Archive for the ‘politiek’ Category
Ik kan het niet
Ik ben geen watje. Toen mijn duim eens moest worden gehecht, keek ik geïnteresseerd toe hoe de verpleger met naald en draad én mijn huid zat te knutselen. Gewéldig, vond ik dat. Op een KSA-kamp waar ik als leider rondliep, was er een jongen in geslaagd om een bijl in zijn eigen voorarm te planten. Ik heb daar toen rustig een doek rond gebonden en een chauffeur opgetrommeld om ‘m naar het ziekenhuis te brengen. Als ik op YouTube – of eerder een van de meer obscure videosites – filmpjes zie waarin wildvreemden in stukken blijken gereten na een vreselijk ongeval, dan doet me dat eerlijk gezegd niets.
Maar deze week was het anders. Via Twitter kwam ik op Youtube terecht op een fragment van CNN: de laatste reportage van de jammerlijk overleden journaliste Marie Colvin. Daarin deed ze verslag van de doodsstrijd van een jongetje van twee, dat tijdens de opnames bezweek aan de verwondingen dat het had opgelopen tijdens een aanval op de stad Homs in Syrië.
Dat het kind overleed in de loop van de reportage weet ik alleen omdat ik het ergens heb gelezen. Ik heb het filmpje namelijk niet tot het einde kunnen uitkijken. Ik kon het gewoon niet. En nog altijd niet. Toen ik de link ervan opzocht voor deze blogpost, nam ik voor om het nog eens te proberen. Maar het gaat echt niet.
Stervende kinderen, lijdende kinderen: iets erger bestaat er vast niet. Maar het doet ons doorgaans veel minder dan zou mogen. We zijn al veel gewoon. Afgestompt. Het wordt zo abstract. “Goh, wat erg,” zeggen we. En we doen verder waar we mee bezig zijn.
Ik was vroeger ongetwijfeld ook zo. Maar sinds ik zelf kinderen heb, is dat enorm veranderd. Ik haat het als dat gebeurt, maar als ik naar een film kijk – fictie, hé! – waarin kinderen iets ergs overkomt, dan krijg ik zowaar al tranen in de ogen. En beelden zoals die van CNN, de rauwe werkelijkheid dus, daar word ik soms fysiek onwel van. Nochtans: ik ben geen watje.
Ik ben gewoon weer wat bijgestompt.
Het PR-offensief van Israel
Een regio die voornamelijk door – tja – onschuldige burgers wordt bewoond, wordt met enorm militair machtsvertoon vermalen tot er niets dan los zand overblijft. Gemakkelijk is dat wel, om graven in te maken, bijvoorbeeld. Zeker kindergraven, daar moet je heel wat minder voor spitten.
Ja, het conflict tussen Israel en de Palestijnen is complex, maar dat deze militaire operatie compleet misplaatst is, daar kan toch geen discussie over bestaan? Zelfs in Israel bestaat er heel wat protest tegen wat de (leger)leiding allemaal aan het uitspoken is. Hoe kan het dan zomaar blijven duren?
Ik las ergens dat Israel de oorlog wel aan het winnen was op militair vlak, maar verliest op PR-vlak. Oh ja? Is dat wel zo? Toegegeven, ze maken elke fout die je maar kunt maken inzake crisiscommunicatie (wat logisch is als je dit niet als een humanitaire crisis beschouwt, natuurlijk). Gaat er iets fout – zoals het bombardement van die VN-school – dan is het niet de Israëlische overheid zelf die het uitbrengt, zoals het handboek Crisiscommunicatie for Dummies voorschrijft. Voortdurend worden ze – althans op communicatief vlak – in het defensief gedreven. Verklaringen laten eeuwig op zich wachten, worden voortdurend veranderd, enzovoort. Een schoolvoorbeeld van hoe het niet moet, dus.
