Treinramp

Waar? Waar?

In Nederland.

Wanneer? Wanneer?

Zowat altijd als ik er eens langs den ijzeren weg passeer, verdorie.

Ik moest vandaag in Utrecht zijn. Uiteraard onder invloed van de zoveelste fantastische “Wat is uw excuus?”-campagne laat ik de auto thuis en neem ik de trein. Twee keer drie uur sporen, maar goed, er kan intussen wat gewerkt worden, denk je dan.

Dat laatste klopt al niet, want je moet ook overstappen en je komt op treinen terecht waar geen zitplaats meer vrij is. Daar gaat je tijdwinst al.

En op de koop toe was er ergens een “aanrijding” gebeurd, waardoor “een aantal treinen” helaas niet zouden rijden, uiteraard inclusief de eerste rit van mijn driestappenplan om terug te keren. Je kijkt dan op de borden naar alternatieven en gaat wat op de computer tokkelen in het kantoor van de internationale reizen – aanschuiven heeft gezien de immense wachtrij toch geen zin – om doodleuk tot de conclusie te komen dat je gewoon een uur later pas de trein kunt nemen. In totaal dus zeven uur op allerlei treinen gezeten en in kille, lelijke en vuile stations rondgehangen om enkele uurtjes in Utrecht te zijn. Tussen honderden nerveuze tot ontredderde, maar allemaal overduidelijk pisnijdige andere slachtoffers.

Een paar maanden geleden had ik iets gelijkaardigs voor toen ik eens naar Schiphol moest. Toen had ik blijkbaar al geluk dat de bus waarmee ik ter plaatse op mijn bestemming wilde geraken nergens tegenaan was geknald.

De volgende keer neem ik gewoon een taxi. Vanuit Gent. Ik zweer het je.