oktober 2007


Hoe de platenwinkel in het stomme stadje W. destijds heette, ben ik helaas vergeten. De naam van de kerel achter de toonbank ook. Maar wat ze ooit betekenden zal me altijd bijblijven: de min of meer geheime poort naar een wereld waarin allerlei undergroundgroepjes ten dans speelden. Het was onze introductie tot Joy Division (de echte, niet die disneyversies van Interpol en Editors), de vroege Simple Minds, Echo & The Bunnymen, The Sound, et j’en passé. Foute boel, zult u zeggen, en daar verdient u terecht een toek op uw nu al weinig flatterend bakkes voor.

Het was gewoon de soundtrack van onze generatie. De rekwisietenlijst voor de film is kort: zwarte kledij, grijze hemels, kapotte fietsen en een fles Pisang fucking Ambon.

Het internet was toen nog maar een vaag idee dat maar bleef liggen wachten tot Al Gore zijn vrouw had geholpen om op zowat elke opwindende plaat een sticker met “Advisory Lyrics” te plakken. En dus waren we wel verplicht om op tijd en stond naar de platenwinkel te trekken om er te luisteren wat voor nieuws er nu alweer op dat heerlijk glimmende vinly (jaja, oude-zakken-spoiler!) was toevertrouwd. Die platen kopen hoefde blijkbaar niet, de uitbater – laten we hem Nico noemen – was al blij dat hij ons kon verbazen met de nieuwste van Throbbing Gristle of andere Einsturzende Neubauten. Ik denk dat ik ooit maar vijf platen van de man heb gekocht.

Nico’s platenwinkel is al lang dicht. Als ik me niet vergis, worden er nu pralines verkocht. Maar Nico leeft nog, zo heb ik van de week ontdekt. Hij zet allerlei nieuwe plaatjes op Deezer, zodat we er eens van kunnen proeven. En zo bijvoorbeeld zelf uitmaken hoe goed de cd’s zijn die in de krant of in de Humo een veelbelovende recensie hebben gekregen. Wat dat wil in werkelijkheid nogal eens tegenvallen. Fijn dat er nu een goed werkende online bullshit detector is.

free music

De oogst tot nu toe: val me niet meer lastig met hippe bandjes als Apparat Organ Quartet, Isolee, Camera Obscura en Goldfrapp, want die zijn allemaal door de mand gevallen alsof Newton ze zelf nog een duwtje is komen geven. Psapp (geen typo) en Gravenhurst mogen dan weer in de categorie Ontdekkingen neervlijen. Downloaden die handel? Geen denken aan. Ik zal ze wel netjes ergens online kopen (als ze tenminste online te vinden zijn, want ook dat is niet altijd zo evident).

Er is blijkbaar nog een onnozele discussie aan de gang over het feit of Deezer al dan niet legaal is.  Ze willen het maar niet snappen, die lui van de platenfirma’s. Begrijpen ze echt niet dat zo’n site mensen als mij aanzet tot het kopen van muziek? De diehard downloaders zul je niet tegenhouden met zo’n juridisch achterhoedegevecht, dus verwelkom in godsnaam dit initiatief en werk ermee samen! Maar nee, er verschijnen advertenties op de site en daarvan moeten en zullen de inkomsten met de artiesten worden gedeeld. Ze zullen blij zijn.

Ach, Nico had zijn winkeltje nooit mogen sluiten.

Pascal

Op het eerste gezicht ziet het er nochtans mooi uit. Hoe hij daar zo guitig en sportief languit op de cover ligt, daar hadden we alleen maar van kunnen dromen. En dromen hebben we gedaan de laatste weken, dat kan ik je verzekeren. Iedereen in onze fanclub, de Pascalboys, heeft enorm uitgekeken naar het eerste nummer van Pasc@l.  Al sinds de eerste berichten over de nakende lancering ons bereikten, beheerste de gedachte aan dat eerste nummer ons doen en laten. Op 25 oktober zouden onze vurigste wensen in vervulling gaan, dachten we. Maar het is ons blijkbaar niet gegund.