De grootste fout die ze op dit vlak maken, is natuurlijk dat de onafhankelijke pers wordt geweerd, wat vooral tot gevolg heeft dat de lokale bevolking – met de middelen die haar nog rest – verslag kan uitbrengen over wat er aan het gebeuren is. Door enkel de burgerslachtoffers te tonen, benadrukken ze heel efficiënt de wreedheid van deze operatie. Ongetwijfeld wordt er her en der ook op reguliere wijze gevochten, maar dat wordt wijselijk niet verslaan. Is het dus Hamas-propaganda? Ongetwijfeld? Zint me dat, gezien de weinig verheven tactieken die deze organisatie erop na houdt om zijn doel te bereiken? Niet echt. Mag je je toevlucht zoeken tot propaganda als je buren, vrienden, familieleden afgeslacht worden? Probeer daar maar eens een zinnig bezwaar tegen te vinden…
Maar maakt het allemaal iets uit? Blijkbaar niet. Elk weekend wordt zowat in elk Westers land geprotesteerd dat het niet mooi meer is. Elke dag barst het nieuws van kapotgeschoten huizen, bloedende en huilende mannen en vrouwen, aan- en afrijdende ambulances. Het leven zoals het bijna afgelopen is. Daarna zie je deftige heren in nette maatpakken strenge taal spreken, maar het is roepen in de woestijn. Een VN-bestand? Wat gaan wij ons daarvan aantrekken, zeggen beide partijen, en ze schieten lustig verder. Bij voorkeur zelfs op VN-gebouwen of -voertuigen. Maak van die VN voortaan gerust QN – die van quantité négligable.
Een Belgisch B-Fast team staat al dagen klaar om slachtoffers te helpen, maar mag niet vertrekken… van Egypte. Een fijn staaltje Realpolitik van het piramidenvolk, dat liever heel de bevolking van Gaza mee ten onder ziet gaan samen met Hamas dan besmet te worden door die opruiende rakkers. Cynisme is van alle tijden, en van alle volken.
En intussen is er niemand die echt een vuist kan maken tegen de Israëlische overheid. Die houdt namelijk alleen rekening met wat de Amerikaanse regering zegt. En die zegt… weinig tot niets. “Goh, het komt nogal ongelegen (of net goed getimed, wie zal het zeggen?), nu met die machtsoverdracht en zo. En we hebben hier ook een crisis, hoor, nog niets van gemerkt of zo?”
Ik heb overigens zo’n donkerbruin vermoeden dat Joe-met-de-baseballcap (of George-met-de-Stetson, hangt ervan af van waar je kijkt…) weinig of niets merkt van wat er in Gaza gebeurt. Kijk maar eens naar de nieuwssites van de grote Amerikaanse tv-netwerken, zoals ABC of CBS (Van Fox News verwacht ik al helemaal geen degelijke verslaggeving). Alleen NBC News vermeldt de oorlog op de homepage. Van massale betogingen in New York, Chicago of LA is er dan ook geen sprake. “Ha neen, want Israel is onze bondgenoot tegen die horden stoute Arabieren. Die gaan we toch niet op de vingers tikken, zeker?”
Men zegt dat de Amerikaanse televisiejournaals een grote rol hebben gespeeld in het beëindigen van de oorlog in Vietnam. Aangezien er geen VS-soldaten meevechten in Gaza is het evident dat de netwerken die ambitie nu niet hebben. Maar ook hun verslaggeving over de oorlog in Irak had dat effect al niet meer. Hun rol is wat dat betreft uitgespeeld.
En dus mag er in Gaza ongehinderd worden verdergeschoten. Over een paar jaar zal een of andere commissie wel oordelen dat er misdaden tegen de menselijkheid zijn gepleegd, en zullen deftige heren in nette maatpakken weer strenge taal spreken. Maar tegen dan zijn er weer een paar honderden, misschien duizenden graven bijgekomen in het mulle zand.
Oh, allemaal een Gelukkig Nieuwjaar, natuurlijk. Als we maar gezond zijn, hé!
