Spam is een probleem, dat geef ik grif toe. Maar de persberichten over spam die hier binnenkomen, beginnen toch ook stilaan op mijn zenuwen te werken. Sinds eind april, tel ik net, zijn er in de centrale mailbox hier ten kantore zo’n 34 persberichten binnengelopen waar het woord “spam” in voorkwam. Dat is dus om de twee dagen – eigenlijk zelfs vaker omdat je de weekenddagen niet mag meerekenen.

En wordt het probleem er minder… euh, problematisch op? Nee, dus. Het enige wat softwarebedrijven die zich proberen te onderscheiden als spambestrijders lijken te doen, is lawaai maken. De pers ophitsen, zodat het lijkt alsof het einde van de wereld nabij is. Of toch ongeveer.

Maar we laten ons niet vangen, heb ik indruk. Hoe vaak verschijnen er artikels over spam? Geen twee per dag, dacht ik zo. En waarom niet? Omdat er behalve het ridicule geblaat – “Er zijn spamberichten gesignaleerd die inspelen op de economische teruggang!”, “Die gebruik maken van Google Docs!”, “Op het EK Voetbal!”, “Op de huidige celebritycultus!”, enzovoort – nauwelijks iets zinnigs wordt gesignaleerd. De gretigheid zou je haast toewijzen aan pogingen van de fabrikanten om door middel van sensationele artikel(tje)s in de pers de vraag naar hun producten op te drijven. Maar zo zijn we niet, natuurlijk.

Het bewijs dat spamfilters niet werken? Dit soort persberichten komen er nog altijd door. En dat zou niet mogen.