Nu komt het er natuurlijk nooit meer van. De voorbije jaren – ik weet bij benadering niet hoelang dit spelletje al duurde – was het elk jaar weer hetzelfde liedje: telkens als de uitreiking van de Nobelprijs voor de literatuur naderde, werd de experts weer maar eens dezelfde vraag voorgelegd: krijgt-ie ‘m of krijgt-ie ‘m niet? Ik kan me voorstellen dat Claus dit fenomeen aanvankelijk nog vrij amusant vond, maar na een tijdje begon het hem vast flink op de zenuwen te werken. Alsof die prijs zijn hoogste ambitie was, het ultieme doel in zijn leven, dat zónder die bekroning dan toch niet zoveel waard zou zijn. Dat circus is nu voorbij – of wordt de Nobelprijs ook postuum uitgereikt?

In Nederland hadden ze Prins Claus (niemand die daar erg blij mee was), maar Hugo was ontegensprekelijk Koning Claus, de Supreme Commander van de Vlaamsche Letteren, de Keizer van de Hardcover. Kwam dat door de omvang van zijn oeuvre? Door zijn levenswandel? (Als jonge snaak in Parijs de kunstenaar gaan uithangen, Sylvia Kristel aan de haak slaan – daar hadden de oer-Vlaamse leraar-schrijvers van zijn generatie niet van terug.) Door zijn veelzijdigheid? (Behalve romans schreef hij ook gedichten, theater en filmscenario’s, en regisseerde hij en schilderde hij erop los. Volgens Jan Hoet was Claus geen onaardig schilder. “Allez, toch niet voor een schrijver.”, meende ik hem op de radio horen te zeggen.)

Of… wegens gebrek aan noemenswaardige concurrentie?

Ga maar na: wie volgt hem op aan de top? Wie is nu de beste Vlaamse nog levende schrijver? Uw antwoord op een gele briefkaart, graag. Liefst in stafrijm. Over rijmen gesproken: als ik Claus’ gedichten las, zat ik vaak al na vijf regels met mijn gedachten elders (meestal in onkuise regionen, maar dat zijn uw zaken niet). Maar als hij ze voorlas, gebeurde er iets wonderbaarlijks. Met die zware, doorleefde, onzekere en toch sonore stem van hem kon hij zijn gedichten vreemd genoeg doen zinderen van het leven. Zeker live – ik heb hem één keer meegemaakt op een 8 Beaux Forts of ander poëzie-evenement van het type waar ik al lang niet meer naartoe ga – was dat een hele belevenis.

Schluss damit. Point final. Tip-toe through the tulips, Hugo.