Even voorspelbaar als de beelden van schoolkinderen met zware boekentassen in het avondnieuws op 1 september en die van met schreeuwlelijke chrysanten zeulende oudjes op 1 november, zijn de berichten over Google Zeitgeist rond eindejaar. Wat begon als een kunstje waarmee de makers van die griezelig efficiënte zoeksite hun analytische knowhow konden demonstreren, is stilaan een klassieke PR-actie geworden. (Naast het winnen van de Site van het Jaar-verkiezing van Clickx, natuurlijk) Dit jaar werd de Belgische pers zelfs voor het eerst getrakteerd op een specifiek lijstje voor ons land (en dat zelfs zonder een regering die Google daartoe kon aansporen – zou de koning ook in deze materie zelf het initiatief hebben genomen?).

Meer dan een lijstje is het eigenlijk niet, maar door er een duur woord als “Zeitgeist” op te plakken, krijgt het meteen al wat meer gewicht. Kranten en tijdschriften nemen het gewillig over en versterken zo het imago van Google als een cultureel fenomeen. “Een lijstje van de meest gebruikte zoeksite ter wereld, dat moet wel relevant zijn”, is de achterliggende gedachte. “Het is een gedroomde manier om te weten te komen wat de planeet bezighoudt.”

Maar we dwalen. Google Zeitgeist vertelt ons natuurlijk welke zoektermen het vaakst (en ook een beetje: vaker dan vroeger) werden ingevuld – maar ook niet meer dan dat. Geeft dit werkelijk de huidige zeitgeist weer? Is dit zelfs een indicatie van wat de modale internetgebruiker bezighoudt? Gaan kardinaal Danneels en Inge Vervotte op kerstavond in hun blote flikker de lambada dansen aan de voet van de Sint-Romboutstoren?

Kijk maar naar de zoektermen in de top-tien.  Heeft iemand van jullie dit jaar ook maar één van deze woorden ingetikt? “Youtube”, iemand? “Video”? “HLN”, misschien? Zowat de helft van de zoektermen zijn de namen van sites, waarop je meteen zou uitkomen als je er .com of .be aan toevoegt. (By the way: ik kon een tijdje geleden eens een lijstje met populaire zoektermen op Windows Live Search inkijken en daar stond op één zowaar… “Google”. Héérlijk ironisch, niet?)

Wie het lijstje nog eens overloopt, herkent er vast enkele termen in die zijn grootouders of achtjarige neefje wel eens zou durven intikken. Blijkbaar is de groep beginnende internetgebruikers flink oververtegenwoordigd in het lijstje van Google. Is het omdat er zoveel van zijn? Is het omdat ze zo vaak dezelfde, eenvoudige zoektermen invullen, terwijl gevorderden doorgaans ingewikkelder zoekopdrachten ingeven? (“original quote german humour is no laughing matter”, bijvoorbeeld – niet dat het iets heeft opgeleverd, overigens) Wie zal het zeggen?