november 2007


Pfff, ik voel me vanavond net ietsje minder fier om een Gentenaar te zijn, met dat onnozel verbod op hoofddoeken. En ik niet alleen, blijkbaar. Tot vanavond konden we – vooral als er verkiezingen werden gehouden – de rest van het land nog een flinke “Eat this, motherfuckers!” toewerpen wat politieke zeden betrof. Paars heeft de laatste jaren veel goeds gedaan in Gent en iedereen was dan ook blij dat de coalitie na de laatste gemeenteraadsverkiezingen in het zadel bleef. Verzinnebeeld in de innige omhelzing tussen Freya Van den Bossche en Guy Verhofstadt in het stadhuis. Ik zweer het je: als de VRT daar niet met een cameraploeg had gestaan, waren die twee gewoon beginnen muilen van contentement. (Nee, dat is geen schrijffout, ik bedoelde helemaal niet “huilen”). Tegelijk kreeg het Bruine Kliekje er hier geregeld van langs, zodat we ons op den duur misschien een beetje moreel superieur begonnen te voelen.

Vanavond stond er blijkbaar een reality check op het programma. Terwijl er tal van prangende sociale en economische kwesties moeten worden aangepakt, gaan we ons een beetje bezighouden met een dress code voor stadspersoneel. Kan het mij een lor schelen dat iemand een hoofddoek, een keppeltje, een tulband of – voor de die hards – een doornenkroon op zijn kop heeft als ik aan zijn of haar loket of bureau goed wordt bediend? Nee, een perfect neutrale sufkop die je behandelt als een mayonaisevlek die hij maar niet uit zijn broek krijgt, dat is wel een toonbeeld van “goed bestuur”, zeker?

Zouden de liberalen die hieraan hebben meegedaan zo vriendelijk willen zijn om eens in een woordenboek op te zoeken wat dat betekent? Dat ze hiervoor hebben samengespannen met de tsjeven, is nog enigszins begrijpelijk – die coalitiegesprekken beginnen al snel slechte gewoontes op te leveren – maar dat ze ook doodleuk het Bruin Kliekje in de armen sluiten om gemoedelijk weer een stapje richting negentiende eeuw te zetten, is gewoon zielig.

Voor een land dat bekend staat om zijn uitstekende modeontwerpers is het eigenlijk wel een beetje lullig, nietwaar? In hun collecties komen oranje en blauw vast even vaak voor als pittige oneliners in een speech van Jo Vandeurzen. En als je daar nog bruin in begint te mengen, wordt het pas helemaal een hoopje kots.

Baby aan boord

Zo’n zeemzoeterige ‘Baby aan boord’-sticker volstaat blijkbaar niet meer. Tegenwoordig hangen kersverse ouders de hele achterruit van hun auto vol met de blijde boodschap dat ze zich op de openbare weg begeven met hun doorgaans onnozel gedoopte uk op de achterbank. Is het jou ook niet opgevallen dat het zelden de papa’s of mama’s van Jan, Louis, Jefke, Thomas of godbetert Milan zijn die zich hieraan bezondigen? Nee hoor, dit soort praktijken is vooral populair bij de mensensoort die het nodig vindt om hun kind Kaluha, Zindy, Eusabie of een andere benaming van buitenaardse oorsprong cadeau te doen.

Waarom ze dat doen – die belettering, dus – is me absoluut een raadsel. En ik ben nochtans zelf een (bij momenten) trotse ouder van twee. Die ‘Baby aan boord’-sticker kreeg je vroeger automatisch van Kind & Gezin zodra je een kind ter wereld bracht, als ik me niet vergis. Misschien dachten nogal wat mensen dat het verplicht was om die “op een duidelijke plaats aan te brengen op het voertuig waarmede de pasgeborene werd verplaatst”?

