Pfff, ik voel me vanavond net ietsje minder fier om een Gentenaar te zijn, met dat onnozel verbod op hoofddoeken. En ik niet alleen, blijkbaar. Tot vanavond konden we – vooral als er verkiezingen werden gehouden – de rest van het land nog een flinke “Eat this, motherfuckers!” toewerpen wat politieke zeden betrof. Paars heeft de laatste jaren veel goeds gedaan in Gent en iedereen was dan ook blij dat de coalitie na de laatste gemeenteraadsverkiezingen in het zadel bleef. Verzinnebeeld in de innige omhelzing tussen Freya Van den Bossche en Guy Verhofstadt in het stadhuis. Ik zweer het je: als de VRT daar niet met een cameraploeg had gestaan, waren die twee gewoon beginnen muilen van contentement. (Nee, dat is geen schrijffout, ik bedoelde helemaal niet “huilen”). Tegelijk kreeg het Bruine Kliekje er hier geregeld van langs, zodat we ons op den duur misschien een beetje moreel superieur begonnen te voelen.

Vanavond stond er blijkbaar een reality check op het programma. Terwijl er tal van prangende sociale en economische kwesties moeten worden aangepakt, gaan we ons een beetje bezighouden met een dress code voor stadspersoneel. Kan het mij een lor schelen dat iemand een hoofddoek, een keppeltje, een tulband of – voor de die hards – een doornenkroon op zijn kop heeft als ik aan zijn of haar loket of bureau goed wordt bediend? Nee, een perfect neutrale sufkop die je behandelt als een mayonaisevlek die hij maar niet uit zijn broek krijgt, dat is wel een toonbeeld van “goed bestuur”, zeker?

Zouden de liberalen die hieraan hebben meegedaan zo vriendelijk willen zijn om eens in een woordenboek op te zoeken wat dat betekent? Dat ze hiervoor hebben samengespannen met de tsjeven, is nog enigszins begrijpelijk – die coalitiegesprekken beginnen al snel slechte gewoontes op te leveren – maar dat ze ook doodleuk het Bruin Kliekje in de armen sluiten om gemoedelijk weer een stapje richting negentiende eeuw te zetten, is gewoon zielig.

Voor een land dat bekend staat om zijn uitstekende modeontwerpers is het eigenlijk wel een beetje lullig, nietwaar? In hun collecties komen oranje en blauw vast even vaak voor als pittige oneliners in een speech van Jo Vandeurzen. En als je daar nog bruin in begint te mengen, wordt het pas helemaal een hoopje kots.