Perspectief

Een en ander over de media en de zotten die erin werken

Archive for the ‘werk’ Category

Achterhoedegevecht?

with 15 comments

journalist

  • 38% van de Belgische journalisten is niet terug te vinden op Facebook.
  • Circa 9% gebruikt Twitter voor beroepsdoeleinden.
  • Ruim de helft (57,1%) gebruikt  nooit RSS-feeds.
  • Bijna de helft (46,2%) bezoekt nooit blogs die verbonden zijn met de bedrijven waar ze over schrijven.

Dat zijn enkele van de meest opvallende resultaten van een onderzoek dat we bij Quadrant Communications (mijn werkgever) hebben uitgevoerd, en dat hier verder wordt toegelicht. (Inderdaad, alsof ik mijn eigen blog nog niet genoeg verwaarloosde, ga ik nu ook nog voor het werk bloggen. Schandalig, ik weet het…)

Toen we het onderzoek voorbereidden, dacht ik niet dat het gebruik van social media bij journalisten veel hoger zou liggen. Ik schat dat er op dit vlak weinig verschil is tussen het gebruik bij journalisten als in andere beroepscategorieën (webbouwers en marketeers niet te na gesproken). Een collega op het werk vond dat vrij normaal. Ik niet.

Social media – of laten we het nog eens Web 2.0 noemen – lijken me namelijk gemaakt voor journalisten. Met een beetje zoekwerk vind je al snel tal van nuttige tips of hele handleidingen om zaken als Twitter, Facebook, LinkedIn, RSS en blogs te gebruiken voor journalistieke werk. Ze kunnen helpen bij het vinden van nieuws, het verifiëren van feiten, het zoeken naar experts, als inspiratie voor dossiers, als voorbereiding op interviews, enzovoort. Het is tegelijk een bron van informatie, een geavanceerd communicatiekanaal en een alternatief publicatie-instrument. What’s not to like?

Zelf heb in de tweede helft van de jaren negentig meegemaakt hoe het internet – good ol’ Web 1.0 en vooral e-mail, natuurlijk – zijn intrede deed in het vak. Ik was er persoonlijk meteen wild van – ook omdat ik over sommige van die doorbraken mocht schrijven – maar ik merkte hier en daar toen ook wat weerstand. “De telefoon is het belangrijkste instrument van elke journalist”, heb ik een collega destijds letterlijk horen zeggen. (En hij had niet helemaal ongelijk, denk ik) En toch gebruikt elke journalist momenteel het internet.

Laten we nog enkele decennia verder teruggaan in de tijd, toen ik krantenpapier vooral nog zag als een basisingrediënt van papier-maché. Midden de jaren zeventig zaten twee journalisten de telefoonrekening van hun uitgever flink de hoogte in te jagen om te weten te komen wie er achter het Watergate-schandaal zat. Ik weet helaas niet meer waar ik dat heb gelezen, maar blijkbaar was het in die tijd eigenlijk not done om, zoals Bernstein en Woodward, een belangrijk journalistiek dossier grotendeels per telefoon tot een goed einde te brengen. (“De deurbel is het belangrijkste instrument van elke journalist”, zou je hun collega’s destijds misschien hebben horen zeggen.) En toch gebruikt elke journalist tegenwoordig zijn telefoon.

Wat denken jullie? Vinden jullie het normaal dat journalisten social media niet vaker (of misschien zelfs minder vaak) gebruiken dan de gemiddelde Belg? Hebben jullie enig idee waarom ze dat niet vaker doen? Is dit opnieuw een achterhoedegevecht – zoals met de telefoon en e-mail destijds – of is er meer aan de hand?

Written by perspectief

16 November, 2009 at 12:50 am

Journalisten moeten op LinkedIn

with 10 comments

LinkedIn_logo_1Nu we toch bezig zijn. Journalisten moeten niet alleen bloggen en twitteren – of dat tenminste overwegen – maar zeker ook een LinkedIn-profiel aanmaken en onderhouden.

Ik verklaar me nader. Het is de laatste weken wat kalmer op kantoor. Nogal wat journalisten en contactpersonen bij onze klanten zijn met vakantie, en een aantal publicaties waar we veel mee te maken hebben verschijnen niet (zo vaak) in de zomer. Een ideaal moment dus om onze persdatabase nog eens grondig door te nemen en ervoor te zorgen dat alle gegevens up-to-date zijn. Daarbij proberen we geregeld een beroep te doen op LinkedIn, maar valt dat even tegen, jongens. Ik schat dat de helft van alle Belgische journalisten geen LinkedIn-profiel heeft, en dat heel wat van de bestaande profielen nauwelijks worden onderhouden. Journalisten die we vorige week nog aan de lijn hadden blijken volgens LinkedIn nog bij een publicatie te werken waar ze al twee of drie jaar weg zijn.