Want behalve op de cover – Kijk maar eens naar die voeten! Nog nooit werden voeten zo mooi op het voorblad van een Vlaams magazine geportretteerd (en zo prominent – ik dacht even dat ik Fucking Foot Fetish Magazine in handen had) – ligt het Pascal-gehalte duidelijk véél te laag. Serieus: we voelen ons bekocht. Nauwelijks een letter over ons aller idool, het petekind van de surfende senior, die zichzelf zo treffend omschreef in het bijbehorende, door hem persoonlijk geschreven en verstuurde persbericht:

Het succesverhaal van Pascal Vyncke startte als webmaster van zijn welgekende SeniorenNet.be, dé website voor actieve 50-plussers.  Daarnaast ontwikkelde hij de Franstalige tegenhanger, Canal50.be en de Nederlandse versie, SeniorenNet.nl.  Hiermee bereikt Pascal meer dan 1,2 miljoen unieke 50-plussers per maand.
Als auteur slaagt hij erin 3 bestsellers op de markt te brengen (…).
Vorige maand trad hij op de voorgrond als televisiemaker, bij de lancering van zijn interactief digitaal internet TV-platform, Kanaal50.be.  Succes?  Jazeker, reeds meer dan 22.500 kijklustige senioren per dag vinden er hun gading.
En vandaag stelt Pascal als uitgever van PASC@L, zijn splinternieuw maandblad van de senioren voor. 
What’s next?

What’s next? We zouden het ook niet weten. We zouden al blij zijn dat we in Pasc@l iets meer te weten zouden komen over deze fenomenale webmaster, auteur, televisiemaker (ok, het is alleen maar op het internet, maar het is met camera’s en zo en dus is het televisie) en uitgever. Nu is er behalve de cover en het edito alleen nog een leuk stukje over een schilder die een portret maakt van Pascal. Nu weten we eindelijk hoe dat moet. Straks maken we er ook eentje.

Portret van Pascal

Maar waarom werd die lijn niet doorgetrokken in de rest van het blad? Neem nu dat item over wijn. Toegegeven, Pascal heeft de wettelijke leeftijd nog niet bereikt om al wijn te mogen drinken, maar dat was toch een unieke gelegenheid geweest om hem er eens kennis mee te zien maken, niet? Met een mooie fotoreportage erbij had dat echt iets kunnen worden. Of heeft de sloeber toch al aan het gegiste druivensap gezeten en is dat de verklaring waarom hij op de cover voor pampus ligt met een lichtjes glazige blik in de ogen?

buxus

 En luister: met een artikel over buxussen snoeien mag je ons altijd lastig vallen. Niets leuker dan buxussen snoeien, echt waar. Als wij op reis gaan, is dat altijd naar een land waar we buxussen kunnen snoeien. Maar wie dacht dat we eindelijk gingen leren hoe we onze buxus de edele trekken van onze favoriete webmaster, auteur, televisiemaker en uitgever konden geven, is eraan voor de moeite. Een gemiste kans, dat spreekt voor zich.

Een artikel over nordic walking – prachtig! Waar en wanneer worden we verwacht om met onze favoriete webmaster, auteur, televisiemaker en uitgever een nordic wandeltochtje te maken door de schier ondoordringbare bossen van Vielsalm, Rochefort of andere woestenijen? Stilte… Weer niets.

En met dat stuk over de technische knowhow achter Seniorennet.be schieten we evenmin veel op. We komen te weten dat er veertien servers zijn, een load balancer, een monitor server, en een RAID, en dat hij er “door file onderweg” soms een uur over doet om naar het serverlokaal te rijden. Boeiend allemaal, maar de mens achter Pascal Vyncke leren we hiermee helaas niet beter kennen.

Misschien hebben we volgende maand meer geluk. Afspraak in de krantenwinkel! Want ja, nog zoiets: is dat niet een beetje – hoe zou ik het zeggen – vreemd dat je geen abonnement kunt nemen op Pasc@l en dat het enkel te verkrijgen is bij de dagbladhandelaar? Je zou toch denken dat een deel van het lezerspubliek – het niet onaanzienlijke minder mobiele deel, zeg maar – hierdoor verstoken blijft van zijn maandelijkse dosis informatie over deze wonderlijke webmaster, auteur, televisiemaker en uitgever, niet? Maar goed, Pascal zal wel weten wat hij doet, zeker? Anders was hij vast nooit zo’n succesrijke webmaster, auteur, televisiemaker en nu ook uitgever geworden.