Foto © Bissane Ibrahim
CNN verkoopt show
Gisterenavond (eigenlijk vanmorgen…) heb ik nog eens een paar uur zitten kijken naar de verkiezingsshow - geen licht gekozen term in dit geval - op CNN. Het was duidelijk dat deze zender ook meedeed aan de verkiezingen: die voor Best TV Station To Watch During Historic Events. Alles werd uit de kast gehaald om de concurrentie de loef af te steken.
1. Het multi-touch scherm. Eigenlijk een iPhone ter grootte van een flink uit de kluiten gewassen tv-scherm. Inzoomen, uitzoomen, draaien en keren, aantekeningen maken: de presentator die hier mee mocht spelen, goochelde er met fladderende handjes en gezwinde vingers op los.
2. Een virtueel Capitool, om de zetelverdeling in de Senaat te verduidelijken. Met zeteltjes die omklapten, waarbij langs de ene kant de naam van de Democratische, en langs de andere kant die van de Republikeinse kandidaat te zien was. Meerwaarde: zilch. Heb ik overigens maar één keer zien passeren.
3. Met veel bombarie aangkondigd: een soort hologram van een presentator die zich in Chicago bevond. (op de foto hierboven is te zien dat ze die technologie vandaag ook aan het gebruiken waren) Een echt hologram is het volgens kenners niet, en sceptici merkten op dat het beeld waarschijnlijk gewoon scherp is, maar opzettelijk aan de randen wat rafelig werd gemaakt omdat iedereen dat nu eenmaal verwacht van een hologram. Zoals Prinses Leia in Star Wars, bijvoorbeeld. Volgens de presentator in de studio hadden ze die technologie ontwikkeld om rustig te kunnen praten met iemand op een locatie waar heel veel volk staat. Excuseer? Waarom niet gewoon naar een rustig zaaltje in de buurt verkassen? Het kwam me voor dat dit staaltje van technisch vernuft heel omslachtig was, want daarna heb ik die dame alleen maar “gewoon” live in beeld gezien. En onverstaanbaar wegens… heel veel volk in haar buurt. Nee, serieus: een zaaltje. Valt te overwegen, vind ik.
Door al die technologische snufjes in de studio is het maar normaal dat je wat opgewonden geraakt, natuurlijk. Toen een handvol experts de gevolgen bespraken die de mogelijke verkiezing van Barack Obama zou kunnen hebben, zei er eentje:
If Obama wins, this will have an immediate and profound effect on how the US are perceived abroad. I believe this could be huge. At no point in our history, any single event has created such a boost to our image, that’s for sure.
Reactie van de man naast hem, een iets nuchterder type:
Well, except winning World War II, of course.
Waarop al de anderen plots veel belangstelling krijgen voor hun schoenen of de schermen voor hun neus. “Hé, is dat dat daar een hologram of zo? Knap, zeg…”
Twitterende Celebs: Een Vergelijkend Onderzoek
Een quizje: welke BA (Bekende Amerikaan) stuurde onlangs dit bericht de wereld in via Twitter?
Thinking about adopting a dalmation and getting a saddle.
Je kunt kiezen uit:
- Lance Armstrong
- Sarah Palin
- John McCain
- Barack Obama
- Gary Coleman
- Britney Spears
- Stephen Fry
In een echte quiz zou het waarschijnlijk een nek-aan-nek-race worden tussen Sarah Palin en Britney Spears (al kan ik me voorstellen dat een aantal deugnieten hun geld op Stephen Fry zouden durven zetten), maar het juiste antwoord is: Gary Coleman. Wie na 1970 is geboren – nét van de tiet af, met andere woorden – zal zich wellicht afvragen wie Gary Coleman is, maar daar dient Wikipedia dus voor. Ik ken hem eigenlijk alleen van de serie Diff’rent Strokes, bij ons – ik denk op een Nederlandse zender – te zien onder de titel Arnold. Dat was een enorm succes in die tijd, maar daarna is het van kwaad tot erger gegaan met het kindsterretje. De laatste jaren kwam hij enkel in de pers in verband met rechtszaken, zijn drankverslaving, zijn ietwat onprecieze rijstijl, zijn echtscheiding (die op tv werd uitgezonden!), enzovoort.