Maar wie haalt het in zijn hoofd om naar zo’n letteringbedrijf te stappen met de vraag om de aanwezigheid van hun kroost middels letters van pakweg vijftien centimeter groot kenbaar te maken? Is dat om altruïstische redenen, en willen ze hiermee met name de elementair geschoolde pedofiel ter wille zijn? “Volg mij, ik stop vast wel ergens waar ik mijn schattige baby wel even ondoordacht zal achterlaten.” Is het pure trots, omdat ze erin geslaagd zijn om wat zaad in het daartoe voorbestemde recipiënt te storten en dan voldoende geduld aan boord te leggen tot er iets toonbaars uitkwam? Geef toe: dat is iets wat de hele wereld moet weten, niet?

Ik vrees dat de motivatie minder zuiver is. Als je een paar keer achter zo’n auto in de file hebt gesukkeld of door de stad hebt geschuifeld, dan weet je dat hiermee eigenlijk wordt bedoeld: “Hé, jij daar achter me. Ik wou je gewoon maar even laten weten dat ik doodsbenauwd ben dat mijn zorgvuldig gekweekte kroost iets zal overkomen in het verkeer, waardoor ik van plan ben om ultratraag op te schieten, aan kruispunten zal wachten tot er zelfs uit naburige wijken geen auto’s mijn richting uitkomen en er niet aan denk om fietsers voorbij te steken. Bovendien zou het wel eens kunnen dat ik de inrichting van de kinderkamer uitvoerig zal bespreken met mijn partner (goh, we geraken het maar niet eens over het behang – nemen we nu vliegtuigjes of olifantjes? Moeilijk hoor!) en dat ik daardoor misschien al eens voor een groen verkeerslicht zal blijven staan tot het weer oranje word. Gelieve me dat niet kwalijk te nemen. En ook niet om met behulp van uw claxon uw ongenoegen kenbaar te maken, want ons Kaluha/Zindy/Eusabie/… slaapt. Misschien.”

Stop daarmee. Echt waar. Alsjeblieft.

Een half uur lukt nog wel. Maar langer slaag ik er echt niet in om naar Neil Young te luisteren. Een schitterende artiest – een van de weinigen in de rockwereld die zich zo mag noemen – maar ooit had hij misschien toch eens zangles moeten nemen.

Maar wat hij naar mijn bescheiden mening – de fans houden er wat mij betreft gerust een heel andere op na – te kort komt in de uitvoering, compenseert hij ruimschoots met zijn Take-it-or-eave-it-but-leave-me-the-fuck-alone-houding. Zijn vorige platenfirma heeft hem ooit voor de rechter gedaagd omdat ze vonden dat hij niet de platen maakte die men van hem kon verwachten, en omdat zijn productie daardoor naar zijn normen ondermaats was. Die rechter heeft zich die dag eens heel flink in de pruik gekrabt, als je het mij vraagt.

Maar ook bij zijn huidige platenfirma wordt er vast geregeld op de tanden gebeten alsof de uitgever van het Guinness Book of Records ernaast staat te wachten tot ze er een vermelding mee verdienen. Zo heeft hij op zijn nieuwe plaat, Chrome Dreams II, het nummer “Ordinary People” gezet, een lap van ruim 18 minuten. Maar wel 18 heerlijke minuten, met gitaren die laten horen hoe machteloze woede klinkt, blazers zonder vast contract die onverwachts het verzet komen vervoegen en een tekst die Paul Goossens (de journalist, niet die wandelende leren frak van op tv) nu keihard van buiten aan het leren is.

Ok, een nummer van 18 minuten is niet zo uitzonderlijk, werp je nu terecht op. Maar Young heeft doodleuk afgedwongen dat het nummer ook uitgebracht wordt… als single. En om het nog erger te maken: iedereen kan het nummer intussen gratis integraal beluisteren via de niet bepaald in een uithoek van het internet gesitueerde site van Amazon. Het is eigenlijk een video, maar die bestaat uit tergend traag afwisselende beelden van de onderdelen van een oldtimer, dus je kunt niet anders dan zitten luisteren.