De voordelen van LinkedIn voor journalisten zijn nochtans overduidelijk. Het is een van de eenvoudigste manieren om een enorm netwerk op te bouwen. En zoals ze zeggen: in de journalistiek is het niet what you know, maar who you know wat telt. Zo’n netwerk kan geweldig helpen bij je research. Ben je bezig met een verhaal over firma X en wil de woordvoerder je niet helpen, dan vind je via LinkedIn binnen de kortste keren wel een aantal werknemers van die firma die in jouw netwerk of dat van een kennis zitten. LinkedIn biedt bovendien allerlei groepen waarvan je je lid kunt maken en waarin discussies worden gehouden die voor de leden van die groep relevant zijn. Toegegeven, het niveau van die discussies is niet altijd indrukwekkend, maar je kunt er gemakkelijk een vraag in kwijt die doorgaans wel wordt beantwoord door een paar mensen. En wil je een antwoord op een heel specifieke vraag, dan is LinkedIn vaak de meest efficiënte manier om een expert te vinden die je daarmee kan helpen. Laat de bezoekers van LinkedIn gerust ook weten waar je mee bezig bent. Het zou niet de eerste keer zijn dat je langs die weg plots een tip krijgt dat je onderzoek een heel eind vooruit helpt of een andere weg uitstuurt.

En zeker niet onbelangrijk: door je LinkedIn-profiel up-to-date te houden (m.a.w. door je huidige job te vermelden en beter nog: je specialisaties op te sommen) vermijd je dat PR-mensen je contacteren met onderwerpen waar je niets mee kunt aanvangen. Of toch een beetje… Uit eigen ervaring weet ik hoe vervelend het is als een PR-verantwoordelijke je belt of mailt met een voorstel dat in de verste verte niets te maken heeft met de zaken waar je gewoonlijk over schrijft. “Hallo, ik zie dat u de mediaspecialist bent van De Standaard, en daarom dacht ik dat u wel geïnteresseerd zou zijn in ons nieuw gamma cd-r’s en andere herschrijfbare media…” (Echt gebeurd!) Uit een onderzoek dat we de voorbije weken hebben gehouden – en waarvan we in de loop van de zomer de resultaten zullen bekendmaken – blijkt dat dit soort zaken nog altijd voor heel wat ergernis zorgt. Ik zeg niet dat LinkedIn het probleem helemaal gaat oplossen, maar het kan alleszins geen kwaad.

Volgende week: Journalisten moeten op Facebook! :-)

Written by perspectief

13 July, 2009 at 2:24 pm

Posted in internet, journalistiek, PR, werk

Twitter Kills Blogs Dead

with 18 comments

bugsprayHet is hier – om het misdadig zacht uit te drukken – de voorbije maanden een beetje stilletjes geweest. Mijn meest recente post is exact tien weken oud. Dat er intussen geen zoekacties op het getouw zijn gezet, met affiches met mijn kop erop en de tekst “Have you seen this guy?”, is volledig te wijten aan Twitter, waarop ik wel nog actief was. Maar dat is anderzijds misschien ook… de verklaring voor deze onderbreking.

Twitter is de fastfoodvariant van de blog. Bloggen doe je niet meer als je doodop bent, creatief leeggelopen, fysiek niet meer in staat om nog een uur lang achter je toetsenbord te zitten – twitteren wel. Met het gevaar dat je er zoals de eerste de beste hamburgerfreak van begint te leven, en geen tijd meer vrijmaakt voor een gezonde, evenwichtige maaltijd. Ik twitter, dus ik blog niet meer.

Ligt dat aan mij, of zijn andere blogger-twitteraars – het moeten niet altijd priester-dichters zijn, nietwaar? – daar ook vatbaar voor? Om dat te weten te komen, heb ik zowaar een BVLG’ke gedaan en een onderzoek(je) uitgevoerd. Ik heb allerlei lijstjes opgesnord van de meest productieve en populaire twitteraars en ben nagegaan of ze ook een blog hadden. Daar heb ik proberen tellen hoeveel posts ze in mei 2007 (een willekeurig gekozen maand) en in mei 2009 hadden geschreven. Voor de meesten onder hen was dat ook de periode waarin ze Twitter hadden ontdekt of intens begonnen te gebruiken. Dat tellen verliep overigens vrij moeizaam – niet te geloven hoe weinig bloggers een chronologisch archief voorzien!

Enfin, dat leverde deze resultaten op:

daling blogposts-tabel

Voor wie het graag in een grafiekje ziet:

daling blogposts-grafiek

De wetenschappelijke waarde van mijn kort, nachtelijk onderzoek is natuurlijk nihil. Daarvoor is het aantal gemeten blogs veel te klein en te willekeurig, en ik heb ook geen rekening gehouden met andere factoren dan het gebruik van Twitter. Misschien waren sommigen het bloggen al een beetje beu en is dit een voortzetting van een dalende trend? Misschien had iemand het in mei dit jaar heel druk en in 2007 even niet? Wie zal het zeggen?

Maar ik vind het anderzijds toch frappant. En ik niet alleen. Een tijdje geleden stelde Silicon Valley Watcher vast dat de notoire blogger én Twitterfanaat Robert Scoble  zowaar al een hele tijd – nu ja, twaalf dagen (daar lachen wij eens mee) – niets had gepost op zijn blog. Waarop Scoble plots een ommezwaai van jewelste maakte en besloot om Twitter en Friendfeed radicaal af te zweren. Volgens hem zouden die toepassingen overigens een nadelige invloed hebben op “long-term knowledge”. En dus voor een oppervlakkiger web zorgen.

