Baby aan boord

Zo’n zeemzoeterige ‘Baby aan boord’-sticker volstaat blijkbaar niet meer. Tegenwoordig hangen kersverse ouders de hele achterruit van hun auto vol met de blijde boodschap dat ze zich op de openbare weg begeven met hun doorgaans onnozel gedoopte uk op de achterbank. Is het jou ook niet opgevallen dat het zelden de papa’s of mama’s van Jan, Louis, Jefke, Thomas of godbetert Milan zijn die zich hieraan bezondigen? Nee hoor, dit soort praktijken is vooral populair bij de mensensoort die het nodig vindt om hun kind Kaluha, Zindy, Eusabie of een andere benaming van buitenaardse oorsprong cadeau te doen.

Waarom ze dat doen – die belettering, dus – is me absoluut een raadsel. En ik ben nochtans zelf een (bij momenten) trotse ouder van twee. Die ‘Baby aan boord’-sticker kreeg je vroeger automatisch van Kind & Gezin zodra je een kind ter wereld bracht, als ik me niet vergis. Misschien dachten nogal wat mensen dat het verplicht was om die “op een duidelijke plaats aan te brengen op het voertuig waarmede de pasgeborene werd verplaatst”?

Maar wie haalt het in zijn hoofd om naar zo’n letteringbedrijf te stappen met de vraag om de aanwezigheid van hun kroost middels letters van pakweg vijftien centimeter groot kenbaar te maken? Is dat om altruïstische redenen, en willen ze hiermee met name de elementair geschoolde pedofiel ter wille zijn? “Volg mij, ik stop vast wel ergens waar ik mijn schattige baby wel even ondoordacht zal achterlaten.” Is het pure trots, omdat ze erin geslaagd zijn om wat zaad in het daartoe voorbestemde recipiënt te storten en dan voldoende geduld aan boord te leggen tot er iets toonbaars uitkwam? Geef toe: dat is iets wat de hele wereld moet weten, niet?

Ik vrees dat de motivatie minder zuiver is. Als je een paar keer achter zo’n auto in de file hebt gesukkeld of door de stad hebt geschuifeld, dan weet je dat hiermee eigenlijk wordt bedoeld: “Hé, jij daar achter me. Ik wou je gewoon maar even laten weten dat ik doodsbenauwd ben dat mijn zorgvuldig gekweekte kroost iets zal overkomen in het verkeer, waardoor ik van plan ben om ultratraag op te schieten, aan kruispunten zal wachten tot er zelfs uit naburige wijken geen auto’s mijn richting uitkomen en er niet aan denk om fietsers voorbij te steken. Bovendien zou het wel eens kunnen dat ik de inrichting van de kinderkamer uitvoerig zal bespreken met mijn partner (goh, we geraken het maar niet eens over het behang – nemen we nu vliegtuigjes of olifantjes? Moeilijk hoor!) en dat ik daardoor misschien al eens voor een groen verkeerslicht zal blijven staan tot het weer oranje word. Gelieve me dat niet kwalijk te nemen. En ook niet om met behulp van uw claxon uw ongenoegen kenbaar te maken, want ons Kaluha/Zindy/Eusabie/… slaapt. Misschien.”

Stop daarmee. Echt waar. Alsjeblieft.