Ordinary People video

Dat je het nummer niet gratis kunt downloaden van Youngs site (die voor de helft een joekel van een aanklacht tegen de oorlog in Irak vormt), komt wellicht omdat hij het tegen dan allemaal alweer een beetje beu was, en zich afvroeg wie hij nog zoal kon dwars zitten. Gotta love that guy. Vanop afstand toch…

Disclaimer: ik heb ooit nog voor de Dark Side gewerkt en hoewel mijn vertrek er niet bepaald harmonieus is verlopen, hou ik daar best goede herinneringen aan over en heb ik daar heel fijne mensen leren kennen. Af en toe kan ik weliswaar zelfs in mijn ondergoed nog een metaaldetector doen afgaan op de luchthaven (genant? bwah…), maar voor de rest is er maar weinig dat nog aan mijn lidmaatschap van de Borg herinnert…

Mijn voormalige vrienden lanceren binnenkort hun unified communications-oplossing, waar ze nogal veel van verwachten. Daar hoort natuurlijk een leuke website bij (gentlemen, start your silverlight), maar die heeft een beetje een ongelukkige url gekregen, vind ik toch:

http://everybody.knowsuc.be

Komaan zeg. Doen die erom, of zo? Of zet er niemand anders spontaan die “k” helemaal achteraan in plaats van vooraan dat middelste woord? Of willen ze gewoon - en eigenlijk niet al té subtiel - even tonen hoe machtig ze nog wel zijn, ook al heeft Neelie ze fluks in het kruis (en de kluis) gegrepen? Zo van: “Ok, het is mooi geweest. Nu gaat iedereen nog eens lekker slikken wat we ze door de strot rammen!”.

En dan zijn ze verwonderd dat hun favorability rating zo laag ligt en dat ze als “overly agressive” worden gepercipieerd. Du-huh!

MetaTale widget
Lelijk woord, schoon beeldje. Maar wat betekent het in godsnaam? Dat ik het verdorie zelf niet goed weet. Ik ben maar Web 1.5, vrees ik. Niet lang genoeg naar school geweest. Of beter: niet dikwijls genoeg.

Eén ding is zeker: het is blijkbaar niet genoeg. Net niet. Story of my life.

Next!

Er komt nu blijkbaar toch nog schot in de formatiegesprekken. Zou (pdw) er zich mee hebben gemoeid? Even Leterme discreet opzij genomen en vaderlijk in zijn oor gefluisterd: “Kijk eens op de doos…”?

Waarmee ik uiteraard absoluut niet wil alluderen op de fysionomie van bepaalde CDH-onderhandelaars, hoor. Zo ben ik niet.

Site van het Jaar 2007

Right. Twee weken heb ik gezwegen (het Allerheiligen-weekend niet meegerekend, want dan zwijgt iedereen met een beetje verstand toch, niet?). Twee weken.

Maar nu is mijn geduld ten einde. Ze hebben erom gevraagd. Je raadt het al: “ze” zijn natuurlijk: de gangsters van ClickxToen ze me enkele weken gedwee, aandoenlijk bibberend en lichtjes stamelend kwamen melden dat de winnaars van de Site van het Jaar dit jaar in Gent zouden worden gevierd, leek het me klaar als een klontje. De smoking was al gestoomd (en, toegegeven, met een maatje of twee uitgenomen), het tarief voor exclusieve interviews aanzienlijk opgetrokken (“Maar alleen Roularta-bladen gaan dat kunnen betalen!”, piepte mijn manager. Heb ‘m uiteraard met een “So what?” de straat op gejaagd, maar hij bracht me toch wat aan het twijfelen…) en de kapper was al naarstig in de proefdrukken van de nieuwste Wallpaper* – het juni-nummer, meen ik – aan het bladeren voor wat inspiratie. Kortom: dat zootje freeloaders dat op zo’n prijsuitreiking afkomt als de doorsnee Wetstraat-journalist op Jean-Marie Dedecker ging op 10 december eens zien hoe je een overwinning in stijl viert.

Maar toen er al een hele week geen levende ziel te bekennen viel ter hoogte van de Clickx-redactie – terwijl er van een eenvoudig “Allez, proficiat!” toch niemand is doodgegaan (die ene onnozelaar is gewoon op dat bierglas gevallen, ok?) – begon ik een beetje onraad te ruiken.