Zoals bijna alles wat Scoble zegt, is het wellicht wat overroepen, maar het bevat volgens mij wel een grond van waarheid. Daarom, Beste Blogger-Twitteraars: Veronachtzaam Uwen Blog Niet! Ga niet altijd voor de snelle wip die Twitter biedt. Werk je ideeën wat vaker uit tot een echte blogpost. Ik zal alvast ook meer mijn best doen. The story of my life…

 

Written by perspectief

8 July, 2009 at 7:18 pm

Journalisten moeten bloggen en twitteren

with 35 comments

start_to_blogIn Media.com – de vrijdagse bijlage van De Morgen over oude nieuwe media – stond vorige week heel wat lekkers: interviews met de oprichters van Twitter, Vint CerfJo Caudron (websitebouwer, Taliban-strijder en boomkweker inéén) en de Adnerds. Ook het interview met Jeff Jarvis, de auteur van “What Would Google Do?”, was bijzonder leerrijk. Zeker als hij dingen zegt zoals:

In een economie waarin individuen steeds belangrijker worden, moet je als journalist een eigen meerwaarde creëren. Begin een blog, start een videokanaal of deel je ideeën via Twitter. Een journalist moet naam maken. De kans is immers groot dat hij of zij binnenkort zonder werk zit en dan is die naam het enige wat nog overblijft.

Misschien is zijn pessimisme wat overdreven en ingegeven door de ronduit dramatische situatie in de VS, waar dit jaar al circa vier keer zoveel journalisten zijn ontslagen als er hier in België rondlopen. Maar in wezen maakt dat niet uit. Social media – blogs, Facebook, Twitter en konsoorten – knibbelen steeds meer aan het marktaandeel van de klassieke media, en deze communicatievormen zijn inderdaad veel persoonlijker dan hun oudere broertjes. Wie iets schrijft (of fotografeert, of presenteert, of twitter, etc.), wordt stilaan belangrijker dan waar iets verschijnt. Wie blogt, is dus in het voordeel. Je zou dus geneigd zijn Jarvis’ oproep aan journalisten om te bloggen en te twitteren bij te treden.

Alleen: wat als élke journalist nu begint te bloggen? Hoe maak je naam tussen al die duizenden anderen? Dat wordt een immens gevecht om de strijd voor de aandacht van het publiek. Wordt de verleiding dan niet heel groot om te scoren door middel van sensationele berichten, waarbij men “creatief omspringt met de werkelijkheid”? Toegegeven: dat gebeurt nu al. Maar de klassieke media zijn collectie creaties, waar dus ook een vorm van sociale controle bestaat. Zal het zelfregulerende karakter van het internet volstaan om te vermijden dat dit een gewoonte wordt? En belangrijker misschien: wanneer is het online leespubliek talrijk genoeg opdat al die bloggende en twitterende journalisten een achterban kunnen opbouwen die iets voorstelt? Wie nu nog naam moet maken op Twitter of via een blog, zal merken dat het vrij traag gaat om je lezerspubliek op te bouwen. Tenzij je Oprah Winfrey heet, natuurlijk…

Bij de Belgische journalisten is Twitter alleszins nog niet doorgebroken. Hier is geen wetenschappelijk onderzoek aan voorafgegaan, maar volgens mij zijn dit bijvoorbeeld de enige Belgische journalisten met een Twitter-account:

