Nog eens op Pukkelpop geraakt dit jaar, voor het eerst zelfs frontstage. Tijdens de wereldberoemde en overal aanbeden… The Enemy! En gij nu! Eigenlijk lag dat vooral aan de laksheid van de kerel die de armbandjes moest controleren, want ik had niet eens het juiste bandje aan. Soit, ik heb er wel een handvol leuke plaatjes kunnen schieten.

 Fans           fotografen.jpg

Op vraag van mijn madam overigens, die nog wel wat sfeerbeelden voor de Humo-site kon gebruiken. Handig, dan moet ik mijn Puppelpop 2007-souvenirs niet zelf online zetten. Ze staan namelijk hierhier en hier. Zowat iedereen was aan het fotograferen op Pukkelpop, soms met joekels van camera’s. Vroeger mocht het allemaal niet, nu hebben de groepen vast niets liever. De festivalsmobloggers waren uiteraard ook van de partij, maar het bladeren door hun galerijen gaat snel vervelen. Je krijgt bovendien een stijve nek van al die foto’s die op hun kant liggen…

Op muzikaal vlak was er dit jaar niets dat mij nog lang zal bijblijven, vrees ik. Wellicht ligt dat aan mij, want het jonge grut dat de Humo-blogs bijhield, kwam geregeld wel opgewonden als jonge veulens op epo terug van de optredens die ze moesten verslaan. Wellicht ligt het aan mijn alreeds gezegende leeftijd, een euvel waar ook Dominiek last van lijkt te hebben.🙂
Ik heb wel genoten van The Arcade Fire (maar lang niet zoveel als ik had gehoopt, onder andere wegens te weinig variatie en de te lange pauzes tussen de nummers omdat ze in elke song per se minstens twaalf instrumenten willen gebruiken), Cansei De Ser Sexy (ben helaas te vroeg weggegaan), UNKLE (meer dan de kerels op het podium zelf, had ik de indruk), Groove Armada (een concert met meer ups en downs dan de gemiddelde Alpenrit uit de Tour), Arbouretum en vooral van Kate Nash, het nog stoutere zusje van Lily Allen.
Dat de zomerfestivals blijkbaar om het meest groepen op de affiche willen zetten, lijkt een goede zaak voor de bezoeker, maar is het zeker niet. Omdat er zoveel podia zijn, mis je vaak optredens omdat er – meestal helemaal aan de andere kant van de festivalweide – een groep aan het werk is die je ook wel eens wil zien. Bovendien krijgen je oren op deze manier geen moment rust, want je lange wandelingen tussen de vele podia krijgen een ongevraagde soundtrack mee, ingespeeld door groepen die je vooral niet wil horen. Want om al die podia vol te krijgen, wordt de lat soms verdomd laag gelegd, zo lijkt het. Qua klereherrie, dwaze lyrics, kattegejank en stereotiep gestoemp hebben we het wel weer gehad, zo.

Gelukkig is er nog de voornaamste attractie van elk festival: het publiek. Ga ergens op een rustig plekje zitten, hou die meute een uurtje in de gaten en je geniet meer dan van een bezoek aan de bioscoop. Afgaande op de outfits, regelrechte vermommingen en ander uiterlijk vertoon ziet het er slecht uit voor Second Life. Want als jongeren écht eens iemand anders willen zijn voor een paar uur, doen ze dat blijkbaar gewoon. En daar hebben ze geen computer en virtuele werelden vol hitsige nerds voor nodig…