Archive for March 2009
Gaming Twitter
Of je het nu leuk vindt of niet, social media worden steeds vaker ingeschakeld voor commerciële doeleinden. Bedrijven gebruiken Facebook om volk te lokken naar PR-stunts, op Youtube duiken steeds vaker geestige filmpjes op die uiteindelijk reclamefilmpjes blijken te zijn, en ook Twitter ontsnapt uiteraard niet aan deze trend. Dat kan interessant zijn – wie problemen heeft met zijn Dell-computer, moet dat maar melden op Twitter of er hangt al iemand van de helpdesk aan de lijn – maar vaak is dat met minder inspiratie en ziet men Twitter als het zoveelste marketingvehikel.
Bedrijven of experts die Twitter willen gebruiken om potentiële klanten te ronselen moeten er natuurlijk voor zorgen dat ze “gehoord” worden. Dat betekent: zoveel mogelijk “volgelingen” zien te verzamelen. Als je, zoals ik bijvoorbeeld, zorgvuldig een netwerkje hebt opgebouwd van enkele tientallen sympathieke, beleefde en fris geschoren Twitter-gebruikers (man/vrouw), dan is je impact natuurlijk beperkt. Hoewel daar uiteraard nog discussie over bestaat – sommigen stellen, misschien terecht, dat het niet uitmaakt hoeveel mensen je volgen, maar wie de mensen zijn die je volgen – wordt algemeen aanvaard dat je massa’s volgelingen moet hebben om efficiënt te twitteren. En daar loopt het vaak fout.
Er zijn verschillende manieren om aan veel volgelingen te geraken: héél interessant zijn, beroemd zijn, veel leuke replies posten op berichten van mensen met veel volgelingen (zodat hun volgelingen ook jouw posts zien en hopelijk benieuwd zijn naar wat je nog zoal te vertellen hebt), een mailing uitsturen naar al je LinkedIn-contacten, enzovoort.
Je kunt natuurlijk ook schandelijk misbruik maken van de Twitter-etiquette, waarbij je verondersteld wordt iedereen te volgen die aangeeft dat hij/zij jou volgt. “Gaming twitter” heet dit fenomeen blijkbaar, wellicht best te vertalen: met grof geschut op Twitter-volgelingen jagen (of Twitteraars als grof wild beschouwen, natuurlijk).
Neem bijvoorbeeld een zekere Martin, aka @yerfolin. Die man twittert sinds 3 maart en heeft vandaag al 1.386 volgers. Omdat hij zo’n interessante twitteraar is? Niet echt, hij heeft trouwens nog maar… 10 berichtjes gepost. Het grootste deel van zijn tijd heeft hij besteed aan het volgen van andere twitteraars, ruim 2.000 stuks. Meer dan de helft daarvan heeft gedaan wat hij ervan verwachtte: hem ook toegevoegd in hun lijstje van twitteraars die ze volgen. Benieuwd of ze al erg hebben genoten van zijn 10 berichtjes… Overigens lijkt het me onwaarschijnlijk dat hij van die 2.000 twitteraars die hij volgt ook maar één bericht leest. Ik volg 83 andere twitteraars, waarvan een kwart zelden of nooit een bericht plaatst, maar met de rest heb ik al leesvoer genoeg. Dus 2.000 kwetterende zielen…? Nee, bedankt. Geef mij portie maar aan Martin.
Vergelijkende reclame
Sinds de wet toestaat dat je in reclame op een objectieve manier je product vergelijkt met dat van een concurrent hebben we daar eigenlijk nog maar weinig voorbeelden van gezien. Op de Amerikaanse televisie zie je namelijk geregeld spots waarin auto X sneller, zuiniger of goedkoper wordt genoemd dan auto Y, enzovoort. De Vlaming is daar blijkbaar niet erg vatbaar voor. Het is natuurlijk altijd een zwaktebod, jouw waren aanprijzen door die van een ander minderwaardig te noemen.
Nee, als we dan toch naar concurrenten verwijzen in reclame, dan liever op deze manier.
Een veel te bekend biermerk denkt te scoren met deze clip:
Maar een concurrent maakt daar dit van:
Als rechtgeaarde Vlaming én bierliefhebber kan ik zoiets uiteraard alleen maar toejuichen. Al zou ik met mijn oordeel misschien beter wachten tot ik eerst dat andere bier eens heb gedronken…
Met dank aan collega M.!
PR for dummies… and smarties
Op het gevaar af zo labiel als een bezopen steltloper over te komen, moet ik bekennen dat ik dit heen-en-weer geslinger tussen pers en PR eigenlijk wel leuk vind. En leerrijk, bovendien. Meer nog: mocht elke journalist ooit een tijdje in een PR-functie hebben gewerkt, en elke PR-verantwoordelijke ooit een tijdje op een redactie hebben gezeten, dan zou iedereen zijn werk veel beter doen. Rotsvast van overtuigd.