1. Jozef Schildermans – http://twitter.com/jozefs 
2. Kristof Van der Stadt – http://twitter.com/Stoffel 
3. Frederik Tibau – http://twitter.com/frederiktibau
4. Raphael Cockx – http://twitter.com/raphaelcockx 
5. Koen Vervloesem – http://twitter.com/koenvervloesem 
6. Andy Stevens – http://twitter.com/Andhi
7. Jan Martynowski – http://twitter.com/martynowski 
8. Bart Van Belle – http://twitter.com/bartvanbelle
9. Pieter Suy – http://twitter.com/pietersuy
10. Bart Goossens – http://twitter.com/mbargo 
11. Ben Serrure – http://twitter.com/BenSerrure
12. Jibbe Van Oost – http://twitter.com/JibbeVO
13. William Visterin – http://twitter.com/wvvisterin 
14. Bram Souffreau – http://twitter.com/kapingamarangi
15. Ludovic Vanhee – http://twitter.com/ldvcvh
16. Dominique Deckmyn – http://twitter.com/ddeckmyn
17. Brecht Decaesteecker – http://twitter.com/brechtdc
18. Ivan De Vadder – http://twitter.com/vadderi
19. Kristoff Tilkin – http://twitter.com/ktrane
20. Hannes Coudenys – http://twitter.com/hannes_nieuwsbe
21. Pieter Dumon – http://twitter.com/pdumon
22. Damien Van Achter – http://twitter.com/davanac
23. Stefaan Anrys – http://twitter.com/StefaanAnrys
24. An Olaerts – http://twitter.com/tanteannie
25. Béa Ercolini – http://twitter.com/beaercolini
26. Pieterjan Van Leemputten – http://twitter.com/pieterjanvl
27. Myriam Leroy – http://twitter.com/My_L
28. Melanie De Vrieze – http://twitter.com/mdevrieze
29. Els Bellens – http://twitter.com/ebellens
30. Karl Vannieuwkerke – http://twitter.com/Vannieuwkerke
31. Karen Van Godtsenhoven – http://twitter.com/KarenVG83
32. Monica Monté – http://twitter.com/sart68
33. Stefan Grommen – http://twitter.com/sgrommen
34. Stefaan Werbrouck – http://twitter.com/swerbrou
35. Roland Legrand – http://twitter.com/RolandLegrand
36. Olivier De Doncker – http://twitter.com/odedoncker
37. Jan Debackere – http://twitter.com/jandebackere
38. Tom Van de Weghe – http://twitter.com/tomvandeweghe
39. Eric Goens – http://twitter.com/ericgoens
40. Jeroen Wils – http://twitter.com/jeroenwils
41. Hans De Ridder – http://twitter.com/hansderidder
42. Jamie Biesemans – http://twitter.com/jamiebiese
43. Sam Feys – http://twitter.com/samfeys
44. Stef Gyssels – http://twitter.com/stefgyssels
45. Philippe Coppens – http://twitter.com/phico
46. Davy Geens – http://twitter.com/davygeens
47. Lesley Demuynck – http://twitter.com/pacman77
48. Katrien Schuermans – http://twitter.com/graficdoctor
49. Bart Stoffels – http://twitter.com/BartStoffels
50. Seger Bruninx – http://twitter.com/SegerBruninx
51. Eric Beeckmans – http://twitter.com/ericbeeckmans
52. Bruno Koninkx – http://twitter.com/BrunoKon
53. Maarten De Gendt – http://twitter.com/maartendegendt
54. Bart De Vliegher – http://twitter.com/bartdevliegher
55. David Vanlaer – http://twitter.com/lividpuntbe
56. Raf Weverbergh – http://twitter.com/rafweverbergh
57. Luc Blyaert – http://twitter.com/blyaert
58. Ines Minten – http://twitter.com/inesminten
59. Alain Gerlache – http://twitter.com/AlainGerlache
61. Philippe Laloux – http://twitter.com/philaloux
62. Elke De Pourcq – http://twitter.com/elebridith
63. Filip Cleeren – http://twitter.com/FilipCleeren
64. Olivier Duquesne – http://twitter.com/olivierduquesne
65. Brecht Decaluwé – http://twitter.com/caluweski
66. Kristof Nuyens – http://twitter.com/theDMM
67. “Natanoj” – http://twitter.com/Natanoj
68. Maïlys Charlier – http://twitter.com/Euterpe82
69. Gregoire – http://twitter.com/ArnoKatcha
70. JF Herbecq – http://twitter.com/jfherbecq
71. Francoise Raes – http://twitter.com/frae_
72. Peter De Groote – http://twitter.com/peterdegroote
73. Philippe Allard – http://twitter.com/PhilippeAllard
74. Elke Pattyn – http://twitter.com/elkepattyn
75. Debbie Pappyn – http://twitter.com/classetouriste
76. Christian Zeugin – http://twitter.com/ChristianZeugin
77. Stijn Govaerts – http://twitter.com/stinusg
78. Yves Thiran – http://twitter.com/yvesthiran
79. Laura Cerrada – http://twitter.com/larapporteuse
80. Patrick Van Campenhout – http://twitter.com/VanCampenhout
81. Marc Dirix – http://twitter.com/marcdirix
82. “galloy” – http://twitter.com/galloy
83. Willy De Backer – http://twitter.com/3eintelligence
84. “ModernMom” – http://twitter.com/_ModernMom_
85. Mehmet Koksal – http://twitter.com/mehmetkoksal
86. Katrien Stragier – http://twitter.com/katrienstragier
87. Wim Verdoodt – http://twitter.com/wimverdoodt
88. Steven Samyn – http://twitter.com/SamynWetstraat
89. Veerle Vd Broeck – http://twitter.com/dropje
90. Tim Van der Mensbrugghe – http://twitter.com/mensbrugghe
91. Floris VC – http://twitter.com/florisvc
92. Dirk Denidorm – http://twitter.com/Denidorm
93. Wim Feyaerts – http://twitter.com/wimfey
94. Marian Kin – http://twitter.com/cbke
95. Karolien Selhorst – http://twitter.com/kselhorst
96. Eddy Eerdekens – http://twitter.com/eddyeerdekens
97. Kim Clemens – http://twitter.com/kimcle
98. Frederic Vansteenkiste – http://twitter.com/kweeet
99. Ludo Schildermans – http://twitter.com/ludoschi
100. Wim De Preter – http://twitter.com/BC_Carl
101. Michiel Galle – http://twitter.com/MiGalle
102. Thomas Mels – http://twitter.com/thomasmels
103. Bart Brinckman – http://twitter.com/brinckie
104. Hilde Van Gool – http://twitter.com/hvangool
105. Peter De Lobel – http://twitter.com/peterdelobel
106. Goedele Devroy – http://twitter.com/GoedeleDevroy
107. Rob Heirbaut – http://twitter.com/heirbar
108. Yves Delepeleire – http://twitter.com/delepeleire
109. Wim Winckelmans – http://twitter.com/wwinckelmans
110. Lotte Alsteens – http://twitter.com/tfannis
111. Bart Dobbelaere – http://twitter.com/bartdobbelaere
112. Valerie Droeven – http://twitter.com/BeenieQueen
113. Tom Heremans – http://twitter.com/standaardtom
114. Wim Lecluyse – http://twitter.com/dso_wle
115. Peter Gorlé – http://twitter.com/petergorle
116. Christophe De Caevel – http://twitter.com/ChDeCaevel
117. Paul Geudens – http://twitter.com/pege1891
118. Martin Buxant – http://twitter.com/Le_Bux
119. Kenneth Dée – http://twitter.com/kennethdee
120. Sam Delbeke (?) – http://twitter.com/nonkelsam
121. Nina Lamparski – http://twitter.com/ninaism