Maar nu is hij terug, op Twitter dan nog. Al is het allesbehalve zeker of het wel om de echte Gary Coleman gaat. Mocht dat zo zijn, dan is hij wel de koning van de zelfspot. Enkele van zijn meest recente berichten:
I’m auditioning to be a Chipmunk! In the bag because I’m actual size.
Boy did I wake up on the wrong side of the toddler bed this morning.
I once drank my weight in beer! It took like..THREE cans!
Na een berichtje op En Nu Even Ernstig ben ik een paar twitterende celebs beginnen “volgen”. Maar dat levert helaas niet veel op. De twitterende Lance Armstrong is wellicht wel de echte, maar helaas veel minder grappig dan Gary Coleman – om niet te zeggen: oersaai. Vaak dingen als “Had a great livestrong ride today. Taylor and I hammered it.” Of “Hit the gym, rode for a bit, checked out the new LAF world HQ (done year-end) and now getting the kids!!”. Oh well, het is natuurlijk zijn job niet om boeiend te zijn (en dat zijn mijn tweets ook vast niet).
Britney Spears is blijkbaar ook de echte, maar het lijkt er sterk op dat een of ander pr-mannetje haar handjes vasthoudt. “Had a great day! Just put the babies down for bed. We were able to sneak out and get halloween costumes.” En dat soort dingen. Ideaal om het beeld van de foute moeder wat bij te stellen, met andere woorden. Sommige van haar berichtjes worden bovendien gepubliceerd door iemand van “Team Brit”. Flauw…
De boeiendste BT (Bekende Twitteraar) is zonder twijfel Stephen Fry, die een halve wereldreis aan het maken voor een documentaire over verdwijnende kruiden (of wat bedoelt hij met “disappearing species”?
). Overal waar zijn gsm een signaal opvangt, stuurt hij Tweets. Af en toe slaagt hij er ook in zijn droge humor in zo’n berichtje te stoppen.
Snakes, a chameleon, three leaf-tailed geckos: the best jungle I’ve ever been in. Nosy Mangabe rocks.
Lawks what a day, I’m on the 4th biggest island on earth, over 80% of whose plant life is unique and I’ve been talking about Ross and Brand!
(verwijzend naar de perikelen rond Jonathan Ross en Russel Brand)
Ah me! Just had a foot massage. Head massage in the morning, foot in the evening. Should have had a tummy rub at lunchtime…
Ronduit ontgoochelend zijn de Twitter-activiteiten van de protagonisten in de strijd om het Witte Huis. Obama – of beter: iemand uit zijn team – laat gewoon geregeld weten waar hij zal spreken en hoe je de toespraak kunt volgen.
In Des Moines, IA “Early Vote for Change” rally. Watch it live at http://my.barackobama.com/livestream
Het team van Sarah Palin doet doorgaans net hetzelfde, afgewisseld met berichtjes waarin allerlei vaags wordt geïnsinueerd over Obama. De tweets van McCain zijn gewoon nog erger: die gaan bijna allemaal over Obama. “Hij” stuurt vooral links naar commentaren van ongetwijfeld ultraconservatieve politieke analisten die hun gal spuwen over McCains tegenstander. Zielig, gewoon.
Moraal van het verhaal: wie dacht dat hij via Twitter iets (boeiends) te weten zou komen over onze bekende medemens, komt negen op de tien keer bedrogen uit. Maar wie had eigenlijk iets anders verwacht?
Quickie looooooooves them Apples
We verwachten wellicht teveel van politici. Dat ze al onze problemen oplossen, bijvoorbeeld. Dat ze de wereld beter maken. Onzin, natuurlijk. Er zitten straffe mannen – én vrouwen – bij, maar voor mirakels moet je je bij een andere club aansluiten.
Ik verwacht er niet zo heel veel van. Ik heb er ooit eens een paar van nabij meegemaakt, en wat bleek: het zijn mensen. Nagenoeg zonder uitzondering heel hard werkende mensen, en soms heel intelligente mensen. Maar geen helden, en zeker geen heiligen.
