Archive for the ‘celebs’ Category
Plebs of celebs?
Microsoft doet leuke dingen met Windows Live de laatste tijd. Onderaan in Messenger berichtjes laten verschijnen dat mensen uit je netwerk iets op Twitter hebben gezet – kijk eens aan. Een andere leuke nieuwigheid is ‘Minimize me’, wat gelukkig niets te maken heeft met dat akelige personage uit de Austin Powers-films. Het is gewoon een site waar je een avatar voor Messenger kunt creëren die (een heel klein beetje) op jou lijkt. Er is een basisfiguurtje waar je je eigen gelaatstrekken aan kunt toevoegen, bijna identiek aan Face Your Manga, dus.
Wat je hier echter ook kan, is de smoel van een celebrity als avatar kiezen. Op zich al een vreemde bezigheid, vind ik. Op Facebook zie je dat ook soms, maar waar slaat het in godsnaam op? Wat zegt dat over jou als je een foto van pakweg Tom Cruise als profielfoto zet? Dat je een fan bent van die kerel? Daar bestaan vele andere en betere manieren voor - zelfs op Facebook. Of vind je dat je erop lijkt en dat je even goed een foto van Cruise kunt gebruiken, want van jezelf heb je er toevallig geen liggen? Of hoop je stiekem dat de mensen zich vergissen en denken: “Wat een knappe kerel is die Jo Vandeurzen toch!”?
Maar met die celebrity-avatars voor Messenger is er nog een ander probleem: je herkent nauwelijks wie ze zijn. Ik denk dat Christina Aguilera erbij zit, en daarnaast ook Madonna, Justin Timberlake met zijn onnozel hoedje, Amy Winehouse en Beckham, maar dat is het zowat. Wie zijn in godsnaam die andere lui?
Wellicht is mijn score zo laag omdat een pak van die nitwits alleen in de VS bekend zijn (en laat ons hopen dat dat zo blijft…), maar toch ook omwille van de uitvoering, vrees ik. Dat kan beter, Microsoft. Aan het werk! En zorg meteen voor wat lokale beroemdheden. Waar blijven de avatars van Tom Boonen, Tia Hellebaut, Peter Van de Veire, Erik Van Looy, Wesley Sonck en Yves Leterme?
Twitterende Celebs: Een Vergelijkend Onderzoek
Een quizje: welke BA (Bekende Amerikaan) stuurde onlangs dit bericht de wereld in via Twitter?
Thinking about adopting a dalmation and getting a saddle.
Je kunt kiezen uit:
- Lance Armstrong
- Sarah Palin
- John McCain
- Barack Obama
- Gary Coleman
- Britney Spears
- Stephen Fry
In een echte quiz zou het waarschijnlijk een nek-aan-nek-race worden tussen Sarah Palin en Britney Spears (al kan ik me voorstellen dat een aantal deugnieten hun geld op Stephen Fry zouden durven zetten), maar het juiste antwoord is: Gary Coleman. Wie na 1970 is geboren – nét van de tiet af, met andere woorden – zal zich wellicht afvragen wie Gary Coleman is, maar daar dient Wikipedia dus voor. Ik ken hem eigenlijk alleen van de serie Diff’rent Strokes, bij ons – ik denk op een Nederlandse zender – te zien onder de titel Arnold. Dat was een enorm succes in die tijd, maar daarna is het van kwaad tot erger gegaan met het kindsterretje. De laatste jaren kwam hij enkel in de pers in verband met rechtszaken, zijn drankverslaving, zijn ietwat onprecieze rijstijl, zijn echtscheiding (die op tv werd uitgezonden!), enzovoort.
Maar nu is hij terug, op Twitter dan nog. Al is het allesbehalve zeker of het wel om de echte Gary Coleman gaat. Mocht dat zo zijn, dan is hij wel de koning van de zelfspot. Enkele van zijn meest recente berichten:
I’m auditioning to be a Chipmunk! In the bag because I’m actual size.
Boy did I wake up on the wrong side of the toddler bed this morning.