Wat niet wil zeggen dat het een vereiste of een garantie is. Toen ik een paar maanden geleden samen met een Ierse partner een opleiding ging geven in Spa, hebben we de avond ervoor gezellig zitten leuteren over PR, de pers, politiek en Bono (dat heb je met die Ieren, hé?). Onze conclusie: een ex-journalist is niet per definitie een goede PR-adviseur. Want niet iedereen is bewust met zijn vak bezig, niet iedereen ziet – vaak door tijdgebrek – de machinaties die kaderen in een grote PR-strategie. Anderzijds heb je heel wat communicatiespecialisten die nog geen bericht voor de gebroken-armen-en-benen-rubriek bij elkaar zouden kunnen pennen, maar wel verdomd goed weten wat werkt en wat niet werkt in PR.
Om niet louter vanuit mijn eigen – in mijn ogen veel te beperkte – praktijkervaring te puren, school ik me graag wat bij. Lectuur genoeg op kantoor. PR for Dummies staat er in de boekenkast. Waarin zowaar het advies prijkt: “Call up on every press release you send. Call, and call again, until you get result.” Yip, echt iets voor dummies. Ter verdediging van het boekwerk: het dateert van 2001, toen e-mail dus nog niet zo wijdverspreid was als nu (en er van LinkedIn, Facebook en godbetert Twitter dus nog geen sprake was). Persberichten moesten toen nog met de Post worden verstuurd, waarvan de betrouwbaarheid laat ons zeggen “interessant” was.
Veel betere lectuur, tenzij je voor een reclamebureau werkt tenminste, is The Fall of Advertising and the Rise of PR van Al & Laura Ries. Dit boek kun je in twee zinnen samenvatten: adverteren werkt niet meer, tenzij als kunstvorm of om bestaande ideeën te bestendigen. Om nieuwe ideeën te verspreiden of te creëren, moet je PR gebruiken. De rest van het boek bestaat uit honderden voorbeelden van die stelling, het ene al wat correcter als het andere. Allemaal heel cassant, maar daardoor uiteraard ook wat eenzijdig geformuleerd.

Als je op zoek bent naar heel correcte praktische informatie, is Making News van de ex-journalist David Henderson een aanrader. Wat ik er vooral van heb overgehouden, is vooral de bevestiging van een een aantal zaken :
Het belang van persoonlijke contacten met de journalisten die voor jouw bedrijf of klant relevant zijn is onmogelijk te overschatten. Journalisten die je persoonlijk kennen, gaan veel sneller luisteren naar wat je te zeggen hebt, zo simpel is het. Daarbij komen ook social media, zoals Facebook of Twitter van pas: die kunnen helpen om je relatie met journalisten te onderhouden of op te bouwen. Net zoals je vrienden of je toffe ex-collega’s met wie je zeker nog iets ging gaan drinken toen je afscheid van hen nam, komt het er veel te weinig van om hen in het echt tegen het lijf te lopen. (Noot aan al mijn ex-collega’s: dat ik met jullie op deze manier converseer, staat hier natuurlijk los van
).
Hou altijd een open, gemoedelijke vorm van communiceren aan – altijd. Zelfs de grootste bedrijven hebben de neiging om korzelig, terughoudend, zelfs vijandig te reageren als ze worden bekritiseerd – wadda mistaaike to maaike! Hoe groot of sterk of succesvol je ook beweert te zijn, door zo te reageren, word je als zwak of klein gezien.
Het belang van eye candy: een goede foto (maar dan ook een écht goede foto) kan heel mooie coverage opleveren. Iedereen weet het, maar we vergeten het voortdurend. Volgens Henderson is dit “vooral interessant als het onderwerp moeilijk te verwoorden is of op zich niet zo aantrekkelijk is voor de journalist”. Ideaal voor de IT-sector, dus…
Een mooie tip om af te sluiten: schrijf elk persbericht alsof je een artikel voor de voorpagina van een krant aan het schrijven bent.
Gelukkig geldt dit niet voor blogposts.
Rijk worden met social media

Wat moeten we hier nu mee? Vanmorgen kreeg ik dit mailtje van een kennis in de inbox:
Hello,
I just became a shareholder in me2everyone and I didn’t have to pay a single Euro for the shares! It could be described as the gold-rush for 2009. This company might be huge and shares might soar in value over the coming months! You can register for free and it never has to cost you a single penny!
me2everyone is going to be a cool new virtual world where you can meet friends, chat, shop, play, watch videos, create an art gallery, open a virtual newspaper, play the free inworld lottery and make money from your own online store! You and everyone you know make the decisions, shape the world, create real incomes and share in the profits. It’s a new place where you meet new people or invite your friends. Learn new skills or expand your business. Find the love of your life or help the planet.