Van sommigen is niet helemaal zeker of ze wel zijn wie ze beweren te zijn, en andere zijn dan weer passieve accounts, bedoeld om andere twitteraars te volgen, maar niet om zelf iets te verkondigen. De overmatige vertegenwoordiging van computerjournalisten bewijst dat de doorsnee-journalist allesbehalve overtuigd is van het nut van Twitter. Alleen de toekomst zal uitwijzen of dat terecht is, natuurlijk. Maar als ik journalist was, zou ik toch al beginnen te experimenteren met blogs en twitteren. Nu je nog de keuze hebt…

Update dd 5/9: naam toegevoegd en de aanvullingen van de voorbije weken gewoon onder de oorspronkelijke lijst gezet, zodat het een beetje overzichtelijk blijft.

Update dd 28/9: drie namen ineens toegevoegd.

Update dd 13/10: vier namen toegevoegd, maar ook twee geschrapt, wegens geen journalist meer:
- Davy Vandevinne – http://twitter.com/davyvandevinne
- Mateusz Kukulka – http://twitter.com/mateusz

Update dd 28/10: nog eens vier namen toegevoegd.

Update dd 2/2/2010: nog eens drie namen toegevoegd. We zitten aan 50!

Update dd 30/3/2010: een heleboel namen toegevoegd, waarbij ik onder andere deze Twitter-lijst rijkelijk heb geplunderd, waarvoor dank, uiteraard.

Update dd 2/4/2010: Bij de vorige update zijn er een paar namen weggevallen, maar die zouden nu (hopelijk allemaal) terug moeten staan. En daarmee zitten we boven de 100. Tijd om eens na te gaan of we dit niet op een andere manier kunnen presenteren (oa. gesorteerd volgens publicatie). Suggesties en/of helpende handen zijn welkom.

Update dd 2/4/2010: Heel wat namen toegevoegd, onder andere dankzij @florisvc - waarvoor grote dozen hartelijken dank! En ook dankzij @VincentVQ, een fervent verzamelaar van Twitter-accounts van (politieke) journalisten. Ook een tweetal accounts gecorrigeerd (waren van Twitternaam veranderd).

Written by perspectief

28 April, 2009 at 10:51 am

Korter

with 4 comments

Ik moet kortere blogposts schrijven. Veel korter.

Written by perspectief

18 March, 2009 at 12:18 am

Posted in internet, taal, werk

In de wolken met een Leffe

with 3 comments

Na het Foo Camp en het BarCamp is er nu ook het klotekamp CloudCamp. Stuk voor stuk zijn het “unconferences”. In de praktijk wil dit zeggen dat het gewone conferenties zijn, maar dan niet in een chique hotel. En neen, ook niet – zoals de naam lijkt aan te geven – in een tentencomplex.

Er worden presentaties gegeven, waarbij PowerPoint niet wordt geschuwd, en er is al eens een panelgesprek. Dat wil zeggen dat je als deelnemer toch het grootste deel van de tijd moet zwijgen en luisteren – zoals bij een gewone conferentie, dus.

Dat is alvast mijn eerste indruk van het CloudCamp, dat vandaag voor het eerst in Europa plaatsvond, als we de editie in Groot-Brittannië tenminste even negeren. (Maar gezien de fletse liefde van de Britten voor Europa is dat niet eens ongepast.) Ik moest er wel wat vroeger vandoor dan gepland, waardoor ik het eigenlijke “unconference”-gedeelte heb gemist. De aanwezigen zouden namelijk worden opgesplitst in kleine groepjes, die rond één bepaald aspect konden discussiëren – vast het interessantste gedeelte, dus.