I once drank my weight in beer! It took like..THREE cans!
Na een berichtje op En Nu Even Ernstig ben ik een paar twitterende celebs beginnen “volgen”. Maar dat levert helaas niet veel op. De twitterende Lance Armstrong is wellicht wel de echte, maar helaas veel minder grappig dan Gary Coleman – om niet te zeggen: oersaai. Vaak dingen als “Had a great livestrong ride today. Taylor and I hammered it.” Of “Hit the gym, rode for a bit, checked out the new LAF world HQ (done year-end) and now getting the kids!!”. Oh well, het is natuurlijk zijn job niet om boeiend te zijn (en dat zijn mijn tweets ook vast niet).
Britney Spears is blijkbaar ook de echte, maar het lijkt er sterk op dat een of ander pr-mannetje haar handjes vasthoudt. “Had a great day! Just put the babies down for bed. We were able to sneak out and get halloween costumes.” En dat soort dingen. Ideaal om het beeld van de foute moeder wat bij te stellen, met andere woorden. Sommige van haar berichtjes worden bovendien gepubliceerd door iemand van “Team Brit”. Flauw…
De boeiendste BT (Bekende Twitteraar) is zonder twijfel Stephen Fry, die een halve wereldreis aan het maken voor een documentaire over verdwijnende kruiden (of wat bedoelt hij met “disappearing species”?
). Overal waar zijn gsm een signaal opvangt, stuurt hij Tweets. Af en toe slaagt hij er ook in zijn droge humor in zo’n berichtje te stoppen.
Snakes, a chameleon, three leaf-tailed geckos: the best jungle I’ve ever been in. Nosy Mangabe rocks.
Lawks what a day, I’m on the 4th biggest island on earth, over 80% of whose plant life is unique and I’ve been talking about Ross and Brand!
(verwijzend naar de perikelen rond Jonathan Ross en Russel Brand)
Ah me! Just had a foot massage. Head massage in the morning, foot in the evening. Should have had a tummy rub at lunchtime…
Ronduit ontgoochelend zijn de Twitter-activiteiten van de protagonisten in de strijd om het Witte Huis. Obama – of beter: iemand uit zijn team – laat gewoon geregeld weten waar hij zal spreken en hoe je de toespraak kunt volgen.
In Des Moines, IA “Early Vote for Change” rally. Watch it live at http://my.barackobama.com/livestream
Het team van Sarah Palin doet doorgaans net hetzelfde, afgewisseld met berichtjes waarin allerlei vaags wordt geïnsinueerd over Obama. De tweets van McCain zijn gewoon nog erger: die gaan bijna allemaal over Obama. “Hij” stuurt vooral links naar commentaren van ongetwijfeld ultraconservatieve politieke analisten die hun gal spuwen over McCains tegenstander. Zielig, gewoon.
Moraal van het verhaal: wie dacht dat hij via Twitter iets (boeiends) te weten zou komen over onze bekende medemens, komt negen op de tien keer bedrogen uit. Maar wie had eigenlijk iets anders verwacht?
Bezweken voor Facebook
“Ik zit hier nu een paar weken actief op en weet eigenlijk niet goed waarom,” laat mijn buurman en online buddy Bernard weten op de Facebook-pagina die ik van de week heb aangemaakt. Hij is vast niet de enige. Zeker voor wie ouder is dan zestien is het allemaal een beetje silly, natuurlijk.
Daarom dat ik ook zolang heb getwijfeld om tot dit clubje toe te treden. Maar ik was eigenlijk te nieuwsgierig, denk ik. Via via wist ik namelijk dat nogal wat oude vrienden een Facebook-profiel hadden (terwijl ze bijvoorbeeld geen zier geven om LinkedIn, waar ik al jaren gebruik van maak). Het lijkt me leuk om daar nog eens contact mee op te nemen, zeker nu we – volop werkend en kinderen opvoedend – veel te weinig buitenkomen (al dient in dit verband te worden opgemerkt dat we afgelopen zaterdag wel mooi op een privé-feestje stonden te pintelieren naast schoon volk als Tom Lanoye, Wim Helsen, Rick De Leeuw en Helmut Lotti, wat op een onnozele manier wel iets had, vond ik).
