf en ik dinsdagavond aan in Strassen, met nog net genoeg fut om ons naar de dichtstbijzijnde Italiaan te slepen. La Luna, heette het etablissement, waar vreemd genoeg een Oosterse jongedame en een donkere collega ons verwelkomden. Het menu en de wijnkaart waren ook best aantrekkelijk, maar helaas bleken enkel de escalopes en een verrassend geneeskrachtige Bardolino voorradig. Strassen loopt vól liefhebbers van de Italiaanse keuken, dat zie je zo.

Onze ebbenhouten dienster bleek ook nog in België te hebben gewoond.
“Chaussée de Charleroi, zestien jaar. Mijn ex-man woont er nog altijd. Daarom zit ik nu hier.”
“In Luxemburg.”
Eh oui. In Luxemburg.” Zucht. “Maar het valt hier echt wel mee, hoor. Alleszins beter dan Brazilië, waar ik vandaan kom.” Ze noemt een stad. Nog nooit van gehoord. Zo zijn er wel meer in Brazilië, vermoed ik.
“Mijn familie woont er nog altijd. Mais c’est grave, là-bas. Twee weken geleden is mijn broer er doodgeschoten.”
De fotograaf en ik kijken elkaar aan. Zei ze nu net: “Ik heb deze middag een nieuwe broek gekocht.”? Of was het “Overdag rijden hier veel vrachtwagens langs.” Wat zo klonk het alleszins. Zo losjes, emotieloos.
Eh oui. Hij stond in een bar toen er van op straat werd geschoten.” Ze wijst behendig verschillende delen van haar anatomie aan. “Des balles ici, ici, ici et ici.” Alsof ze er vlak naast had gestaan.
Eh oui. Mijn moeder heeft al zoveel meegemaakt. Daar wil ik ooit eens een boek over schrijven. Een broertje van me is gestorven toen hij zes maanden oud was. Vergiftigde melk, wat doe je eraan?”
Dat was twee.
“En een ander broertje is vlak voor onze deur doodgereden door een jeep. Zijn kop vloog langs één kant, zijn lijf ging een andere kant uit. Ik herinner me nog dat het bloed – zijn bloed – in mijn ogen spatte.”
Er was ook nog een vierde broer, maar ik ben al vergeten hoe die aan zijn einde is gekomen. Vast niet in zijn slaap. Nee, Luxemburg was halfway to paradise, als je die verhalen hoorde.

Toen ze even werd weggeroepen, keken de fotograaf en ik elkaar een tijdje aan. Was dit nu echt zo’n dieptragische figuur, of speldde ze ons wat op de mouw? Onmogelijk te zeggen. Voor alle zekerheid hebben we maar snel afgerekend.

Voor ze over haar zusters kon beginnen.