Wat alvast één groot verschil was met een klassieke conferentie: het evenement startte op tijd, de keynote speaker hield zich aan zijn spreektijd, en de deelnemers van het panelgesprek slaagden erin zich in een tijdbestek van één minuut voor te stellen. Als je die lui een minuut geeft, zijn ze doorgaans vertrokken voor een kwartier. Maar nu eens niet, dus – een verademing.

Ook origineel: blijkbaar werd het gebeuren gesponsord door Leffe. Behalve sinaasappelsap was dat biertje zowat het enige wat je er tijdens de breaks kon drinken. Het zal de discussies vast een pak levendiger hebben gemaakt. Ik had graag gezien hoe de aanwezige Amerikanen na een paar van die Leffes voor de dag kwamen. Volgens mij is daar nog gevochten (geweest) (geworden).

Tarry Singh, de keynote speaker en zowat de dichtstbijzijnde cloudguru, had blijkbaar iets sterker genomen dan Leffe. Ofwel lijdt hij aan een extreem geval van intellectueel ongeduld: bij alles wat hij vertelde, leek hij te denken – soms vertelde hij het er zelfs bij – dat zijn volgende idee nog véél interessanter was. En zodra hij daarover begon, zat hij alweer een statie verder. Spreken als een schaker, eigenlijk. En hij zei dingen als “Let the computer compute again.” En “deleveraging”, wat volgens mij alleen door boekhouders mag worden gebruikt. In speciale, voor de buitenwereld afgesloten ruimtes.

Al bij al een leuke boel daar op de Cloud-boot. Sommigen vonden het jammer dat er geen wifi was, maar volgens mij was dat een bewuste zet van de organisatoren. Want dan zit iedereen toch voortdurend zijn mails – of de waarde van zijn aandelen – te checken. En dan lijkt het weer wat meer op een gewone conferentie. En wie zit dáár op te wachten?

Written by perspectief

31 October, 2008 at 12:50 am

Beurscrisis treft IT-speak

with 4 comments

Ik schat dat in ruwweg de helft van alle interviews over zakelijke IT-projecten op een gegeven moment het wonderlijke begrip “cloud computing” valt. Het is veruit de stomste term die de computersector – die in deze nochtans een indrukwekkend palmares kan voorleggen – ooit heeft voortgebracht. Op een schier misdadige manier gesimplificeerd, komt het erop neer dat de computerprogramma’s van bedrijven niet langer draaien op de servers van het bedrijf zelf, maar ergens op een datacenter – hele zalen vol superkrachtige computers die via een snelle internetverbinding verbonden zijn met de bedrijven die er gebruik van maken – die gerust aan de andere kant van de wereld kunnen staan. Iedereen die zijn mail leest op Gmail.com of Hotmail.com doet met andere woorden een beetje aan cloud computing.

Maar daar wou ik het eigenlijk niet over hebben. Wel over de manier waarop medewerkers van IT-bedrijven zich vaak in duizend  bochten tegelijk wringen om de materie aan leken uit te leggen. Echte IT-specialisten gruwen namelijk van de simplificatie die ik hierboven gebruikte. Want het is niet helemaal correct, en als het niet helemaal correct is in IT, dan werkt het niet. Zo simpel is het voor hen. Als elke 0, x, >, % of = op de juiste plaats moet staan, dan wordt dat een mentaliteit, vermoed ik. Helaas maakt het er de communicatie met IT-experts niet eenvoudiger op.

Door de beurscrisis is de discussie er zowaar nog wat ingewikkelder op geworden. Critici van cloud computing werpen namelijk vaak op dat heel wat bedrijven nooit ofte nimmer hun computersystemen – inclusief de vaak gevoelige informatie over klanten, producten of zelfs concurrenten – gaan toevertrouwen aan een of ander bedrijf dat men enkel kent via de website en wat e-mails. De verdedigers van cloud computing hadden een geweldige analogie ontdekt om die kritiek te counteren. “Waar bewaar jij je geld?”, vroeg zo iemand dan. “Dat vertrouw je toch ook toe aan een bedrijf – soms zelfs maar een website – dat je nauwelijks kent? Sommige bedrijven hebben miljoenen dollars reserve op de bank staan – waarom zouden ze dan hun klantendatabase en e-mailsysteem niet aan een ander overlaten?”

Afgelopen donderdag hoorde ik een kerel van SAP deze “line of defense” nog gebruiken. Maar gelukkig was deze man niet de doorsnee-robot die je in deze sector helaas maar al te vaak tegen het lijf loopt, en had hij genoeg werkelijkheidszin om zichzelf te onderbreken met een gortdroog “Gee, that line used to work a whole lot better around a week ago…”

Written by perspectief

11 October, 2008 at 12:27 am

De truuk met de foef

with 6 comments

“Sex sells” is een van de meest gekende en schaamteloos toegepaste marketingwijsheden. Het werkt altijd en overal, behalve wellicht in een aantal islamitisch georiënteerde naties…

Meestal zijn het blote tieten – God’s beste werk, volgens velen – die worden gebruikt om de de argeloze koper in de val te lokken. Maar vandaag is wat dat betreft weer een grens verlegd. In Goedele, het nieuwe maandblad rond… euh, Goedele staat een reeks vagijnen zo groot afgebeeld dat zelfs Stevie Wonder de g-plek kan zien zitten. Toegegeven, dat past naadloos binnen het concept, en Goedele kan zich beroepen op haar achtergrond als seksuologe om het te verantwoorden, maar het is natuurlijk in de eerste plaats een geslaagde PR-stunt. Zowat elk krantenartikel had het erover en uiteraard hebben ook enkele bloggers het gemeld.