(Zo ziet de Clickx-redactie er dus uit als er iets aan de hand is :) Clickx-redactie (verdacht leeg) 

En ik kan je verzekeren: de geur van onraad lijkt verdacht veel op de geur van verraad: een beetje zurig, met een duidelijk aroma van afgunst, aangezet met een vleugje angstzweet en een snuifje - hoe zal ik het zeggen? - schijterigheid.

En toen kwam de aap uit de mouw. Enfin, toen kwam de hoofdredacteur uit de kartonnen doos waarin volgens het opschrift een 22-inch monitor van Viewsonic hoorde te zitten. “Heu ja, waarde collega, kijk, euh…”, begon hij. “We kunnen er ook niet aan doen, hoor. Wij… euh, wij vinden jouw blog natuuuuuuuuuuuurlijk de beste blog van het jaar! Absoluut. In alle categorieën zelfs, misschien met uitzondering van Groepsblog… Al-al-alhoewel, wacht, nee, ook in die categorie, ja, toch wel. Sorry. Maar euh… Luister, ik zal het zeggen zoals het is: het gaat over geld. Je weet het: het gaat niet zo goed meer met Clickx. Als we nog vijftien nummers per editie verkopen, zijn we al content. Zo erg is het, echt waar. Tja, dan moeten we natuurlijk op zoek naar alternatieve bronnen van inkomsten, nietwaar? En die Site van het Jaar, geloof me, da’s een echte goudmijn. Je moest eens weten wat we hier al hebben zien binnenkomen sinds we de nominaties bekendgemaakt hebben. Kijk, hier: Bart Van Belle van Youth Sentiment: 2.000 euro! En Jimmy Kets: die stuurde ons al het materiaal op dat hij gewonnen heeft met de Nikon Press Photo Awards – “Moet die Japansen brol toch niet hebben”, schrijft hij, maar voor ons is dat natuurlijk wel schoon gerief, natuurlijk. De mannen van Asfaltkonijn doen nog straffer. Ik weet het, het zou een totaal onterechte winnaar zijn, maar ze hebben me vorige week wel de sleutels in mijn handen gestoken van die Chevrolet Captiva, waarmee ze na de uitreiking van de bwards twee weken mee mochten rijden – en die ze uiteraard nooit hebben teruggegeven! Wat wil je, ze hebben er Clo mee naar huis gevoerd na die bwards en euh… Maar soit, we dwalen af. Kijk hier, nog een mooie: een gratis schrijfcursus voor de hele redactie van Clickx van ene Michel Vuylsteke. Weliswaar als we hem niet als winnaar uitroepen, maar toch mooi meegenomen, nietwaar? Dat kunnen we hier allemaal toch best… Nee, nee, jij niet, natuurlijk, jij niet. Dat was maar bij wijze van… Goh, moet je hier kijken: 10.000 euro van Disk Idee (“Hebben we vijf massatests voor moeten verkopen aan de hoogst biedende”), 7.500 euro van Resto.be (“Ons eigen tarief voor een goed recensie, volstaat dat?”), 12.000 euro van Anderlecht Online (“Ja, we hebben er wat voor over om nog eens iets te winnen”) en hier – niet te geloven: 50.000 euro van Humo. Wat stond daar ook alweer bij? Ah ja: “de integrale onkostennota voor de eerste week van november van Aimé Van Hecke”. Over opoffering gesproken!”

Enfin, zo ging het nog een tijdje door (“11.11.11 – waarom hebben die zoveel stickers verkocht dit jaar, denk je?”) en door (“Basket Jeppe Eppegem? Heu, da’s mijne nonkel.”), tot het er uiteindelijk nog uitkwam ook: “En daarbij: jij kan niet meedoen, want je bent een werknemer van deze uitgeverij en dat zou nogal eens naar belangenvermenging kunnen ruiken, vindt de baas. Nèm.”

Ik heb ‘m uiteraard meteen iets héél anders laten ruiken. Belangenvermenging, belangenvermenging… Wie zit er achter Gamespot.be en ZDNet.be, denk je? Ik ben eens benieuwd wat die hebben geboden…

Wacht maar, ze zijn nog niet van me af, die bende amateurgangsters!