Bruno stopt er weer mee. Wedden van niet? Bruno is de Bruce Lee van de blogosfeer. Zeg dat ik het gezegd heb.

Wat schreef ik een tweetal weken geleden? Dat die mannen van Clickx gangsters waren? Welnu, ik neem dat terug. Woord voor woord. Ik had dat echt niet mogen doen. En wel hierom: het zijn wussies! Tsjollen! Piesblommekes! Ha! Je moet er maar één keer naar blaffen en ze liggen al in hun mand.

Een woordje uitleg: na de vorige uitreiking van de Site Van Het Jaar heb ik gedreigd om hun showke ferm in het honderd te laten lopen als ze dat nog één keer in die vreselijke Carré zouden organiseren. Ik bedoel: als ik een coiffeur wil zien, zoek ik er wel één in de Gouden Gids, ok?

Eén keer ben ik dat gaan zeggen. (Weliswaar met mijn meest ontzagwekkende blik. Ze zoeken daar sindsdien nog altijd naar die ene eindredacteur die opeens naar de nooduitgang spurtte.).

Eén keer. En wat staat er vandaag op de SvhJ-blog (als hij niet down is, tenminste, zoals nu bijvoorbeeld)?

We hebben een G E W E L D I G E locatie voor de prijsuitreiking van deze 11de editie. We partneren voor de nieuwe editie met het NTG in – jawel – Gent. Juicht, o bloggende Gentenaars en Gentse webmasters, want zij moeten niet in de wagen springen voor de uitreiking, en vermogen dus nét dat pintje meer! En voor de niet-Gentse medemens: Gent is perfect centraal, goed bereikbaar en, above all, ne wree wijze stad! Oh ja – de datum. Hou die alvast vrij (allez – voor de sites/blogs die in de eindselectie raken, that is): maandag 10 december. Tot dan, in levende lijve!

Is dat niet schoon van die mannen? Nu kan ik er met de fiets naartoe.

En dat geldt ook voor de meeste winnaars, als de uitslag van de bwards een indicatie mag zijn… Grappig, overigens, dat deze uitreiking net als die van de bwards (in HetPaleis in Antwerpen) ook in een theater plaatsvindt. Straks komt Bert Anciaux himself de prijzen nog overhandigen, uit dankbaarheid dat er nog eens iemand in een Vlaams theater binnenstapt. Pas op als hij je wil zoenen – zijn adem ruikt meestal niet fris de laatste tijd. Heeft met zijn eetgewoontes te maken, naar het schijnt.
 

vliegBedrijven als Telenet doen vast geen vlieg kwaad. Of wel? Wat is er bijvoorbeeld met dat beestje gebeurd tijdens het maken van deze spot? En waarom hoor ik Gaia hier niet over protesteren? Omdat het “maar” een vlieg is? Exqueeze me! Die beestjes zijn hier al veel langer dan ons en kunnen geweldige trucjes die ik mezelf bijvoorbeeld niet meteen zie nadoen. Waar trek je overigens de lijn? Vanaf welk beest dat eraan gaat in een reclamespot of film moeten we ons iets aantrekken? Zijn insecten sowieso het haasje? (no pun intended, maar hij staat er wel, natuurlijk) Mogen geleedpotigen worden opgeofferd? Kunnen amfibieën ons wat schelen? Beginnen we bij de vissen? Of alleen dieren waarnaar een knuffel kan worden gemodelleerd?

En nog iets: hoe krijg je die vlieg zover dat ze op de juiste plek op die ballon gaat zitten? Ik denk dat ze dat beestje wat hebben wijsgemaakt. Valt dit onder contractbreuk?

UPDATE: Een filmpje over the making of bij Pietel.  2.500 vliegen hebben ze hiervoor gebruikt (of misbruikt). 2.500!

UPPERDATE: In De Morgen stond afgelopen vrijdag de tekst bij het filmpje, zoals Melanie (zie comments) al insinueerde. Ik citeer:

De Morgen over de vlieg van Telenet

Kristof

Normaal gezien zou er vandaag in Job@ een interview moeten staan dat ik heb afgenomen van Kristof Van den Branden van La Mosca. Dat is de geestelijke vader van The Target, het gps-gsm-spel dat je tot voor kort enkel in Gent en Antwerpen kon spelen, maar binnenkort in heel wat meer steden. Afgelopen donderdag maakte hij ook bekend dat je binnenkort ook in een aantal Nederlandse steden virtuele gangsters en flikken tegen het lijf zult lopen.