Loopt iedereen daarom meteen naar de krantenwinkel om het nieuwe blad – uiteraard stiekem verborgen in een exemplaar van De Tijd – mee naar huis te nemen? Neen, dat zou maar al te gemakkelijk zijn. En daarvoor is de erotische uitstraling van zo’n medisch uitgelichte hoofdingang ook wat te beperkt. Wat telt, is dat het nieuwe blad meteen een imago heeft: het is niet zomaar een nieuw blad, maar een boekske met een foto van een preut in. Het is dus stout, gedurfd, grensverleggend, geen kleur- en smaakloze prul. Zelfs al zouden alle artikels in deze editie van een schabouwlijk niveau zijn (wat ik sterk betwijfel), dan maakt dat allemaal niet uit. Goedele – het boekje – heeft vanaf dag één een smoel, dat is wat telt. Een enigszins harige smoel, dat wel, maar beter dat dan niets…

Benieuwd of het vertrouwen van de adverteerders gaat volgen. Amper 16 pagina’s advertenties op een totaal 156, waarvan minstens de helft intern (voor andere Sanoma-bladen bijvoorbeeld) of in ruil, dat is niet meteen een weergaloos succes te noemen.

Written by perspectief

4 September, 2008 at 12:49 am

Terug van niet eens weggeweest

with 13 comments

Zwijgen is zilver, spreken is goud. En bloggen? Geen Olympische discipline, hoop ik, of ik was al lang gediskwalificeerd. Acht weken stilte, begot – ben ik niet beschaamd? Welnee. Wie heeft me gemist? Wie heeft me gebeld, gemaild, ge’sms’t, gemessenget, opgezocht, laten opsporen? Zo’n zorgwekkende verdwijning was het blijkbaar niet. Of ik heb lezers met veel vertrouwen in mij. Of luie, onverschillige lezers, dat kan ook, natuurlijk.

Maar laten we de koe bij de horens vatten en meteen naast een gegeven paard zetten. BVLG heeft me namelijk een blog award toegekend – weliswaar eerder ter aansporing dan als beloning van een weergaloze prestatie – en het zou niet schoon van mij zijn om zijn vertrouwen te beschamen, natuurlijk. Vandaar deze verrijzenis.

Ik ben blijkbaar niet de enige. An blijft dapper zwijgen over haar meisjes, maar is in een andere gedaante teruggekeerd naar de blogwereld. Een seksistisch initiatief, daar kunnen we doorgaans niet mee lachen, maar wel interessant. Als je geïnteresseerd bent in fotografie, tenminste.

Nog een ex-collega die aan het bloggen is geslaan, is… euh, Maya, zoals ze haar alter ego heeft gedoopt. Ze levert geregeld leuke verhaaltjes af, en fans van kolderieke kinderpraat (dat is pas een naam voor een blog) zijn hier ook al aan het juiste adres. Als iemand die je kent plots voor zichzelf en haar gezin andere namen gebruikt, komt dat behoorlijk onwennig over. Maar ik begrijp het ergens wel. Ik heb ook de namen van mijn vriendin en onze kinderen nog nooit gebruikt (ook al omdat ik weet dat la mama daar maar matig op gesteld is…). Lastig, hoor, aangezien we niet getrouwd zijn, kan ik haar niet eens omschrijven als “mijn wijf”. Ach, ieder huisje…

Dat is overigens niet eens de ergste vorm van zelfcensuur die ik hanteer. Je moest eens weten waarover ik allemaal niet blog! Hier wordt danig op de lip gebeten. Paragrafen sneuvelen als wereldrecords op de Olympische Spelen. Geniale invallen stranden op een zucht van de server. Dat is overigens zowat de voornaamste reden waarom het hier de voorbije maanden zo stil is geweest. Heeft het wel zin om ermee door te gaan als het dan toch met de handrem op gebeurt? Het oordeel van de jury is nog steeds hangende, maar ik ben voorlopig vrij op borgtocht. We zien wel…