Soms doen ze zelfs hele domme dingen. Neem nu Vincent Van Quickenborne: een heel intelligente én hardwerkende minister. Soms werkt hij zelfs zo hard dat hij kan berekenen hoeveel files kosten die er niet hebben gestaan als gevolg van een treinstaking. Dat was dus niet heel intelligent. En zijn gedweep met Apple is dat evenmin. Zeker niet als “ICT-minister”.
(Eerst even iets rechtzetten: ik ben geen Apple-hater, al heb ik de perceptie blijkbaar tegen. “Tuurlijk, want jij bent nog woordvoerder van Microsoft geweest.”. Et alors? “En je hebt Windows Vista Magazine opgestart, ha!” So? Met artikels over Apple-producten in zowat elke editie die ik maakte. Ik zal je eens wat zeggen: mijn eerste computer was een Apple: een Classic II. Fantastisch machientje, had ‘m nooit mogen wegdoen. Maar ik dacht dat ik een groter ding nodig had – ik was toen nog vatbaar voor reclame, wellicht – waardoor ik opeens achter een LC630 of zoiets zat. De grootste hoop rommel waar ooit een stroomsnoer aan heeft gehangen. Apple was toen echt niet “goe bezig”. ’t Was dus bye-bye Apple, en sindsdien ben ik nog niet naar het Ware Geloof teruggekeerd.)
Dat komt misschien nog wel, zeker als het van Quickie afhangt. Ik kan me zo voorstellen dat hij op een dag de droom van alle Belgische Linux-nerds lijkt waar te maken door het gebruik van Windows in heel België te verbieden… om dan tot ontzetting van de pinguïnofielen het gebruik van Mac’s te verplichten.
Waanzin! Een karikatuur! Gezwans! Uiteraard, maar hoe hij loopt te pronken met zijn geliefkoosde merk, is ook een beetje waanzinnig. Een week of twee geleden liet hij aan iedereen die het hoorde wilde – én de anderen – dat hij een gekraakte iPhone gebruikte. Toegegeven, de wet is niet helemaal duidelijk wat die praktijk betreft, maar helemaal zuiver is het uiteraard niet, en het is zeker een inbreuk tegen de “geest” van de wet. Kun je je voorstellen dat Etienne Schouppe een achterpoortje in de verkeerswet gebruikt om tegen 200 per uur door een dorpskern te scheuren? Dat Didier Reynders alle inkomsten van de belastingen een week lang op zijn persoonlijke rekening zet “tot de probleem in de financie sector een beetsen minder zijn geworden”? Dat Pieter De Crem een tankeenheid inzet om het hoofdkwartier van zijn politieke tegenstanders in Aalter plat te rijden, zwaaiend met een rapport van de Staatsveiligheid dat het een cel van Al-Qaeda was? (Euh, dát eigenlijk wel, ja)
En vorige week stond deze foto bij een interview met Sir Q in De Standaard. De VRT werd nog niet zolang geleden flink op de vingers getikt voor minder erge gevallen van product placement.
Ik denk dat dit nog eens slecht gaat aflopen. Wordt zijn liefde voor Apple minister Q’s achillespees? Heeft hij in de verboden vrucht gebeten?
Mediatraining voor iedereen
Dat een boek als The Cult of the Amateur: How the Internet is Killing our Culture, waarin bloggers zwaar op de korrel worden genomen, op weinig enthousiasme kan rekenen bij bloggers, is geen verrassing. Dat nogal wat bloggers daar hun mening over spuien, is dat evenmin. BVLG is een beleefde jongen en houdt het dan ook netjes. Naar verluidt zijn er al minder beschaafde “recensies” verschenen…
Tja, wat moet je hiermee als blogger? Ik denk dat het boek van Keen zeker zijn waarde heeft (ik heb het boek zelf nog niet gelezen, ik baseer me voorlopig ook maar op de besprekingen en interviews met de auteur die ik gelezen heb). Ik kan me zeker vinden in sommige van zijn stellingen, en vooral in het basisidee dat de huidige ontwikkeling op het internet ertoe leidt dat iets snel voor waar wordt aangenomen als duizend mensen denken dat het waar is, ook al beschikken die duizend mensen niet over de nodige kennis of vaardigheden om daarover te oordelen. De mening van één expert – die wel de achtergrond kent en in staat is om een objectieve analyse te maken – weegt daar niet tegenop.