En kijk: de dag nadien kreeg ik van iemand die ik al in geen tijden meer had gezien prompt een uitnodiging om nog eens een pint te gaan pakken. Je ziet het: Facebook werkt! Ik kan het iedereen aanraden!
(Hmm, zouden die kerels al een pr-bureau hebben?)
De truuk met de foef
“Sex sells” is een van de meest gekende en schaamteloos toegepaste marketingwijsheden. Het werkt altijd en overal, behalve wellicht in een aantal islamitisch georiënteerde naties…
Meestal zijn het blote tieten – God’s beste werk, volgens velen – die worden gebruikt om de de argeloze koper in de val te lokken. Maar vandaag is wat dat betreft weer een grens verlegd. In Goedele, het nieuwe maandblad rond… euh, Goedele staat een reeks vagijnen zo groot afgebeeld dat zelfs Stevie Wonder de g-plek kan zien zitten. Toegegeven, dat past naadloos binnen het concept, en Goedele kan zich beroepen op haar achtergrond als seksuologe om het te verantwoorden, maar het is natuurlijk in de eerste plaats een geslaagde PR-stunt. Zowat elk krantenartikel had het erover en uiteraard hebben ook enkele bloggers het gemeld.
Loopt iedereen daarom meteen naar de krantenwinkel om het nieuwe blad – uiteraard stiekem verborgen in een exemplaar van De Tijd – mee naar huis te nemen? Neen, dat zou maar al te gemakkelijk zijn. En daarvoor is de erotische uitstraling van zo’n medisch uitgelichte hoofdingang ook wat te beperkt. Wat telt, is dat het nieuwe blad meteen een imago heeft: het is niet zomaar een nieuw blad, maar een boekske met een foto van een preut in. Het is dus stout, gedurfd, grensverleggend, geen kleur- en smaakloze prul. Zelfs al zouden alle artikels in deze editie van een schabouwlijk niveau zijn (wat ik sterk betwijfel), dan maakt dat allemaal niet uit. Goedele – het boekje – heeft vanaf dag één een smoel, dat is wat telt. Een enigszins harige smoel, dat wel, maar beter dat dan niets…
Benieuwd of het vertrouwen van de adverteerders gaat volgen. Amper 16 pagina’s advertenties op een totaal 156, waarvan minstens de helft intern (voor andere Sanoma-bladen bijvoorbeeld) of in ruil, dat is niet meteen een weergaloos succes te noemen.
Voorpaginanieuws
Dat was toch even schrikken, afgelopen woensdag, toen ik de krant op tafel zag liggen.
Opengevouwen zag dat er ongeveer zo uit.
Boven of onder “de vouw”, daar gaat het vaak om bij het opmaken van een voorpagina. Alleen van wat boven de vouw zit, ben je zeker dat iedereen het zal zien. Al is dat vooral zo voor broadsheets.
Wat onder de vouw zit, heet minder cruciaal te zijn. En dus mag er al eens een grapje mee worden uitgehaald. Of zou dit echt toeval zijn?
Quickie looooooooves them Apples
We verwachten wellicht teveel van politici. Dat ze al onze problemen oplossen, bijvoorbeeld. Dat ze de wereld beter maken. Onzin, natuurlijk. Er zitten straffe mannen – én vrouwen – bij, maar voor mirakels moet je je bij een andere club aansluiten.
Ik verwacht er niet zo heel veel van. Ik heb er ooit eens een paar van nabij meegemaakt, en wat bleek: het zijn mensen. Nagenoeg zonder uitzondering heel hard werkende mensen, en soms heel intelligente mensen. Maar geen helden, en zeker geen heiligen.