Membership is free and every member automatically becomes a shareholder in me2everyone Limited. Personally I have 1000 shares in the venture I’m going to increase my shares very soon. This is an excellent chance for all of us to make some real progress in 2009 and beyond! Please don’t miss it.
If you are looking for something really good in 2009: something that changes your view on the world, then you really have to spend just one minute and look at this website.
Please click visit www.me2everyone.com for the details
Geef toe: dit ziet er frauduleuzer uit dan een advertentie voor een Nigeriaanse versie van de Lehman Brothers in een Citibank-kantoor. Alleen: het is gratis. Wellicht blijft het na een tijdje niet gratis, en krijg je allerlei mogelijkheden voorgeschoteld waarvoor je wel even in de buidel moet tasten. Wat je dan wellicht weer kan vermijden door zoveel mogelijk van je vrienden en kennissen te ronselen voor deze “unieke opportuniteit”.
Of is het fake – een sociaal experiment waarbij men nagaat hoe goedgelovig de internetgebruiker is als het op social media aankomt? Want geef nu toe – opdat alle “aandeelhouders” hier rijk van zouden worden, moet dit netwerk ongeveer zo groot als Facebook worden en op dat moment een koper vinden die er cash voor wil betalen. En dat lijkt me toch niet zo evident.
In elk geval: het intrigeert me. De kerel die me dit heeft gestuurd is geen losbol, dus ik ga ervan uit dat hij hier toch eens over heeft nagedacht. Of is hij het slachtoffer geworden van een virus, die dit soort mailtjes uit zijn naam verstuurt?
Ben ik nu – na jarenlang te zijn blootgesteld aan berichten over virussen, hackers, wormen, bots, phishing, fraude en hoaxes – te paranoïde geworden? Loop ik hier de kans van mijn leven mis om eindelijk stinkend rijk te worden? Je zal het altijd zien…
“Een beetje naar links…”
Wat onderscheidt een goede foto van een mislukt exemplaar? Er zijn uiteraard een handvol technische vereisten: is de belichting goed, staat het onderwerp scherp in beeld, heb je de juiste witbalans gekozen, enzovoort. Maar minstens even belangrijk, zeker bij portretten, is dat het onderwerp goed opgesteld staat. Als je daar niet genoeg aandacht aan besteedt, kan dat zware gevolgen hebben…

Met dank aan collega R. (intussen ook hier gevonden)
Plebs of celebs?
Microsoft doet leuke dingen met Windows Live de laatste tijd. Onderaan in Messenger berichtjes laten verschijnen dat mensen uit je netwerk iets op Twitter hebben gezet – kijk eens aan. Een andere leuke nieuwigheid is ‘Minimize me’, wat gelukkig niets te maken heeft met dat akelige personage uit de Austin Powers-films. Het is gewoon een site waar je een avatar voor Messenger kunt creëren die (een heel klein beetje) op jou lijkt. Er is een basisfiguurtje waar je je eigen gelaatstrekken aan kunt toevoegen, bijna identiek aan Face Your Manga, dus.
Wat je hier echter ook kan, is de smoel van een celebrity als avatar kiezen. Op zich al een vreemde bezigheid, vind ik. Op Facebook zie je dat ook soms, maar waar slaat het in godsnaam op? Wat zegt dat over jou als je een foto van pakweg Tom Cruise als profielfoto zet? Dat je een fan bent van die kerel? Daar bestaan vele andere en betere manieren voor - zelfs op Facebook. Of vind je dat je erop lijkt en dat je even goed een foto van Cruise kunt gebruiken, want van jezelf heb je er toevallig geen liggen? Of hoop je stiekem dat de mensen zich vergissen en denken: “Wat een knappe kerel is die Jo Vandeurzen toch!”?
Maar met die celebrity-avatars voor Messenger is er nog een ander probleem: je herkent nauwelijks wie ze zijn. Ik denk dat Christina Aguilera erbij zit, en daarnaast ook Madonna, Justin Timberlake met zijn onnozel hoedje, Amy Winehouse en Beckham, maar dat is het zowat. Wie zijn in godsnaam die andere lui?
Wellicht is mijn score zo laag omdat een pak van die nitwits alleen in de VS bekend zijn (en laat ons hopen dat dat zo blijft…), maar toch ook omwille van de uitvoering, vrees ik. Dat kan beter, Microsoft. Aan het werk! En zorg meteen voor wat lokale beroemdheden. Waar blijven de avatars van Tom Boonen, Tia Hellebaut, Peter Van de Veire, Erik Van Looy, Wesley Sonck en Yves Leterme?