Ooit (voor de komst van het internet) was het anders: als een expert iets vertelde, dan luisterde iedereen. Maar ook die expert kon – en kan – het soms fout hebben. Geen van beide “methodes” zijn dus ideaal. Wat dan wel? Duizend experts die allemaal hetzelfde zeggen? De kans op een waarachtige weergave van de feiten lijkt dan al wat groter, al is absolute zekerheid dan nog altijd niet gegarandeerd. Elk oordeel is een menselijk proces en houdt dus inherent een kans op falen in.
Ik heb de indruk dat de “nonsens” waar Keen naar verwijst vooral slaat op foute berichtgeving, loze beweringen die achteraf niet te kloppen, politieke of sociale analyses die onvoldoende onderbouwd zijn. Ik denk dat sommige lezers wel doorhebben wanneer iets echt nonsens is – ook als het gedrukt staat. Maar de massa kan nu eenmaal relatief gemakkelijk worden misleid – denk maar aan de massale reacties die er soms komen op 1 april-grappen. Als duizenden goedgelovigen op een datum die gekend staat als een dag waarop je moet opletten voor wat je hoort of leest toch nog in hun pyjama naar een benzinestation rijden omdat ze hadden gehoord dat je dan gratis kan tanken, wat moet het dan niet zijn op die 364 (soms 365) andere dagen van het jaar?
De fout die intellectuelen – en daar horen ook tal van bloggers bij – vaak maken als ze het over dit soort zaken hebben, is dat ze hun vrienden en kennissen gebruiken als referentiekader. Zonder mezelf een intellectueel te noemen, moet ik toegeven dat ik soms hetzelfde doe. In december 2006 heb ik een deel van Bye Bye Belgium gezien, die fake tv-nieuwsuitzending op de RTBF. Achteraf kon ik maar moeilijk geloven dat er zoveel mensen waren die dit spektakel voor waar namen. Pas veel later drong het tot me door dat ik het programma had bekeken met de ogen van iemand die zelf in de media actief was en er zelfs nog om den brode over had geschreven. Dan heb je automatisch oog voor mechanismen die niet kloppen (amper enkele minuten nadat de uitzending bezig was, hadden ze al een perfect gemonteerd verslag van wat zich zogezegd een uurtje ervoor had afgespeeld op een Brusselse tram, en eveneens in amper een paar minuten tijd was de zender erin geslaagd om zeker vier of vijf journalisten naar verschillende locaties te sturen voor een stand-up – elk met een eigen camera- en geluidsman, dus – een mobilisering die kan tellen!).
Maar wat ik wou zeggen: jan met de pet – of in dit geval vooral jean avec la claque – is helemaal niet op de hoogte van hoe een tv-journaal wordt gemaakt. En onze jean is er heilig van overtuigd dat wat een nieuwslezer allemaal verkondigt de absolute waarheid is. Met als gevolg: hij gelooft.