Hoewel we voor Windows Vista Magazine al in mei iemand een artikel hadden laten maken over The Target, had ik Kristof zelf nog nooit ontmoet. Tot ik hem een paar weken geleden tegenkwam op een – overigens belabberd – seminarie van MediaNet Vlaanderen over “mobile entertainment”.’t Is te zeggen: ik liep er een van mijn buren tegen het lijf en dat bleek Kristof te zijn. We wonen nauwelijks vijf huizen van elkaar (ok, sommige daarvan zijn vrij groot).

Kristof is een typevoorbeeld van de zeldzame mensensoort die zich ondernemer mag noemen. Een paar jaar geleden was hij nog webproducer bij wat toen nog de VRT-zender TV1 was (nu dus één), maar hij trapte het daar af om een bedrijfje op te richten dat zijn idee in werkelijkheid moest omzetten – een redelijk wacky idee voor een soort gezelschapspel waarbij je gsm’s en gps-apparaten nodig had, waarmee je dan in de stad een soortement scoutsspel beleeft. Wist hij toen al dat de geek-cultuur volledig zou doorbreken en dat je tegenwoordig helemaal niet meer beschaamd moet zijn om fijne wetenswaardigheden over je smartphone rond te strooien (met mate, uiteraard…), tijdens een etentje je digitale fotocamera kunt bovenhalen (“’t is voor mijn blog) en wildvreemden kunt vragen of ze “op LinkedIn zitten”? In elk geval: dat wacky idee is goed op weg om een groot succes te worden.

Ik heb ergens gelezen dat maar drie procent van de Vlamingen als ondernemer door het leven gaat. Als ik zo eens honderd mensen voor de geest haal die ik ken, zullen er daar inderdaad niet meer dan drie met een eigen bedrijfje bij zitten, denk ik. En de rest, ondergetekende inbegrepen? Loonslaven, ambtenaren en professionele nietsnutten. Is dat het dynamische Vlaanderen dat zo schril contrasteert met het duffe Wallonië? Broekschijters zijn we, zo zit dat. Toen ik vorig jaar een relatief royale, maar daarom niet minder onaangename stamp onder de kont had gekregen van Mickeysoft, heb ik ook – heel even – gedacht dat dit het ideale moment was om “iets op mijn eigen te beginnen”. Maar hoe gaat dat? Je hebt twee kleine kindjes, een hypotheek, een gekneusd zelfvertrouwen, en aanbiedingen die dat zelfvertrouwen weer wat herstellen. Ik herinnerde me ook dat ik een blauwe maandag eens freelancejournalist ben geweest, en dat mijn inkomsten in die tijd letterlijk schommelden van amper 25.000 frank (bruto!) tot (heel af en toe) 250.000 frank per maand. Met andere woorden: ik ben op commercieel vlak evenveel waard als Koen Crucke in de ring van een Pro Wrestling-wedstrijd. De kans dat ik binnen de kortste keren een van mijn kinderen op eBay zou moeten zetten, was niet gering.

Daarom heb ik des te meer bewondering voor echte ondernemers als Kristof. En Natalie, een goede vriendin (allez, ex-lief, maar dat is een ander verhaal), die na enkele erbarmelijke ervaringen als loonslaaf de stap heeft gezet om zelf iets te beginnen. Klinkt allemaal erg avontuurlijk én bevredigend, want elke stap die je zet, is er een die je helemaal aan jezelf hebt te danken. Ben dus een tikkeltje jaloers. Godspeed y’all, dappere lui!

 UPDATE: Het interview is deze week om een of andere reden niet verschenen. Volgende week meer succes!

Deze pagina was me een paar dagen geleden al opgevallen, maar ik had toen geen tijd om er iets over te schrijven.

Soldaat-pedo?

Volgens mij doen ze dat bij De Standaard met opzet, zoals een paar weken geleden. Ze scheppen er gewoon genoegen in om eenvoudigweg door de schikking van de artikels, titels en foto’s een dubbele bodem toe te voegen aan de inhoud van de krant. Chapeau!