Tijd vinden om eens wat gedachten samen te rapen en in vlot verteerbare lectuur te gieten, is natuurlijk een ander probleem. Wat dat betreft, sta ik er over enkele weken misschien wat beter voor. Ik ga namelijk nog eens van werk veranderen. Zo’n typisch offer you can’t refuse, vrees ik. Enkele weken geleden – op een heel hete dag die eindigde in een hels onweer – nodigde de baas van het pr-bureau Quadrant Communications (voor alle duidelijkheid: niet deze jongens) me uit om een pint te gaan drinken, en voor ik het wist, lag daar een mooi voorstel voor mijn neus. Alleen al het feit dat ze in Gent gevestigd zijn, was eigenlijk al voldoende. En het kantoor is zo dicht bij de deur dat ik er in geval van nood zelfs te voet naartoe kan. Het feit dat ik enorm geloof in hun manier van werken – zij waren het externe bureau waar Microsoft mee werkte toen ik daar nog PR deed – en al mijn toekomstige collega’s al vrij tot enorm goed ken, speelt natuurlijk ook in hun voordeel. Ik kijk er echt naar uit, al vind ik het doodjammer dat mijn tijd op de planeet Minoc er bijna op zit. (Ja, Sir Buddhard, ik weet dat Minoc een wereld is en geen planeet, maar het klinkt wel als een andere planeet, niet?) Het is daar zo’n toffe club en er zit daar zoveel talent bijeen – en dat zeg ik echt niet omdat ik daar nog terug naartoe moet om allerlei verhalen en interviews te pitchen :-)  – maar qua timing konden we het wellicht niet slechter hebben getroffen. En Turnhout lijkt soms ook wel op een andere planeet, zeker als je weer maar eens een eeuwigheid staat aan te schuiven in het verre van idyllische Waasland…

Blijft enkel nog de vraag: wie verdient er nog een Brilliante Bloggio of zo? (Schorzio!) Ik heb niet altijd gecontroleerd of onderstaande genomineerden de prijs al eerder hadden gekregen, en het kan me ook eerlijk gezegd gene ene moer schelen als jullie er iets mee doen of niet (mijn vorige ervaring met blogstokjes heeft me niet bepaald veel enthousiaster gemaakt voor dit soort praktijken), maar dit is gewoon een bedankje voor het leesplezier.

Andhi.be (kan wel een hart onder de riem gebruiken, dacht ik zo)
‘Cross The Breeze (wie van Mustangs houdt, kan niet slecht zijn)
De Graeve & Dochters (geen familie, wel verwant)
Picchicks (verdient de prijs voor de strijdlust)
Public Related (een van de weinige PR-mensen die fijn – maw: niet-academisch – bloggen)
Stoffel’s Place (is zo vriendelijk om te berichten over De Vijand)
Suits You (een aanmoedigingsprijs)

Knock ‘em dead.

Written by perspectief

23 August, 2008 at 3:14 am

Medewerkers te kort?

with 2 comments

Volgens de Vlerick Management School zijn medewerkers te kort voor onze bedrijven, zeker voor de groeiende bedrijven. Klinkt logisch, natuurlijk. Een gouden tip als je gaat solliciteren: draag stelten.

Of proberen de vlerken van Vlerick ons een groeimiddel te verpatsen? Dat zou de slogan “we develop what’s already inside you” enigszins verklaren. Al zou het ook kunnen dat ze zich aan het bekwamen zijn in de kweek van griepvirussen. Wie zal het zeggen?

Nooit veel moeten weten van die Vlerick-boys, eigenlijk. De brave man die Vlerick Magazine maakte, heeft me er een paar keer naartoe gestuurd toen ik nog freelancete. De eerste keer ben ik er iemand gaan interviewen met een enorme kater onder de lendenen (ikzelf, niet de persoon die ik moest interviewen), met een… euh, navenant resultaat. Daarna ging het een paar keer goed (nou ja, redelijk goed toch), tot ik er een prof moest interviewen die al eens een IT-expert wordt genoemd. Ik betwijfel of de man ooit al vijf regels code heeft geschreven, maar je weet hoe dat gaat: een handvol dure woorden, een onderzoek dat niemand voldoende kan schelen om na te gaan of het wel grondig uitgevoerd werd en een paar conclusies die zo vaag en ingewikkeld zijn dat je er alle kanten mee uit kan.

Dat interview duurde – ruw geschat – drie minuten. Toen klonk het van achter zijn imposant bureau, in een ergerlijk pedant toontje: “Jongeman, wat voor vragen stelt u daar allemaal? Wat u me eigenlijk hoort te vragen, is dit, en dat, en nog wat.”
“Ok,” antwoordde ik zo diplomatisch mogelijk. “Daar kunnen we straks op terugkomen. Maar ik heb een aantal vragen voorbereid waarop het antwoord me nodig lijkt om een artikel over dit onderwerp te schrijven. En aangezien ik het artikel moet schrijven, zou ik toch…”
“Geen sprake van, jongeman!” Wéér dat toontje. “Ik zal wel beslissen wat er allemaal in dat artikel zal komen. Noteer! In de eerste plaats…”

Maar toen stond ik al terug op de parking. Ik herken een hopeloos geval als ik er een zie. Dat was ook mijn laatste poging om hetgeen die lui daar uitvoeren te combineren met journalistiek.

Een fotograaf die vaak meeging om een portret te maken van de geïnterviewden zag er ook vaak tegenop. “Het zijn allemaal valieskes”, legde hij me ooit uit. “Er zit niets in, of overal hetzelfde, het maakt niets uit. Het zijn gewoon valieskes. Kun jij een portret maken van een valieske?”

 

Written by perspectief

30 June, 2008 at 2:22 am

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.