Soms doen ze zelfs hele domme dingen. Neem nu Vincent Van Quickenborne: een heel intelligente én hardwerkende minister. Soms werkt hij zelfs zo hard dat hij kan berekenen hoeveel files kosten die er niet hebben gestaan als gevolg van een treinstaking. Dat was dus niet heel intelligent. En zijn gedweep met Apple is dat evenmin. Zeker niet als “ICT-minister”.
(Eerst even iets rechtzetten: ik ben geen Apple-hater, al heb ik de perceptie blijkbaar tegen. “Tuurlijk, want jij bent nog woordvoerder van Microsoft geweest.”. Et alors? “En je hebt Windows Vista Magazine opgestart, ha!” So? Met artikels over Apple-producten in zowat elke editie die ik maakte. Ik zal je eens wat zeggen: mijn eerste computer was een Apple: een Classic II. Fantastisch machientje, had ‘m nooit mogen wegdoen. Maar ik dacht dat ik een groter ding nodig had – ik was toen nog vatbaar voor reclame, wellicht – waardoor ik opeens achter een LC630 of zoiets zat. De grootste hoop rommel waar ooit een stroomsnoer aan heeft gehangen. Apple was toen echt niet “goe bezig”. ’t Was dus bye-bye Apple, en sindsdien ben ik nog niet naar het Ware Geloof teruggekeerd.)
Dat komt misschien nog wel, zeker als het van Quickie afhangt. Ik kan me zo voorstellen dat hij op een dag de droom van alle Belgische Linux-nerds lijkt waar te maken door het gebruik van Windows in heel België te verbieden… om dan tot ontzetting van de pinguïnofielen het gebruik van Mac’s te verplichten.
Waanzin! Een karikatuur! Gezwans! Uiteraard, maar hoe hij loopt te pronken met zijn geliefkoosde merk, is ook een beetje waanzinnig. Een week of twee geleden liet hij aan iedereen die het hoorde wilde – én de anderen – dat hij een gekraakte iPhone gebruikte. Toegegeven, de wet is niet helemaal duidelijk wat die praktijk betreft, maar helemaal zuiver is het uiteraard niet, en het is zeker een inbreuk tegen de “geest” van de wet. Kun je je voorstellen dat Etienne Schouppe een achterpoortje in de verkeerswet gebruikt om tegen 200 per uur door een dorpskern te scheuren? Dat Didier Reynders alle inkomsten van de belastingen een week lang op zijn persoonlijke rekening zet “tot de probleem in de financie sector een beetsen minder zijn geworden”? Dat Pieter De Crem een tankeenheid inzet om het hoofdkwartier van zijn politieke tegenstanders in Aalter plat te rijden, zwaaiend met een rapport van de Staatsveiligheid dat het een cel van Al-Qaeda was? (Euh, dát eigenlijk wel, ja)
En vorige week stond deze foto bij een interview met Sir Q in De Standaard. De VRT werd nog niet zolang geleden flink op de vingers getikt voor minder erge gevallen van product placement.
Ik denk dat dit nog eens slecht gaat aflopen. Wordt zijn liefde voor Apple minister Q’s achillespees? Heeft hij in de verboden vrucht gebeten?
Poëtische zatte praat
copyright foto: Wim Danneels / De Standaard
Het is een schande. Weerwolven (elke maandag veel te laat op Canvas) is intussen al wekenlang bezig en ik heb nog niet één poging gedaan om de kijkcijfers tot duizelingwekkende hoogtes te doen stijgen. Als alle bezoekers van mijn blog de volgende keer kijken, zal de studiedienst van de VRT ’s anderendaags weliswaar geen fenomenale piek zien verschijnen, maar toch…
Nog een grotere schande: waar blijven de paginalange interviews met Dimitri Van Zeebroeck, de maker van dit weergaloze programma? De grootste onnozelaar die opduikt in een derderangs – en vaak ook derdehánds – tv-concept, krijgt meteen en microfoon onder de neus geschoven, maar Van Zeebroeck, met voorsprong de meest getalenteerde tv-maker van zijn generatie, hoor of zie je nergens.