Of de soldaat in kwestie het even leuk vind, durf ik echter te betwijfelen…

Yup, Greenpeace heeft het mooi verknoeid. Hun aanval op Apple, meer bepaald hun beschuldigingen dat de iPhone nogal wat schadelijke en in Europa verboden producten zou bevatten, blijkt ongegrond.

Ik schrik er zelfs een beetje van, maar de auteur van dit artikel op The Register, deelt mijn mening wat betreft het opportunistische karakter van de bekendmaking van dat rapport.  Meer nog, volgens hem zou Greenpeace intussen hebben toegegeven dat er helemaal niets mis is met de iPhone. Veel schadelijke stoffen werden uiteindelijk niet gevonden en de verboden “phtalates” blijken volledig legaal te zijn bij de productie van gsm’s. Het twaalf pagina’s lange document waarnaar de auteur van het artikel op The Register naar verwijst, vind ik echter nergens terug en het oorspronkelijke artikel over het rapport staat nog altijd op de Greenpeace-website.

Een en ander is dus nog onder voorbehoud, maar het lijkt erop dat een populaire milieuorganisatie de komende maanden met de voet in het verband en ruikend naar kruitdampen zal rondstrompelen. En dat is jammer. Niemand kan ontkennen dat een organisatie als Greenpeace nuttig – meer nog: nodig – is, maar dan mogen ze hun geloofwaardigheid niet teveel meer op het spel zetten in hun zoektocht naar publicitair succes.

iPhone vanbinnen

Bij de milieuorganisatie Greenpeace hebben ze het niet zo begrepen op Apple. Enkele maanden geleden haalden ze al uit naar de weinig milieuvriendelijke manier waarop Macs worden geproduceerd, vandaag is de iPhone aan de beurt. In een rapport nemen ze vooral het gebruik van stoffen als “phthalate plasticisers” op de korrel. Ik weet niet wat die dingen zijn, maar ze klinken alleszins niet erg appetijtelijk. In Europa zijn ze blijkbaar verboden bij de fabricatie van speelgoed – oeps, slecht nieuws voor de iPhone, dus. Grapjeuh! (Overigens is het een beetje vreemd dat men vooral bang is dat kinderen in aanraking komen met deze stoffen aangezien ze volgens de Greenpeace-wetenschapper vooral schadelijk zijn voor “de seksuele ontwikkeling van zoogdieren”. Die kleine deugnieten toch!)

Maar alle gekheid op een stokje: ik vraag me toch af of ze bij Greenpeace wel weten waar ze mee bezig zijn. Voor alle duidelijkheid: ik heb ontzettend veel sympathie voor deze organisatie en ben er zelfs lid van. Denk ik. (Die domiciliëringen toch, op den duur weet je niet meer welke goede doelen je allemaal steunt)

Je zou kunnen stellen dat Greenpeace ontzettend dapper is. Het opnemen tegen een bedrijf met zo’n cool imago als Apple is niet evident. Hun eerste aanval op Apple werd bovendien vrij adequaat gepareerd door Jobs’ PR-team: ze stelden dat Greenpeace nogal selectief is in de criteria die ze hanteren in het groene gehalte van bedrijven te bepalen. En dat ze op sommige vlakken veel milieuvriendelijker te werk gaan dan veel van hun concurrenten. Terecht of niet, die zát.

Je zou ook kunnen zeggen dat het verdomd leep was van Greenpeace om hun rapport vandaag bekend te maken, op Blog Action Day. Vandaag wordt elke blogger opgeroepen om iets te posten rond een topic dat met het milieu te maken heeft. Bij Greenpeace rekent men er wellicht op dat bloggers die om zo’n onderwerp verlegen zaten meteen iets hebben om over te schrijven als ze het rapport over de iPhone onder ogen krijgen. (Zelf had ik dat probleem natuurlijk niet. Ahum.)

Bloggers Unite - Blog Action Day 

Je zou kunnen zeggen dat het verdomd opportunistisch is van Greenpeace om uitgerekend de iPhone onder vuur te nemen, zowat het meest gehypete product van de afgelopen 203 jaar (juist, sinds de stoomtrein). Mediabelangstelling gegarandeerd! Honderden artikels en blogpostings van zowel iPhone-liefhebbers als iPhone-haters op Google! Parlementaire vragen (in landen waar ze een regering hebben)! Gegniffel in Redmond en in Finland. Waar overigens de geheime sponsors van dit rapport zitten, volgens enkele fervente en tegelijk flink paranoïde Apple-fans, die zich – excusez le mot – flink in de ballen gebeten voelen door Greenpeace. Maar dat – van die sponsoring, bedoel ik – lijkt me weinig waarschijnlijk.