Misschien moet iemand Keen eens uit de doeken doen wat hier in december 2006 gebeurd is. Als zijn boek één verdienste heeft, dan is het wel dat er nog ontzettend veel moet worden gedaan aan mediatraining – en dan heb ik niet over cursussen waarin politici leren om hun hoofd in de juiste hoek schuin te houden, het gebruik van negatieve formuleringen zoveel mogelijk te vermijden (vraag: “Mijnheer de premier, is er een regeringscrisis?”, antwoord: “We staan absoluut voor een bijzondere uitdaging.”) en vooral niet te antwoorden op de vragen van journalisten. Nee, ik bedoel: jongeren leren hoe ze met media moeten omgaan. Zowel met de “oude” als de “nieuwe”, want zelfs Stevie Wonder heeft in de smiezen dat die nog veel meer in elkaar zullen overgaan. Het is me een raadsel dat dit nog geen vak is dat op hetzelfde niveau staat als pakweg geschiedenis als aardrijkskunde. We leven in een wereld die steeds meer door de media geregeerd worden. Kranten, tv-zenders en websites brengen niet alleen verslag over politieke en sociale ontwikkelingen – steeds vaker brengen ze die ook op gang. En toch weten we er zo weinig over… Dat lijkt me veel gevaarlijker dan een blog vol nonsens.
Huh-huh, huh-huh… Geh-geh-geh-geh…
Kijk, Beavis & Butthead zijn terug:
Is deze foto echt? De “Huh-huh, huh-huh…” en “Geh-geh-geh-geh…” zijn gewoon bijna hoorbaar.
© Wim Daneels. Origineel hier.
De kleur van kots
Pfff, ik voel me vanavond net ietsje minder fier om een Gentenaar te zijn, met dat onnozel verbod op hoofddoeken. En ik niet alleen, blijkbaar. Tot vanavond konden we – vooral als er verkiezingen werden gehouden – de rest van het land nog een flinke “Eat this, motherfuckers!” toewerpen wat politieke zeden betrof. Paars heeft de laatste jaren veel goeds gedaan in Gent en iedereen was dan ook blij dat de coalitie na de laatste gemeenteraadsverkiezingen in het zadel bleef. Verzinnebeeld in de innige omhelzing tussen Freya Van den Bossche en Guy Verhofstadt in het stadhuis. Ik zweer het je: als de VRT daar niet met een cameraploeg had gestaan, waren die twee gewoon beginnen muilen van contentement. (Nee, dat is geen schrijffout, ik bedoelde helemaal niet “huilen”). Tegelijk kreeg het Bruine Kliekje er hier geregeld van langs, zodat we ons op den duur misschien een beetje moreel superieur begonnen te voelen.
Vanavond stond er blijkbaar een reality check op het programma. Terwijl er tal van prangende sociale en economische kwesties moeten worden aangepakt, gaan we ons een beetje bezighouden met een dress code voor stadspersoneel. Kan het mij een lor schelen dat iemand een hoofddoek, een keppeltje, een tulband of – voor de die hards – een doornenkroon op zijn kop heeft als ik aan zijn of haar loket of bureau goed wordt bediend? Nee, een perfect neutrale sufkop die je behandelt als een mayonaisevlek die hij maar niet uit zijn broek krijgt, dat is wel een toonbeeld van “goed bestuur”, zeker?
Zouden de liberalen die hieraan hebben meegedaan zo vriendelijk willen zijn om eens in een woordenboek op te zoeken wat dat betekent? Dat ze hiervoor hebben samengespannen met de tsjeven, is nog enigszins begrijpelijk – die coalitiegesprekken beginnen al snel slechte gewoontes op te leveren – maar dat ze ook doodleuk het Bruin Kliekje in de armen sluiten om gemoedelijk weer een stapje richting negentiende eeuw te zetten, is gewoon zielig.
Voor een land dat bekend staat om zijn uitstekende modeontwerpers is het eigenlijk wel een beetje lullig, nietwaar? In hun collecties komen oranje en blauw vast even vaak voor als pittige oneliners in een speech van Jo Vandeurzen. En als je daar nog bruin in begint te mengen, wordt het pas helemaal een hoopje kots.
Formatie: de gouden tip
Er komt nu blijkbaar toch nog schot in de formatiegesprekken. Zou (pdw) er zich mee hebben gemoeid? Even Leterme discreet opzij genomen en vaderlijk in zijn oor gefluisterd: “Kijk eens op de doos…”?
Waarmee ik uiteraard absoluut niet wil alluderen op de fysionomie van bepaalde CDH-onderhandelaars, hoor. Zo ben ik niet.