Ik mocht hem zelf ooit, in 2004, eens interviewen voor De Standaard, en dat werd een gezellig gesprek (de link werkt enkel voor abonnees van DS Online, sorry) in een Antwerpse volkscafé waar de pintjes nog 1 euro kostten, en soep (mét brood) 2,5 euro. Een tijdje later sprak ik hem nog eens (opnieuw enkel voor abonnees) en zowaar, nu ik dat artikel nog eens herlees, werd daarin zijn overstap van Kanaaltwee, waarvoor hij toen nog De Dag maakte, naar Canvas al aangekondigd. Ik citeer:
Van Zeebroecks aanpak krijgt navolging. In Villa politica was afgelopen vrijdag een reportage te zien waarin premier Guy Verhofstadt door een tweemansploeg met een kleine digitale videocamera gevolgd werd. Deze fly-on-the-wall-stijl zou wel eens een nieuwe rage kunnen worden op de Vlaamse televisie. Zouden ze dan aan de Reyerslaan niet beter het origineel in huis halen? ,,Ik heb geen exclusiviteitsovereenkomst met Kanaaltwee”, zegt Van Zeebroeck. ,,Ik ben nu formats aan het ontwikkelen en het zou best kunnen dat ik daar ook met de mensen van Canvas over zal praten.”
‘Nuff said. Dat was dus in 2004. We zijn nu vier jaar verder. Dat heeft dus véél te lang geduurd. Aan dit tempo maakt Van Zeebroeck pas in 2012 iets voor één, waardoor eindelijk iedereen zal doorhebben wat deze gast in zijn mars heeft.
Twee afleveringen uit Weerwolven zijn me bijgebleven, te beginnen met de aflevering met JMH Berckmans. Ok, een groot deel van het programma verkocht hij zatte praat, maar het was wel boeiende zatte praat, poëtische zatte praat zelfs! En tussendoor kreeg je toch een beetje toegang tot het wondere universum waarin deze schrijver dapper standhoudt. Alles in Weervolven is pikdonker en korrelig, maar de mentale littekens van Berckmans kwamen duidelijk in beeld. Zoals elke alcoholicus heeft Berckmans een personage gecreëerd dat hij aan de buitenwereld toont, en dus is het per definitie al hopeloos om te proberen er een authentiek portret van te maken. Maar dit kwam volgens mij verdomd dicht in de buurt. En dan heb ik het nog niet over de beelden gehad! Van Zeebroeck is eigenlijk een fotograaf, en dat is eraan te merken. Eigenlijk maakt hij gewoon portretten met een videocamera in plaats van een fototoestel. Zeker de vertraagde zwartwitbeelden zijn eigenlijk zachtjes bewegende prachtfoto’s.
Ook de aflevering met Eyskens sprong eruit, vond ik (en Dwarskijker in Humo ook, merkte ik van de week). Ik heb dat altijd al een bedenkelijke figuur gevonden (Eyskens, niet Dwarskijker). Héél intelligent, dat wel, maar een tsjeef tot in het diepste van zijn ongetwijfeld oranje bloedcellen. Glad, sluw, vals: in die termen dacht ik over de man. Nu ik de reportage in Weerwolven heb gezien eigenlijk nog altijd, maar toch is er een vreemd soort menselijkheid aan dat beeld toegevoegd. Eyskens wordt een oud heertje, die op een gegeven moment sukkelt met een weerbarstige staande lamp en er zowaar wat ontmoedigd door raakt. Wat menselijker dus. Het kan geen kwaad.
Zoals gebruikelijk strooide hij allerlei gedachten in het rond, het ene al wat zinniger als het andere. Maar deze vond ik wel mooi: “De nacht wordt vaak voorgesteld als iets beangstigend. Nochtans moet je geen schrik hebben voor de nacht. De nacht misdoet je niets. Het is het licht dat je kan verblinden als het te fel schijnt. Dáár moet je voor opletten.”