Maar tenslotte zou je ook kunnen stellen dat Greenpeace zichzelf danig in de voet schiet door zo uit te halen naar Apple. Ik ga ervan uit dat hun doelpubliek de jongeren zijn die ook door Jobs & co zo slim worden bespeeld. En die jongeren zouden zich wel eens van Greenpeace kunnen wegkeren als men zich daar blijft profileren als de Don Quichote van de technologiesector. Op den duur kweek je een vrij negatief, prekerig, zelfs een beetje – hoe ironisch – giftig imago, dat door de snoodaards uit Cupertino overigens zeker in de verf zal worden gezet. Die organisatie gaat men dan afwegen tegen het bedrijf dat ons leven heeft verrijkt met de hipste mp3-speler van de planeet (de hipste, niet de beste, ok?) en ons nu ook hét ultieme hightech-statussymbool aan de hand wil doen.

Een gevaarlijk spelletje, met andere woorden. Zoals de iPhone, quoi. Grapjeuh!

De Joeri

“Aaaaigh. Ik ben de Joeri en ik wil aangesproken worden als de Joeri. Voelt iedereen zich veilig?”

Valt best mee, mijnheer de Joeri, maar veel draag je daar niet toe bij, sorry. Integendeel, ik heb het gevoel dat we eerstdaags middels fysiek geweld gedwongen zullen worden tot de aanschaf van zo’n mobiel telefonieabonnement waarmee je de laatste tijd zo loopt te leuren. En daar zie ik, wegens enigszins gesteld op de integriteit van mijn fysieke verschijning, best wel tegenop. Want zo’n abonnement, mijnheer de Joeri, mag je wat mij betreft ergens steken waar de vuilkar zelden langskomt.

Vergis je niet: als typetje uit Trigger Happy (intussen verplicht omgedoopt tot Tragger Hippy, of is het Trapper Higgy? Bagger Flippy? Gary Haggar Slippy?), vond ik je nog wel te pruimen. Fabuleus vernieuwend of zelfs maar gedurfd kon je het moeilijk noemen. Ik bedoel: dagjestoeristen de stuipen op het lijf jagen voor de verborgen camera, daar moet je niet echt voor naar het leger zijn geweest, hé? Onze eerstgeborene doet dat al, en die is nog maar drie. En mocht dat nog eens gebeuren, dan dénk ik er zelfs maar niet aan om mijn camera te verbergen.

Maar toen kwam je op een of andere jongerenzender zo’n teasercampagne in gang zetten. Ik rook meteen onraad. Ik bedoel: voor wat goed is, moet geen reclame worden gemaakt, en als je al geheimzinnig begint te doen over je eigen reclamecampagne, is dat meestal omdat ze te knudde is om zomaar te worden uitgezonden. En zie: van dattum was het.

En sindsdien blijf je maar leuren met je abonnementen. Ik zie deze toekomst voor jou: als een oud mannetje in dezelfde kleren als nu (evolutie is voor andere diersoorten, nietwaar?) over de markt strompelend, met een bende jengelende deugnieten achter je aan, voortdurend roepend van “Hey de Joeri, voeld’uw eigen veilig? Hahaha! Wa gade daaraan doen? Hé, de Joeri? Ne keer bellen, zeker? Hahahahaha!”. Die brochures van de mobiele operator waarmee je op dat moment aan het leuren bent, branden in je jichtige vingers, dat sandwichbord heeft je schouders doen afzakken tot op tepelhoogte (en welke klootzak heeft daar “Jouri” met een “u” op geschreven, verdomme?), en je denkt met heimwee terug aan de tijd dat je nog een imposant personage was, iemand waarvan de mensen lichtjes huiverden, zonder echt goed te weten waarom. Tot die ellendige dag waarop je niet meteen grinnikend bent weggestapt toen een ventje in een goedkoop kostuum je kwam vragen of je geen reclame wou maken voor gsm-abonnementjes. Helaas…

Next Page »