Volgens de Vlerick Management School zijn medewerkers te kort voor onze bedrijven, zeker voor de groeiende bedrijven. Klinkt logisch, natuurlijk. Een gouden tip als je gaat solliciteren: draag stelten.

Of proberen de vlerken van Vlerick ons een groeimiddel te verpatsen? Dat zou de slogan “we develop what’s already inside you” enigszins verklaren. Al zou het ook kunnen dat ze zich aan het bekwamen zijn in de kweek van griepvirussen. Wie zal het zeggen?

Nooit veel moeten weten van die Vlerick-boys, eigenlijk. De brave man die Vlerick Magazine maakte, heeft me er een paar keer naartoe gestuurd toen ik nog freelancete. De eerste keer ben ik er iemand gaan interviewen met een enorme kater onder de lendenen (ikzelf, niet de persoon die ik moest interviewen), met een… euh, navenant resultaat. Daarna ging het een paar keer goed (nou ja, redelijk goed toch), tot ik er een prof moest interviewen die al eens een IT-expert wordt genoemd. Ik betwijfel of de man ooit al vijf regels code heeft geschreven, maar je weet hoe dat gaat: een handvol dure woorden, een onderzoek dat niemand voldoende kan schelen om na te gaan of het wel grondig uitgevoerd werd en een paar conclusies die zo vaag en ingewikkeld zijn dat je er alle kanten mee uit kan.

Dat interview duurde – ruw geschat – drie minuten. Toen klonk het van achter zijn imposant bureau, in een ergerlijk pedant toontje: “Jongeman, wat voor vragen stelt u daar allemaal? Wat u me eigenlijk hoort te vragen, is dit, en dat, en nog wat.”
“Ok,” antwoordde ik zo diplomatisch mogelijk. “Daar kunnen we straks op terugkomen. Maar ik heb een aantal vragen voorbereid waarop het antwoord me nodig lijkt om een artikel over dit onderwerp te schrijven. En aangezien ik het artikel moet schrijven, zou ik toch…”
“Geen sprake van, jongeman!” Wéér dat toontje. “Ik zal wel beslissen wat er allemaal in dat artikel zal komen. Noteer! In de eerste plaats…”

Maar toen stond ik al terug op de parking. Ik herken een hopeloos geval als ik er een zie. Dat was ook mijn laatste poging om hetgeen die lui daar uitvoeren te combineren met journalistiek.

Een fotograaf die vaak meeging om een portret te maken van de geïnterviewden zag er ook vaak tegenop. “Het zijn allemaal valieskes”, legde hij me ooit uit. “Er zit niets in, of overal hetzelfde, het maakt niets uit. Het zijn gewoon valieskes. Kun jij een portret maken van een valieske?”