Misschien was Eyskens op dat moment óók wel zat. God knows I was…
Hoedanook: maandag aanstaande én de week erop is Pierre-Alain Volondat aan de beurt, die pianist met zijn maffe robotbuiging toen hij 25 jaar geleden de Koningin Elisabeth-wedstrijd won. Ik zou maar eens kijken als ik u was.
En de man van Phaedra wordt… Bert Geenen
Het internet is en blijft een weergaloze bron van onschatbare informatie. Onlangs zat ik de updates van mijn LinkedIn-netwerk een beetje door te nemen. En wat zag mijn lodderig oog (het andere óók, trouwens)?
Voor mij is het dus zo klaar als een klontje. Heb het al op Wikipedia aangepast, gemeld via SMS 4040, en ga morgen een dagje voor haar deur postvatten met mijn fototoestel. Klein probleem: de enige tv-zender, het enige tijdschrift én de enige krant waarvan ik zeker weet dat ze het nieuws zullen brengen, zijn eigendom van… de werkgever van die ouwe snoeperd. Die vlieger gaat dus niet op. Censuur! Awoert! Schande!
We zijn gekloot: Claus is dood.
Nu komt het er natuurlijk nooit meer van. De voorbije jaren – ik weet bij benadering niet hoelang dit spelletje al duurde – was het elk jaar weer hetzelfde liedje: telkens als de uitreiking van de Nobelprijs voor de literatuur naderde, werd de experts weer maar eens dezelfde vraag voorgelegd: krijgt-ie ‘m of krijgt-ie ‘m niet? Ik kan me voorstellen dat Claus dit fenomeen aanvankelijk nog vrij amusant vond, maar na een tijdje begon het hem vast flink op de zenuwen te werken. Alsof die prijs zijn hoogste ambitie was, het ultieme doel in zijn leven, dat zónder die bekroning dan toch niet zoveel waard zou zijn. Dat circus is nu voorbij – of wordt de Nobelprijs ook postuum uitgereikt?
In Nederland hadden ze Prins Claus (niemand die daar erg blij mee was), maar Hugo was ontegensprekelijk Koning Claus, de Supreme Commander van de Vlaamsche Letteren, de Keizer van de Hardcover. Kwam dat door de omvang van zijn oeuvre? Door zijn levenswandel? (Als jonge snaak in Parijs de kunstenaar gaan uithangen, Sylvia Kristel aan de haak slaan – daar hadden de oer-Vlaamse leraar-schrijvers van zijn generatie niet van terug.) Door zijn veelzijdigheid? (Behalve romans schreef hij ook gedichten, theater en filmscenario’s, en regisseerde hij en schilderde hij erop los. Volgens Jan Hoet was Claus geen onaardig schilder. “Allez, toch niet voor een schrijver.”, meende ik hem op de radio horen te zeggen.)
Of… wegens gebrek aan noemenswaardige concurrentie?
Ga maar na: wie volgt hem op aan de top? Wie is nu de beste Vlaamse nog levende schrijver? Uw antwoord op een gele briefkaart, graag. Liefst in stafrijm. Over rijmen gesproken: als ik Claus’ gedichten las, zat ik vaak al na vijf regels met mijn gedachten elders (meestal in onkuise regionen, maar dat zijn uw zaken niet). Maar als hij ze voorlas, gebeurde er iets wonderbaarlijks. Met die zware, doorleefde, onzekere en toch sonore stem van hem kon hij zijn gedichten vreemd genoeg doen zinderen van het leven. Zeker live – ik heb hem één keer meegemaakt op een 8 Beaux Forts of ander poëzie-evenement van het type waar ik al lang niet meer naartoe ga – was dat een hele belevenis.
Schluss damit. Point final. Tip-toe through the tulips, Hugo.
Huh-huh, huh-huh… Geh-geh-geh-geh…
Kijk, Beavis & Butthead zijn terug:
Is deze foto echt? De “Huh-huh, huh-huh…” en “Geh-geh-geh-geh…” zijn gewoon bijna hoorbaar.
© Wim Daneels. Origineel hier.








